Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHAMS:2026:1371

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
23 april 2026
Publicatiedatum
22 mei 2026
Zaaknummer
23-002212-24
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 SrArt. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c SrArt. 22c Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep wegens gevaar veroorzaken voor luchtverkeer door laserstraling op politiehelikopter

Op 17 maart 2024 heeft de verdachte vanaf haar dakterras in Beverwijk herhaaldelijk met een laserpen op een politiehelikopter geschenen die op 900 voet hoogte vloog tijdens een opsporingsactie. De laserstraal verlichtte de cockpit en hinderde de piloten, die hun hoofd moesten afwenden en het zicht op de instrumenten werd belemmerd, waardoor gevaar voor het luchtverkeer ontstond.

De verdachte verklaarde dat zij niet wist dat zij op een helikopter scheen en dat zij het 'funny' vond om met een laser te schijnen, wat het hof niet geloofwaardig achtte. Het hof stelde vast dat de verdachte wist dat zij op de helikopter scheen, maar dat niet wettig en overtuigend bewezen kon worden dat zij opzet had op het veroorzaken van gevaar, ook niet in voorwaardelijke zin.

Het hof sprak de verdachte vrij van het primair tenlastegelegde, maar achtte bewezen dat zij aanmerkelijk onvoorzichtig en verwijtbaar handelde, waardoor gevaar voor het luchtverkeer ontstond. De verdachte werd veroordeeld tot een geldboete van €500 en een geheel voorwaardelijke taakstraf van 60 uur met een proeftijd van twee jaar.

De straf houdt rekening met de ernst van het feit, de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, waaronder haar spijtbetuiging en het feit dat zij in Hongarije woont. Het hof vernietigde het vonnis van de politierechter en deed opnieuw recht.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot een geldboete van €500 en een geheel voorwaardelijke taakstraf van 60 uur wegens aanmerkelijk onvoorzichtig gedrag dat gevaar voor het luchtverkeer veroorzaakte.

Uitspraak

Afdeling strafrecht
Parketnummer: 23-002212-24
Datum uitspraak: 23 april 2026
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 24 september 2024 in de strafzaak onder parketnummer 15-119802-24 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedag] 1970,
adres: [adres 1] .

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
9 april 2026 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen het vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en haar raadsvrouw naar voren hebben gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
zij op of omstreeks 17 maart 2024 te Beverwijk, opzettelijk gevaar heeft veroorzaakt voor het luchtverkeer door opzettelijk met een (in werking zijnde) zogenoemde laserpen/pointer, de cockpit van een politiehelikopter (voorzien van het registratienummer [kenteken] ) aan te stralen (op een moment dat die politiehelikopter bezig was met het opsporen van verdachten in verband met een woninginbraak en op een hoogte van 900 voet, in het donker, vloog), ten gevolge waarvan
- de Pilot Flying ( [persoon 1] ) en/of de Pilot Non Flying ( [persoon 2] ) en/of de Tactical Flight Officer ( [persoon 3] ) zijn/hun ogen enkele seconden heeft/hebben moeten sluiten en/of hun hoofd moest(en) afwenden van de laserstraal en/of het zicht op de vlieginstrumenten werd ontnomen/belemmerd/gehinderd en/of afgeleid werd van zijn/hun taak en/of
- de Pilot Flying en/of de Pilot Non Flying in de ogen werd/werden geschenen en/of verblind en/of gedesoriënteerd raakte(n) en/of het zicht op de vlieginstrumenten werd ontnomen/belemmerd/gehinderd en/of afgeleid werd(en) van zijn/hun taak;
subsidiairzij op of omstreeks 17 maart 2024 te Beverwijk, althans in Nederland, gevaar heeft veroorzaakt voor het luchtverkeer door met een (in werking zijnde) zogenoemde laserpen/pointer, de cockpit van een politiehelikopter (voorzien van het registratienummer [kenteken] ) aan te stralen (op een moment dat die politiehelikopter bezig was met het opsporen van verdachten in verband met een woninginbraak en op een hoogte van 900 voet, in het donker, vloog), ten gevolge waarvan
- de Pilot Flying ( [persoon 1] ) en/of de Pilot Non Flying ( [persoon 2] ) en/of de Tactical Flight Officer ( [persoon 3] ) zijn/hun ogen enkele seconden heeft/hebben moeten sluiten en/of hun hoofd moest(en) afwenden van de laserstraal en/of het zicht op de vlieginstrumenten werd ontnomen/belemmerd/gehinderd en/of afgeleid werd van zijn/hun taak en/of
- de Pilot Flying en/of de Pilot Non Flying in de ogen werd/werden geschenen en/of verblind en/of gedesoriënteerd raakte(n) en/of het zicht op de vlieginstrumenten werd ontnomen/belemmerd/gehinderd en/of afgeleid werd(en) van zijn/hun taak; zijnde het aldus aan haar - verdachtes - schuld te wijten dat toen en daar gevaar is ontstaan voor het luchtverkeer;
meer subsidiairzij op of omstreeks 17 maart 2024 te Beverwijk, althans in Nederland, zich zodanig heeft gedragen dat gevaar voor het luchtverkeer werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, dan wel dat het verkeer in de lucht werd gehinderd, althans kon worden gehinderd,
immers heeft zij, verdachte, toen en daar met een (in werking zijnde) zogenoemde laserpen/pointer geschenen op (de inzittenden van) een in de buurt vliegende politiehelikopter (voorzien van het registratienummer [kenteken] ), als gevolg waarvan de (gehele) cockpit van die politiehelikopter groen was verlicht en/of (een of meer leden van) het cockpitpersoneel tijdelijk verblind raakte(n) en/of zijn/hun ogen heeft/hebben moeten sluiten en/of zijn/hun hoofd moest(en) afwenden, waardoor hij/zij niet naar buiten kon(den) kijken en/of het zicht op de vlieginstrumenten werd ontnomen/belemmerd/gehinderd en/of afgeleid werden van zijn/hun taak.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vernietiging vonnis

