Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.De zaak in het kort
2.De procedure in hoger beroep
3.De feiten
4.De omvang van het hoger beroep
primairte bepalen:
Gerechtshof Amsterdam
De zaak betreft de verdeling van de echtelijke woning binnen de ontbonden huwelijksgoederengemeenschap van partijen. De rechtbank had eerder geoordeeld dat de vrouw recht heeft op 25% van de overwaarde van de woning, maar de vrouw betwistte dit en verzocht om toedeling van de woning aan de man of verkoop aan een derde met een verdeling van de overwaarde.
Partijen zijn gehuwd in wettelijke gemeenschap van goederen en hun huwelijk is ontbonden in 2025. De woning was onderdeel van de gemeenschap, maar de man had deze in een eerder echtscheidingsconvenant met zijn ex-partner uit een vorig huwelijk toegedeeld gekregen, hoewel de notariële levering nog niet had plaatsgevonden. De man is nog een bedrag aan zijn ex-partner verschuldigd.
Het hof oordeelt dat slechts de onverdeelde helft van de woning in de gemeenschap is gevallen, inclusief het vorderingsrecht van de man op zijn ex-partner tot medewerking aan levering en de openstaande schuld. Omdat de man niet in staat is de vrouw uit te kopen, moet de woning worden verkocht. De verkoopopbrengst wordt na aflossing van hypotheek, schuld aan de ex-partner, en verkoopkosten gelijk verdeeld. De man moet de medewerking van zijn ex-partner aan de levering bewerkstelligen.
Het hof wijst het primaire verzoek van de vrouw tot toedeling af, vernietigt het bestreden vonnis voor zover nodig en bepaalt dat de man binnen vier weken opdracht geeft tot verkoop van de woning. Partijen moeten de adviezen van de makelaar opvolgen en medewerking verlenen aan verkoop en levering. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De woning wordt verkocht en de overwaarde na aflossing van schulden gelijk verdeeld; de man moet medewerking van zijn ex-partner aan levering bewerkstelligen.