Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
[geïntimeerde],
1.De zaak in het kort
2.Het geding in hoger beroep
- memorie van grieven, met producties;
- memorie van antwoord, tevens memorie van grieven in voorwaardelijk incidenteel appel, met productie;
- memorie van antwoord in voorwaardelijk incidenteel appel.
3.De feiten
- Huidige economische stand van zaken [bedrijf 5]
- De verwatering van de [bedrijf 5] certificaten"
4.De procedure bij de rechtbank
5.De vordering in hoger beroep
6.De beoordeling
€ 910.625 aan stortingen uit de verkoopopbrengst zou zijn terugbetaald en maximaal 27,63%. Uitgaande van deze percentages bedraagt de schade van [geïntimeerde] ten minste (((€ 3.487.500 – € 910.625) x 13,175%) / 3 =) € 113.167,76 en ten hoogste ((€ 3.487.500 x 27,63%) / 3 =) € 321.198,75. Hoe groot de schade exact is, kan echter in het midden blijven in verband met het volgende.
free rideris. Het hof volgt [appellant] hierin niet. [geïntimeerde] heeft, net als de overige drie investeerders, gelden geïnvesteerd in [bedrijf 2] . Dat [geïntimeerde] dat na 2010 niet meer heeft gedaan en de overige investeerders wel, doet daaraan niet af. Evenmin doet daaraan af dat de overige investeerders inspanningen hebben verricht voor [bedrijf 2] en [geïntimeerde] niet. Van een
free rideis geen sprake: [geïntimeerde] heeft tot en met 2009 gelden geïnvesteerd en daarvoor jarenlang geen vergoeding ontvangen.