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere bewezenverklaring komt dan de politierechter.

Bewijsoverweging en vrijspraak van het primair tenlastegelegde

Standpunt van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal stelt zich op het standpunt dat het subsidiair tenlastegelegde wettig en overtuigend kan worden bewezen.
Standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft het hof verzocht de verdachte vrij te spreken van het primair en subsidiair tenlastegelegde. De verdachte heeft weliswaar met een laserpen in de lucht geschenen (omdat zij contact wilde maken met buitenaards leven), maar zij heeft geen opzet gehad op het veroorzaken van gevaar voor de politiehelikopter die zich op dat moment boven haar woning bevond, ook niet in voorwaardelijke zin en haar handelen kan evenmin als verwijtbaar onvoorzichtig worden aangemerkt. Het handelen van de verdachte is enkel voortgekomen uit naïviteit, onwetendheid en een bepaalde persoonlijke overtuiging. Ten aanzien van het meer subsidiair tenlastegelegde heeft de raadsvrouw zich gerefereerd aan het oordeel van het hof.
Oordeel van het hof
Op zondag 17 maart 2024, omstreeks 20:30 uur, bevonden hoofdinspecteurs van politie [persoon 1] en [persoon 2] en hoofdagent van politie [persoon 3] , zich in een politiehelikopter voorzien van registratienummer [kenteken] op een vlieghoogte van 900 voet boven Beverwijk. Verbalisant [persoon 1] bestuurde de helikopter als piloot en zat in de cockpit aan de rechterzijde. Verbalisant [persoon 2] zat in de cockpit aan de linkerzijde. Verbalisant [persoon 3] had als Tactical Flying Officer / Despatcher plaats in de cabine aan de linkerzijde. Zij waren bezig met de uitoefening van de politietaak en waren op dat moment aan het zoeken naar verdachten van een woninginbraak.
Al vliegend zagen verbalisanten [persoon 1] en [persoon 2] dat zij vanaf de grond werden aangestraald met een felle en krachtige, groenkleurige laser. Zij zagen dat de laser kennelijk ook weer was uitgezet om kort daarna weer te worden aangestraald. Hierop heeft verbalisant [persoon 3] met het Airborne Video Systeem de ‘aanschijning’ van de laser in beeld gebracht. Hierbij kon verbalisant [persoon 3] zien dat de laser afkomstig was vanaf het perceel [adres 2] . Hij zag dat op het dakterras van dit perceel twee personen stonden waarvan één persoon de laser vanuit de hand bediende. Hij zag dat deze persoon vermoedelijk een vrouw was. [1]
Verbalisanten [persoon 1] , [persoon 2] en [persoon 3] zagen dat de laser de cockpit en de cabine diverse malen verlichtte. Op het eerste moment van aanstralen konden zij niet voorkomen dat zij door de laser recht in de ogen werden geschenen. Hierdoor was een aantal seconden geen zicht op de vlieginstrumenten. [2] Zij hebben hun hoofden moeten afwenden om te voorkomen dat de groene laser in hun ogen zou schijnen. Hierdoor werden zij gehinderd in het zicht op de vlieginstrumenten, missie apparatuur en de omgeving rondom de helikopter. Door deze aanstraling met de laser werden zij genoodzaakt om af te wijken van de opdracht, namelijk het zoeken naar de verdachten van de inbraak. [3]
Toen de verdachte na aanhouding werd voorgeleid zei zij tegen de hulpofficier van justitie dat zij het wel ‘funny’ vond om met een laser naar een piloot te schijnen. [4]
De verdachte heeft op de terechtzitting in hoger beroep verklaard dat zij vanaf haar dakterras met een laserpen in de lucht heeft geschenen.
