ECLI:NL:GHAMS:2026:130
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- M. Iedema
- R.P. den Otter
- A.C. Bijlsma
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verdachte in hoger beroep wegens ontbreken grieven
Verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in Amsterdam van 12 augustus 2024. Tijdens de terechtzitting in hoger beroep op 6 januari 2026 heeft het hof vastgesteld dat verdachte geen schriftuur houdende grieven heeft ingediend en ook mondeling geen bezwaren heeft geuit tegen het vonnis.
De advocaat-generaal heeft daarom gevorderd dat het hof verdachte niet-ontvankelijk verklaart in het hoger beroep. Het hof heeft dit verzoek gevolgd omdat niet is gebleken van enig rechtens te respecteren belang dat een onderzoek van de zaak zou rechtvaardigen.
Op grond van artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering is verdachte dan ook niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep. Het arrest is uitgesproken door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 6 januari 2026.
Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens het ontbreken van grieven en een rechtens te respecteren belang.