Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Zaak in het kort
2.Geding in hoger beroep
3.Feiten
- Tussen management en medewerkers;
- Tussen medewerkers onderling;
- Tussen het management onderling.
- hoe wordt er door leidinggevenden binnen de [bedrijf] Sloterdijk met medewerkers omgegaan in diverse situaties gerelateerd aan de werkzaamheden en management verantwoordelijkheden;
- welke cultuur aan de orde is op de bus- [bedrijf] Sloterdijk en ‘de toon van de muziek’ die wordt gehanteerd door leidinggevenden en hoe wordt dit beleefd door medewerkers;
- de omgangsvormen door medewerkers en leidinggevenden die worden gehanteerd in relatie tot de gedragscode en omgangsvormen die voor [geïntimeerde] van toepassing zijn;
- de toepassing van integriteitsaspecten en mogelijke reputatierisico’s vanuit operationele procesgang.
- In hoeverre is de inhoud van de gedane meldingen de feitelijke situatie?
- Welke integriteitsaspecten zijn hierbij aan de orde en op welke wijze moet op de bevindingen worden geacteerd?
- Hoe worden de omgangsvormen en gedragscode toegepast in de relaties medewerkers – management en medewerkers en management onderling.
- Door alle betrokken wordt aangegeven dat discriminatie en racisme regelmatig aan de orde zijn op Sloterdijk;
- De manier van met elkaar omgaan is niet (altijd) in lijn met of in de geest van de gedragscode en de nieuwe [geïntimeerde] omgangsvormen zowel door management en medewerkers;
- Er leeft wederzijds wantrouwen tussen management en een deel van de medewerkers onderling;
- Een groot deel van de melders is bereid, mits er voldoende veiligheid wordt ervaren, om zich actief in te zetten voor herstel van de situatie;
- Op dit moment is er onvoldoende vertrouwen over en weer om zonder interventie (neutrale partij en volwassen benadering) te kunnen werken aan herstel van de situatie. Om die reden is het essentieel dat er ondersteuning van buiten de vervoerseenheid Bus wordt ingezet en deze met een open houding wordt ontvangen.
2.Belevingen tijdens het onderzoek door:
Medewerkers
De unitmanager van Sloterdijk heeft enkele uitspraken gedaan die voor afstand hebben gezorgd in het vertrouwen tussen medewerkers / collega’s en haar:
De unitmanager zou hebben gezegd dat mensen het vertrouwen eerst bij haar moeten verdienen alvorens zij vanuit vertrouwen [naam 10] werken (in persoonlijk kennismakingsgesprek met de Compliance Officer). Woorden/uitspraken van gelijke strekking zijn ook aangegeven door de HR-business partner, collega unitmanagers en personenvervoerders bus;
Door meerdere melders is aangegeven dat er woorden van gelijke strekking wordt gezegd door de unitmanager: “ik hoor alles toch wel”;
De unitmanagers uit regelmatig dat ze bij de politie heeft gewerkt. Dit wordt als storend ervaren en draagt niet bij aan het gevoel van veiligheid;
Er wordt aangegeven dat in de rechtbank door de unitmanager van Sloterdijk een discriminerende opmerking is gemaakt (het zijn altijd de oudere blanke medewerkers die …);
In een recente case is een bandopname geluisterd waarin de unitmanager (ondanks een verder prima gesprek van haar zijde) een uitspraak doet: “en jij wilt nog wel bij [geïntimeerde] blijven werken, wat je nu doet is dan niet handig” (hard feit).
Waar de privésituatie als belangrijkste factor beschouwd [naam 10] worden voor de ziekmelding van betrokkene, zijn de bijzondere werkomstandigheden het belangrijkst voor het voortduren van de klachten en het ziekteverzuim van betrokkene.”.
4.Procedure in eerste aanleg
- een billijke vergoeding van € 451.441,- bruto,
- dan wel een vergoeding van datzelfde bedrag op grond van artikel 7:611 of Pro 7:658 BW,
- een immateriële schadevergoeding van € 10.000,- netto,
- alles vermeerderd met de wettelijke rente.
5.Verzoeken en vorderingen in hoger beroep
6.Beoordeling
Kamerstukken II, 2013-2014, 33 818, nr. 3, pag. 40). Uit de in de parlementaire geschiedenis genoemde voorbeelden en toelichtingen blijkt dat het moet gaan om een duidelijk en uitzonderlijk laakbaar handelen of nalaten, dat valt te kwalificeren als duidelijk strijdig met goed werkgeverschap en op één lijn te stellen is met de daarin genoemde voorbeelden. De regering heeft als één van de voorbeelden van ernstige verwijtbaarheid genoemd de situatie waarin de werkgever zijn re-integratieverplichtingen bij ziekte grovelijk heeft veronachtzaamd (
Kamerstukken II2013-2014, 33 818, C, pag. 113). De lat voor het aannemen van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten ligt dus hoog.
‑. In artikel 6:106 lid 1 BW Pro is - voor zover hier van belang - bepaald dat de benadeelde voor nadeel dat niet in vermogensschade bestaat recht heeft op een naar billijkheid vast te stellen schadevergoeding indien a) de aansprakelijke persoon het oogmerk had zodanig nadeel toe te brengen, of b) de benadeelde lichamelijk letsel heeft opgelopen, in zijn eer of goede naam is geschaad of op andere wijze in zijn persoon is aangetast.