ECLI:NL:GHAMS:2026:130
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- M. Iedema
- R.P. den Otter
- A.C. Bijlsma
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid van de verdachte in hoger beroep wegens gebrek aan grieven en belang
Op 6 januari 2026 heeft het Gerechtshof Amsterdam uitspraak gedaan in hoger beroep tegen een vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam, dat op 12 augustus 2024 was gewezen. De verdachte, geboren in Algerije in 1999 en zonder bekende woon- of verblijfplaats, had hoger beroep ingesteld tegen dit vonnis. Tijdens de zitting op 6 januari 2026 heeft het hof vastgesteld dat de verdachte geen schriftuur houdende grieven had ingediend en er ook geen mondelinge bezwaren tegen het vonnis waren opgegeven. Het hof heeft verder geen rechtens te respecteren belang kunnen vaststellen dat zou pleiten voor een onderzoek van de zaak. Gelet op deze omstandigheden heeft het hof de verdachte niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep, op basis van artikel 416, lid 2 van het Wetboek van Strafvordering. De beslissing is genomen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof, waarin drie rechters zitting hadden. De uitspraak is gedaan in aanwezigheid van de griffier en is openbaar uitgesproken.