Op 17 augustus 2023 heeft verdachte te Dirkshorn, gemeente Schagen, twee verkeersovertredingen begaan: overtreding van artikel 9, tweede lid, en artikel 8, vijfde lid, van de Wegenverkeerswet 1994. De politierechter in de rechtbank Noord-Holland veroordeelde verdachte tot een voorwaardelijke gevangenisstraf en een voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid.
Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep tegen dit vonnis en vernietigde het vonnis van de politierechter. Het hof veroordeelde verdachte opnieuw tot een gevangenisstraf van vijf weken en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van zes maanden, beide voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Dit betekent dat de straf en ontzegging niet ten uitvoer worden gelegd tenzij verdachte zich binnen de proeftijd opnieuw schuldig maakt aan een strafbaar feit.
De verdachte en de advocaat-generaal hebben ter terechtzitting afstand gedaan van het recht om in cassatie te gaan, waarmee de uitspraak definitief is geworden. De straf en ontzegging zijn opgelegd conform de toepasselijke artikelen van het Wetboek van Strafrecht en de Wegenverkeerswet 1994.