Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
,geboren [in] 2015 te [gemeente] .
Gerechtshof Amsterdam
In deze zaak staat de zorg- en vakantieregeling voor twee minderjarige kinderen centraal na de beëindiging van de relatie tussen de ouders. De vader verzoekt een uitgebreidere zorgregeling met extra doordeweekse omgangsmomenten en een gedetailleerde vakantieregeling, terwijl de moeder terughoudender is en pleit voor minder frequente doordeweekse momenten en overleg over vakanties.
Het hof neemt de feiten over uit de eerdere tussenbeschikking en weegt de belangen van de kinderen, waarbij het belang van continuïteit en rust doordeweeks wordt benadrukt. De reistijd tussen de woonplaatsen van de ouders is aanzienlijk, waardoor extra doordeweekse omgangsmomenten bij de vader niet in het belang van de kinderen zijn. Het hof suggereert alternatieven zoals ontmoetingen in de buurt van de moeder of videobellen.
De zorgregeling wordt gewijzigd zodat de kinderen om de week van vrijdag 17:00 uur tot zondag 20:00 uur bij de vader verblijven. De verblijfregeling tijdens de voorjaars- en herfstvakantie wordt bekrachtigd en de overige vakanties worden verdeeld in onderling overleg, waarbij maximaal twee aaneengesloten weken in de zomervakantie bij één ouder worden doorgebracht. De verzoeken van de moeder met betrekking tot studiedagen worden afgewezen. De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het hof wijzigt de zorgregeling en bekrachtigt de verblijfregeling tijdens voorjaars- en herfstvakantie, met overige vakanties in onderling overleg.