ECLI:NL:GHAMS:2026:1305
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over zorg- en vakantieregeling voor minderjarige met meervoudig gezag
De zaak betreft een geschil tussen de ouders over de zorg- en vakantieregeling voor hun zesjarige kind, waarbij het gezamenlijk gezag is vastgesteld. De rechtbank had een zorgregeling vastgesteld waarbij het kind om de week bij de vader verblijft en een videobelcontactmoment is geregeld. Verzoeken van beide ouders tot wijziging van de zorg- en vakantieregeling werden deels afgewezen.
In hoger beroep verzochten de ouders verschillende aanpassingen: de moeder wilde een meer kindgerichte 2-5-5-2 zorgregeling en een gelijkmatige verdeling van vakanties, terwijl de vader de bestaande zorgregeling wilde handhaven maar een andere vakantieregeling en permanente vervangende toestemming voor reizen naar Italië wilde.
Het hof oordeelde dat de huidige zorgregeling, geadviseerd door de Raad voor de Kinderbescherming en uitgevoerd sinds de beschikking waarvan beroep, in het belang van het kind is en bekrachtigde deze. De vakantieregeling werd gewijzigd met een evenwichtige verdeling van vakanties en duidelijke overdrachtsmomenten, waarbij studiedagen niet als vakantiedagen gelden. Het verzoek van de vader om permanente vervangende toestemming voor reizen werd afgewezen, mede vanwege de betrokkenheid van de gecertificeerde instelling en het belang van overleg tussen ouders.
De beschikking van de rechtbank werd vernietigd voor zover het de vakantieregeling betrof en verder bekrachtigd. De vader werd niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek om vervangende toestemming voor de voorjaarsvakantie 2026.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de zorgregeling, wijzigt de vakantieregeling en wijst het verzoek om permanente vervangende toestemming voor reizen af.