Uit het bewijs volgt dat de verdachte meerdere keren gericht heeft geschenen op de helikopter. Gelet op de, naar algemene ervaringsregels, duidelijke verlichting van een (politie)helikopter in het donker, het harde geluid dat een laag vliegende helikopter maakt en de omstandigheid dat de verdachte buiten stond op haar dakterras op de bovenste etage van een gebouw met meerdere verdiepingen, is het hof van oordeel dat de verklaring van de verdachte, dat zij niet wist dat zij met de laserpen op een helikopter scheen, niet geloofwaardig is. Bovendien heeft zij tijdens haar voorgeleiding verklaard dat ze niet wist dat het verboden was om met een laser naar een piloot te schijnen en dat ze het wel ‘funny’ vond. Het hof stelt vast dat de verdachte wist dat zij haar laserpen richtte op een (politie)helikopter.
Met de advocaat-generaal en de verdediging is het hof echter van oordeel dat niet is komen vast te staan dat de verdachte bij het schijnen met de laserpen ook het opzet heeft gehad op het veroorzaken van gevaar voor het luchtverkeer. Ook niet in voorwaardelijke zin. Er was weliswaar sprake van een aanmerkelijke kans op het ontstaan van gevaar, maar uit de dossierstukken kan niet worden afgeleid dat de verdachte de kans daarop ook bewust heeft aanvaard. De enkele wetenschap van de aanmerkelijke kans dat het gevolg zal intreden is daarvoor niet voldoende. In dit geval kan van de gedragingen van de verdachte niet gezegd worden dat die zo zeer waren gericht op het veroorzaken van gevaar voor het luchtverkeer, dat het niet anders kan zijn dan dat de verdachte de aanmerkelijke kans op het ontstaan van dat gevaar bewust heeft aanvaard. In het bijzonder verhoudt zich dat niet tot haar opmerking dat zij – ten onrechte – dacht dat haar handelen ‘funny’ was.
Naar het oordeel van het hof is daarom niet wettig en overtuigend bewezen wat de verdachte primair is tenlastegelegd, zodat de verdachte hiervan moet worden vrijgesproken. In het licht van de beschreven feiten en omstandigheden heeft de verdachte naar het oordeel van het hof wel aanmerkelijk onvoorzichtig en verwijtbaar gehandeld en daarmee is het aan haar schuld te wijten dat gevaar is ontstaan voor het luchtverkeer. Het hof acht daarom wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het subsidiair tenlastegelegde heeft begaan.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het subsidiair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
zij op 17 maart 2024 te Beverwijk, gevaar heeft veroorzaakt voor het luchtverkeer door met een in werking zijnde zogenoemde laserpen, de cockpit van een politiehelikopter, voorzien van het registratienummer [kenteken] , aan te stralen (op een moment dat die politiehelikopter bezig was met het opsporen van verdachten in verband met een woninginbraak en op een hoogte van 900 voet, in het donker, vloog), ten gevolge waarvan
- de Pilot Flying ( [persoon 1] ) en de Pilot Non Flying ( [persoon 2] ) en de Tactical Flight Officer
( [persoon 3] ) hun hoofd moesten afwenden van de laserstraal en
- de Pilot Flying en de Pilot Non Flying het zicht op de vlieginstrumenten werd gehinderd en afgeleid werden van hun taak,
zodat het aan haar schuld is te wijten dat toen en daar gevaar is ontstaan voor het luchtverkeer.
Hetgeen subsidiair meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.
Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze zijn opgenomen bij de bewijsoverweging.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het subsidiair bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.
Het subsidiair bewezenverklaarde levert op:
aan zijn schuld te wijten zijn dat gevaar ontstaat voor het luchtverkeer.

Strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar, omdat geen omstandigheid aannemelijk is geworden die de strafbaarheid ten aanzien van het subsidiair bewezenverklaarde uitsluit.

Oplegging van straffen

De politierechter in de rechtbank Noord-Holland heeft de verdachte voor het in eerste aanleg als primair bewezenverklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van een maand voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren en een taakstraf voor de duur van 150 uren, te vervangen door 75 dagen hechtenis, wanneer de taakstraf niet wordt uitgevoerd.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het subsidiair tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een geheel voorwaardelijke taakstraf voor de duur van 60 uren, te vervangen door een hechtenis van 30 dagen, met een proeftijd van twee jaar.
De raadsvrouw van de verdachte heeft het hof verzocht om geen straf of maatregel op te leggen omdat de verdachte zich van geen kwaad bewust is geweest, zij een first offender is en de kans op herhaling nihil is. Als wel een straf wordt opgelegd heeft de raadsvrouw het hof verzocht een geheel voorwaardelijke boete of taakstraf op te leggen omdat de verdachte weer in Hongarije woont.
Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straffen bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in overweging genomen.
De verdachte heeft herhaaldelijk en minutenlang met een laserpen op een helikopter geschenen, een kwetsbaar, laag vliegend luchtvaartuig. Het is aan haar schuld te wijten dat als gevolg van haar handelen gevaar is ontstaan voor het luchtverkeer. Het hof neemt de verdachte haar aanmerkelijk onvoorzichtige gedrag kwalijk en is van oordeel dat de door de advocaat-generaal gevorderde straf onvoldoende recht doet aan de aard en de ernst van het feit. In beginsel is het hof van oordeel dat in dit geval, om de ernst van het feit te benadrukken en met het oog op generale preventie, oplegging van een geheel onvoorwaardelijke (taak) straf gerechtvaardigd is.
Het hof heeft echter in de proceshouding van de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep (zij is zeer geschrokken van de aanhouding, zij schaamt zich en begrijpt inmiddels het gevaar van haar handelen) en in de omstandigheid dat zij in Hongarije woont, aanleiding gezien haar, naast een geldboete, een geheel voorwaardelijke taakstraf op te leggen.
Uit een uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 26 maart 2026 blijkt dat de verdachte in Nederland niet eerder strafrechtelijk is veroordeeld.
Het hof acht, alles afwegende, een geldboete en een geheel voorwaardelijke taakstraf van na te melden hoogte dan wel duur, passend en geboden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straffen zijn gegrond op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 23, 24, 24a, 24c en 165 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het subsidiair tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het subsidiair bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een
geldboetevan
€ 500,00 (vijfhonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
5 (vijf) dagen hechtenis.
Bepaalt dat het totaal van de
geldboetesmag worden voldaan in
2 (twee) termijnenvan
2 maanden, elke termijn groot
€ 250,00 (tweehonderdvijftig euro).
Veroordeelt de verdachte tot een
taakstrafvoor de duur van
60 (zestig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door
30 (dertig) dagen hechtenis.
Bepaalt dat de taakstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd van
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. R.P. den Otter, mr. A.M. Koolen - Zwijnenburg en mr. J. Piena, in tegenwoordigheid van
mr. A. Scheffens, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van
23 april 2026.
Mr. A.M. Koolen – Zwijnenburg en mr. J. Piena zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

Voetnoten

1.Een proces-verbaal van bevindingen van 19 maart 2024 met nummer PL1100-2024057588-2, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren, digitale pagina 8.
2.Een proces-verbaal van bevindingen van 19 juli 2024 met nummer PL1100-2024057588-11, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.
3.Een proces-verbaal van bevindingen van 19 maart 2024 met nummer PL1100-2024057588-2, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren, digitale pagina 8.
4.Een proces-verbaal van voorgeleiding na aanhouding van 17 maart 2024 met nummer PL1100-2024057588-4, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar, digitale pagina 19.