Uitspraak
Onderzoek van de zaak
Vonnis waarvan beroep
Procesafspraken
.
Oplegging van straf
Toepasselijke wettelijke voorschriften
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
72 (tweeënzeventig) maanden.
Gerechtshof Amsterdam
In deze zaak heeft het gerechtshof Amsterdam op 20 januari 2026 uitspraak gedaan in hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 13 februari 2024. De verdachte, geboren in Marokko in 1974 en thans gedetineerd in P.I. Heerhugowaard, had hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en de procesafspraken die op 7 oktober 2025 zijn gemaakt tussen het openbaar ministerie en de verdachte. Deze afspraken zijn ondertekend door beide partijen en zijn gericht op het verkorten van de procedure en het efficiënter afdoen van de zaak. De verdachte heeft geen onderzoekswensen ingediend en geen bewijsverweren gevoerd, wat heeft geleid tot een efficiencywinst en een strafkorting van 15%. Het hof heeft de gevangenisstraf vastgesteld op 72 maanden, met aftrek van voorarrest, en heeft het vonnis van de rechtbank bevestigd, behalve ten aanzien van de opgelegde gevangenisstraf. De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben en verhandelen van vuurwapens en grote hoeveelheden verdovende middelen. Het hof heeft bij de strafoplegging rekening gehouden met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, waaronder een laag recidiverisico en een stabiele leefsituatie. De op te leggen straf is gegrond op verschillende artikelen van de Opiumwet en het Wetboek van Strafrecht.