De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor diefstal van telefoons, gepleegd in vereniging met anderen. In hoger beroep vernietigt het hof het vonnis van de politierechter vanwege proceseconomische redenen en verklaart het bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan medeplegen van zakkenrollerij op 31 januari 2023 in Amsterdam.
Het hof baseert zich op camerabeelden, verklaringen van verbalisanten en het feit dat verdachte en medeverdachten gezamenlijk slachtoffers benaderden, waarbij een duidelijke rolverdeling werd gevolgd. De verdediging voerde vrijwillige terugtred aan, maar het hof verwierp dit omdat de diefstal al voltooid was en het teruggeven van een telefoon niet afhankelijk was van de wil van verdachte.
De strafoplegging houdt rekening met de ernst van het feit, de recidive van verdachte en de richtlijnen van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht. Vanwege de overschrijding van de redelijke termijn met bijna twee jaar matigt het hof de straf tot 11 weken gevangenisstraf, met aftrek van het voorarrest.
Het arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam en uitgesproken op 13 januari 2026.