Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHAMS:2026:1399

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
26 mei 2026
Publicatiedatum
26 mei 2026
Zaaknummer
200.360.287/01
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:250 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Benoeming bijzondere curator voor minderjarige kinderen in omgangszaak

In deze civiele zaak betreffende personen- en familierecht heeft het Gerechtshof Amsterdam op 26 mei 2026 besloten een bijzondere curator te benoemen voor twee minderjarige kinderen. De vader was verzoeker in hoger beroep en de gecertificeerde instelling De Jeugd- en Gezinsbeschermers was verweerster. De moeder was vertegenwoordigd door een advocaat.

Het hof achtte het noodzakelijk meer duidelijkheid te verkrijgen over de situatie van de kinderen, mede vanwege de verstoorde relatie tussen de ouders en het loyaliteitsconflict waarin de kinderen verkeren. De moeder had geen bezwaar tegen de benoeming van mevrouw [curator] als bijzondere curator, hoewel zij de afstand tot de curator bezwaarlijk vond en hoopte op online afspraken.

De bijzondere curator krijgt de opdracht onderzoek te doen naar de wensen en belangen van de kinderen omtrent contact met de vader, belemmerende factoren, noodzakelijke hulp, en passende omgangsmodaliteiten. Het hof verzocht de curator gesprekken te voeren met de kinderen en ouders, ook buiten aanwezigheid van de ouders, en verslag uit te brengen.

De advocaten van de ouders dienen de contactgegevens van de ouders aan de curator te verstrekken, en de griffie zal de processtukken aan de curator beschikbaar stellen. De behandeling van de zaak is aangehouden tot zondag 30 augustus 2026, de datum van de pro forma zitting. Alle verdere beslissingen zijn aangehouden in afwachting van het verslag van de bijzondere curator.

Uitkomst: Het hof benoemt een bijzondere curator om de belangen van de minderjarige kinderen te behartigen en houdt verdere beslissingen aan tot het verslag is uitgebracht.

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

Afdeling civiel recht en belastingrecht
Team III (familie- en jeugdrecht)
zaaknummer: 200.360.287/01
zaaknummer rechtbank: C/13/769976 / JE RK 25-380
beschikking van de meervoudige kamer van 26 mei 2026 in de zaak van
[de vader] ,
wonende te [plaats A] ,
verzoeker in hoger beroep,
hierna: de vader,
advocaat: mr. J.J.M. Kleiweg te Amsterdam,
en
de gecertificeerde instelling stichting De Jeugd- en Gezinsbeschermers,
gevestigd te [plaats B] ,
verweerster in hoger beroep,
hierna: de GI.
Het hof heeft daarnaast als belanghebbenden aangemerkt:
- de minderjarige [minderjarige 1] , hierna: [minderjarige 1] ,
- de minderjarige [minderjarige 2] , hierna: [minderjarige 2] , en
- [de moeder] , hierna: de moeder, vertegenwoordigd door mr. M.C. Spil, advocaat te Amsterdam.
In de procedure heeft een adviserende taak:
de Raad voor de Kinderbescherming,
gevestigd te Den Haag, locatie [plaats B] ,
hierna: de raad.

1.Het verdere verloop van de procedure in hoger beroep

1.1
Bij tussenbeschikking van dit hof van 21 april 2026 (hierna: de tussenbeschikking) zijn de
ouders in de gelegenheid gesteld zich uiterlijk 5 mei 2026 schriftelijk uit te laten over het voornemen van het hof om mevrouw [curator] (hierna te noemen: [curator] ) tot bijzondere curator te benoemen en over de aan haar te stellen vragen als onder 5.10 van die tussenbeschikking opgenomen.
1.2
De vader heeft zich bij bericht van 24 april 2026 uitgelaten over de benoeming en de aan de bijzondere curator te stellen vragen.
1.3
Namens mr. Spil is op 29 april 2026 verzocht om uitstel van één week om te reageren op de vragen van het hof. Het hof heeft het uitstelverzoek diezelfde dag gehonoreerd en mr. Spil verzocht om uiterlijk 12 mei 2026 te reageren.
1.4
De moeder heeft zich bij bericht van 11 mei 2026 uitgelaten over de benoeming en de aan de bijzondere curator te stellen vragen.

