ECLI:NL:GHAMS:2026:1489
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs van belediging in brief aan werkgever
In hoger beroep heeft het gerechtshof Amsterdam het vonnis van de politierechter vernietigd en verdachte vrijgesproken van het tenlastegelegde van belediging. De verdachte werd beschuldigd van het sturen van een brief aan de werkgever van het slachtoffer, waarin werd gesteld dat het slachtoffer een casus had gesaboteerd.
De verdachte voerde onder meer een verweer van machtsmisbruik door het openbaar ministerie aan, dat door het hof werd verworpen. Het hof oordeelde dat het openbaar ministerie ontvankelijk was in de vervolging en dat er geen sprake was van willekeur of onevenredigheid in de vervolgingsbeslissing.
Het hof overwoog dat hoewel het woord 'saboteren' een negatieve connotatie heeft, de context van de brief onvoldoende duidelijkheid bood om te concluderen dat de uiting daadwerkelijk beledigend was. De bredere context waarin de brief werd verstuurd kon niet met voldoende zekerheid worden vastgesteld, waardoor het bewijs niet voldeed aan de vereiste mate van overtuiging.
Daarom werd de verdachte vrijgesproken van het tenlastegelegde. Het vonnis van de politierechter werd vernietigd en het hof sprak opnieuw recht.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van belediging in brief aan werkgever.