Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.[appellant 1] ,
[appellant 2],
[appellant 3] ,
1.De zaak in het kort
2.Het geding in hoger beroep
3.De vaststaande feiten
ultimate beneficial owner(hierna: ubo) van [appellant 2] . [appellant 2] is sinds 2004 klant bij de Bank. [appellant 2] verleent managementdiensten aan [appellant 1] tegen een managementvergoeding. Het managementwerk bij [appellant 1] wordt feitelijk uitgevoerd door [appellant 3] , die bij [appellant 2] in dienst is tegen een salaris.
custodian banksfungeert. In verband met de VN-sancties hanteert Deutsche Bank beperkingen in de bankrelatie. Het beheer verloopt feitelijk via een stichting met een onafhankelijk bestuur, de in Nederland gevestigde stichting Palint.
4.De procedure bij de rechtbank
5.De vordering in hoger beroep
6.Beoordeling
[naam 2])). Een bestaande bankrelatie kan op grond van artikel 35 van Pro de Algemene Bankvoorwaarden (hierna: ABV) in beginsel worden beëindigd, maar het belang van de cliënt bij behoud van een betaalrekening, afgewogen tegenover het belang van de bank bij beëindiging, kan, in het licht van de omstandigheden, aan dat recht op beëindiging in de weg staan omdat beëindiging naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is.
custodian banksfungeert. In verband met de VN-sancties hanteert Deutsche Bank beperkingen in de bankrelatie. Het beheer verloopt feitelijk via een Nederlandse stichting met een onafhankelijk bestuur. Hooguit zou het feit dat [appellant 1] een behoorlijke vergoeding voor haar werkzaamheden is overeengekomen, de vraag kunnen oproepen of de fondsen niet onder het oog van de Bank worden leeggehaald. Het feit dat [appellant 3] jr. de schoonzoon is van iemand de op het moment dat het geld in 2007 werd gestort, een vooraanstaand politicus was, maakt deze vraag des te pregnanter. Echter, onbetwist is desgevraagd ter zitting verklaard dat de vergoeding die wordt betaald, voor een hedgefund-beheerder (zoals [appellant 1] ) gebruikelijk is. Daar komt bij dat [appellant 1] in haar rol van beheerder kennelijk ook niet aan VN-sancties is onderworpen. Onbetwist is immers dat de overeengekomen beheersvergoedingen aan haar betaald mogen worden. Bij die stand van zaken houdt ook het verwijt dat er mogelijk sprake is van zelfverrijking geen stand. Het betoog van de Bank dat er voor haar sprake is van een reputatierisico kan daarom niet worden aanvaard.