2.De verdere beoordeling

2.1
De vader heeft bij bericht van 24 april 2026 medegedeeld dat hij instemt met de benoeming van [curator] als bijzondere curator en de aan haar te stellen vragen, zoals opgenomen onder 5.10 van de tussenbeschikking.
2.2
De moeder heeft bij bericht van 11 mei 2026 te kennen gegeven dat zij in haar verweer en tijdens de zitting reeds heeft aangegeven dat zij een traject voor de kinderen op dit moment (te) belastend vindt en om welke reden zij dit nu niet in het belang van de kinderen vindt. Zij handhaaft haar ingenomen standpunten. Daarnaast heeft zij aangegeven geen bezwaren te hebben tegen [curator] , omdat zij kundig en ervaren lijkt. De moeder vindt de afstand wel bezwaarlijk, omdat zij nu geen auto heeft. Zij gaat ervan uit dat een online afspraak tot de mogelijkheden behoort als [curator] wordt benoemd. Verder heeft de moeder geen opmerkingen over de aan [curator] te stellen vragen, maar vindt zij het wel van belang dat [curator] kennis zal nemen van het dossier in verband met de gebeurtenissen in het verleden en de inzet van hulpverlening. De moeder verzoekt dit dan ook in de opdracht aan [curator] mee te nemen.
De beoordeling
2.3
Wat betreft de bezwaren van de moeder tegen de benoeming van een bijzondere curator overweegt het hof als volgt. Het hof is van oordeel dat er meer duidelijkheid over (de situatie van) de kinderen nodig is dan nu voorhanden is. De huidige situatie waarin de kinderen de vader niet zien, is onwenselijk voor de ontwikkeling van de kinderen. De kindgesprekken die het hof met de kinderen heeft gevoerd, zijn beperkt van aard en geven evenmin voldoende antwoord op de voorgestelde vragen. Een bijzondere curator is beter in staat antwoord te geven op de voorgestelde vragen. Daarbij komt dat het hof van oordeel is dat gezien de verstoorde verhouding tussen de ouders en het loyaliteitsconflict waarin de kinderen zitten, het in het belang van de kinderen is dat zij door een bijzondere curator worden vertegenwoordigd in deze procedure. Gebleken is dat de moeder geen bezwaren heeft tegen [curator] als bijzondere curator. Zoals in de tussenbeschikking overwogen, heeft [curator] zich bereid verklaard om als bijzondere curator voor [minderjarige 1] en [minderjarige 2] op te treden. Het hof zal dan ook overgaan tot benoeming van [curator] als bijzondere curator voor [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . Voor zover de moeder heeft aangegeven dat zij de afstand bezwaarlijk vindt en dat zij er daarom vanuit gaat dat een online afspraak tot de mogelijkheden behoort als [curator] wordt benoemd, overweegt het hof als volgt. Het is aan de bijzondere curator om de afspraken met de ouders in te vullen zoals het haar goeddunkt.
2.4
In de tussenbeschikking heeft het hof vragen geformuleerd om voor te leggen aan [curator] en gemotiveerd waarom het hof beantwoording van deze vragen noodzakelijk acht. De ouders hebben geen bezwaren tegen de door het hof geformuleerde vragen.
2.5
De bijzondere curator dient de kinderen in het kader van de procedure in en buiten rechte te vertegenwoordigen en hun belangen te behartigen. In het kader van die taak wordt de bijzondere curator verzocht onderzoek te verrichten en antwoord te geven op de volgende vragen:
1. Wat zijn de wensen en belangen van de kinderen ten aanzien van contact met hun vader?
2. Zijn er factoren vanuit de kinderen of factoren buiten de kinderen gelegen die het contact(herstel) met de vader belemmeren? Zo ja, welke zijn dat dan en kunnen deze worden opgeheven?
3. Is verdere hulp noodzakelijk en, zo ja, welke hulp of interventie zou passend kunnen zijn?
4. Indien bij de kinderen ruimte is voor omgang met de vader, welke invulling, frequentie en duur is dan passend en haalbaar voor het omgangsmoment?
5. Welke andere bevindingen die relevant zijn voor de te nemen beslissing ten aanzien van de omgang volgen uit het onderzoek?
2.6
Het hof acht het van belang dat de bijzondere curator gesprekken voert met de ouders en met de kinderen op de wijze die zij aangewezen acht. Dit kan ook inhouden dat zij de kinderen buiten aanwezigheid van de ouders hoort.
Verder verzoekt het hof de bijzondere curator al datgene te doen wat het belang van de minderjarigen dient, waarbij het haar vrijstaat op eigen initiatief gesprekken met derden te voeren, indien zij inschat dat deze derden relevante informatie kunnen verschaffen. De bijzondere curator wordt verzocht schriftelijk verslag van haar bevindingen aan het hof uit te brengen.
2.7
Het hof zal bepalen dat de advocaten van de vader en de moeder de bijzondere curator van adres-, e-mail- en telefoongegevens zullen voorzien, zodat zo spoedig mogelijk afspraken kunnen worden gemaakt.
2.8
Om de bijzondere curator in de gelegenheid te stellen op korte termijn van de zaak kennis te nemen, zal de griffie van het hof een afschrift van de processtukken aan de bijzondere curator ter beschikking stellen.
2.9
Het hof wijst de ouders erop dat zij verplicht zijn aan de door de bijzondere curator te geven instructies gevolg te geven. Voorts verzoekt het hof de bijzondere curator de leidraad werkwijze en verslag bijzondere curatoren ex artikel 1:250 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW) in acht te nemen. In afwachting van het verslag van de bijzondere curator wordt iedere verdere beslissing aangehouden.
2.1
Het voorgaande leidt tot de volgende beslissing.

3.De beslissing

Het hof:
benoemt, alvorens verder te beslissen, met ingang van heden tot bijzondere curator als bedoeld in artikel 1:250 BW Pro over de minderjarigen [minderjarige 1] en [minderjarige 2] :
Mevrouw [curator]
[adres]
verzoekt [curator] verslag uit te brengen ten aanzien van de vragen zoals onder 2.5 opgenomen;
bepaalt dat (de advocaten van) de ouders per ommegaande adressen, email- en telefoongegevens aan [curator] ter kennis brengen, zodat zo spoedig mogelijk afspraken kunnen worden gemaakt;
benoemt tot raadsheer-commissaris mr. D.H. Steenmetser-Bakker, met wie [curator] zich, indien daartoe aanleiding is, omtrent het verloop en de voortgang van het onderzoek contact kan opnemen;
bepaalt dat de griffier van het hof binnen één week na de datum van deze beschikking een afschrift van de processtukken aan [curator] zal toezenden;
verzoekt [curator] het verslag uiterlijk één week voor de hierna te noemen pro forma datum aan het hof en aan de ouders toe te sturen, met vermelding van het zaaknummer 200.360.287/01;
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
houdt de behandeling van de zaak pro forma aan tot
zondag 30 augustus 2026;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze beschikking is gegeven door mr. D.H. Steenmetser-Bakker, mr. P.F.E Geerlings en mr. G.J. Baken, in tegenwoordigheid van mr. I.L.I. Bossert als griffier en is op 26 mei 2026 in het openbaar uitgesproken door de voorzitter.