Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHAMS:2026:1487

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
26 mei 2026
Publicatiedatum
2 juni 2026
Zaaknummer
23-002318-25
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9a SrArt. 63 SrArt. 404 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging vonnis met vernietiging strafoplegging wegens ISD-maatregel

Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in Amsterdam van 9 oktober 2025, waarin verdachte werd veroordeeld voor meerdere strafbare feiten waaronder poging zware mishandeling, vernieling, bedreiging, winkeldiefstal en overtreding van een gebiedsverbod.

De verdachte was in eerste aanleg vrijgesproken van één tenlastelegging, maar het hof verklaarde het hoger beroep daarop niet-ontvankelijk. Het hof bevestigde het vonnis van de politierechter, behalve de opgelegde gevangenisstraf, die het vernietigde vanwege de recente onherroepelijke ISD-maatregel die aan verdachte was opgelegd in een andere strafzaak.

Gezien de ernst van de feiten en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waaronder het strafblad en de ISD-maatregel, besloot het hof op grond van artikel 9a Sr geen straf of maatregel op te leggen. Hierdoor krijgt verdachte na afloop van de ISD-maatregel de kans om zijn leven te beteren zonder additionele strafoplegging.

De overige beslissingen van het vonnis, waaronder de schadevergoedingsmaatregelen, werden bevestigd. Het arrest werd uitgesproken op 26 mei 2026 door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam.

Uitkomst: Het hof vernietigt de opgelegde gevangenisstraf en legt geen nieuwe straf op vanwege de recent opgelegde ISD-maatregel.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-002318-25
datum uitspraak: 26 mei 2026
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam, gewezen op het hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 9 oktober 2025 in de gevoegde strafzaken onder de parketnummers 13-145123-25 (zaak A) en 13-221601-25 (zaak B) en 13-238607-25 (zaak C), alsmede 13-075721-25 (TUL) tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1984,
thans uit anderen hoofde gedetineerd in [detentieadres] .

Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep

De verdachte is door politierechter vrijgesproken van wat aan hem in zaak A onder 2 is tenlastegelegd. Het hoger beroep is door de verdachte onbeperkt ingesteld en is derhalve mede gericht tegen deze in eerste aanleg gegeven beslissing tot vrijspraak. Gelet op hetgeen is bepaald in artikel 404, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering staat voor de verdachte tegen deze beslissing geen hoger beroep open. Het hof zal de verdachte daarom niet-ontvankelijk verklaren in het ingestelde hoger beroep, voor zover dat is gericht tegen de in het vonnis in zaak A onder 2 gegeven vrijspraak.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 12 mei 2026 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van wat de verdachte en de raadsvrouw naar voren hebben gebracht.

Vonnis waarvan beroep

Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen behalve ten aanzien van de opgelegde gevangenisstraf. In zoverre zal het vonnis worden vernietigd.

Toepassing van artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht

De politierechter heeft de verdachte voor het in de zaak A onder 1 primair, 3 en 4 en in het zaak B en zaak C bewezenverklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf van 10 weken, met aftrek van voorarrest.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor diezelfde feiten zal worden veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 1 maand, met een proeftijd van 2 jaren.
De raadsvrouw heeft verzocht dat de verdachte schuldig zal worden verklaard zonder oplegging van straf of maatregel, omdat hem inmiddels bij vonnis van de rechtbank Amsterdam van 19 december 2025 een onherroepelijke ISD-maatregel is opgelegd. In dat geval kan de verdachte na ommekomst van die maatregel met een schone lei beginnen, aldus de raadsvrouw.
Het hof heeft in hoger beroep gelet op de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.
De verdachte heeft zich binnen een aantal maanden schuldig gemaakt aan vijf strafbare feiten. Zo heeft de verdachte zich in een metro schuldig gemaakt aan een poging tot zware mishandeling en vernieling. Met zijn handelen heeft de verdachte inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer. Bovendien heeft hij gevoelens van onveiligheid gecreëerd bij zowel het slachtoffer als de andere aanwezigen. Daarnaast heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan bedreiging van twee politieagenten, een winkeldiefstal en de overtreding van het gebiedsverbod.
Uit het strafblad van de verdachte volgt dat hij eerder onder meer onherroepelijk is veroordeeld voor bedreiging en diefstal. Het voorgaande rechtvaardigt in beginsel de oplegging van een (on)voorwaardelijke gevangenisstraf.
Het hof houdt echter sterk rekening met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals deze ter terechtzitting in hoger beroep door de verdachte en de raadsvrouw naar voren zijn gebracht. Gelet ook op artikel 63 van Pro het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) en eerdergenoemd onherroepelijk vonnis van de rechtbank Amsterdam waarbij aan de verdachte een ISD-maatregel voor de duur van 2 jaren is opgelegd, acht het hof het passend en geboden dat aan de verdachte op de voet van artikel 9a Sr geen straf of maatregel zal worden opgelegd. Zo krijgt de verdachte na afloop van de ISD-maatregel de kans om te laten zien hij zijn leven echt een andere wending wil geven.

BESLISSING

Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van het in de zaak met parketnummer 13-145123-25 onder 2 tenlastegelegde.
Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de opgelegde gevangenisstraf en doet in zoverre opnieuw recht.
Bepaalt dat geen straf of maatregel wordt opgelegd.
Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige, met inachtneming van het hiervoor overwogene
(de bevestiging betreft dus ook de beslissingen ten aanzien van de vorderingen van de benadeelde partijen en de opgelegde schadevergoedingsmaatregelen).
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. D.A.C. Koster, mr. R.A.E. van Noort en mr. T. de Bont, in tegenwoordigheid van mr. S.B. Kuvel, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 26 mei 2026.
Mr. R.A.E. van Noort en mr. S.B. Kuvel zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
=========================================================================
[…]