In hoger beroep heeft het gerechtshof Amsterdam het vonnis van de politierechter vernietigd en opnieuw recht gedaan. De verdachte werd beschuldigd van het opzettelijk telen en aanwezig hebben van een grote hoeveelheid hennepplanten en -stekken in Uithoorn op circa 22 januari 2019.
Het hof achtte het bewezen dat de verdachte 260 hennepplanten en 850 hennepstekken teler en in bezit had, middelen die onder lijst II van de Opiumwet vallen. Andere tenlasteleggingen werden niet bewezen verklaard. De verdachte bekende het feit en er waren geen omstandigheden die de strafbaarheid uitsloten.
De politierechter had een taakstraf van 70 uur, subsidiair 35 dagen hechtenis en een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee weken opgelegd. Het hof volgde de advocaat-generaal in het verzoek om af te zien van de voorwaardelijke gevangenisstraf, gezien het ontbreken van recidive sinds het plegen van de feiten. Gelet op de ernst van de feiten, de persoonlijke omstandigheden van de verdachte en de overschrijding van de redelijke termijn, legde het hof een taakstraf van 70 uur op.
De overschrijding van de redelijke termijn van berechting werd erkend, maar het hof vond dit niet aanleiding tot strafvermindering. De tijd die de verdachte in voorarrest had doorgebracht, werd in mindering gebracht op de taakstraf.