Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHAMS:2026:149

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
22 januari 2026
Publicatiedatum
22 januari 2026
Zaaknummer
23-002022-22
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 63 SrArt. 311 SrArt. 6 EVRM
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging vonnis diefstal in vereniging met strafvermindering wegens termijnoverschrijding

De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor diefstal in vereniging van een mobiele loktelefoon van de politie. In hoger beroep bevestigt het gerechtshof het bewezenverklaarde feit en het vonnis, met uitzondering van de strafmaat.

De politierechter legde een gevangenisstraf van 8 weken op, waarvan de advocaat-generaal de bevestiging vorderde. Het hof overweegt dat zakkenrollerij, zeker in georganiseerd verband, ernstige overlast en gevoelens van onveiligheid veroorzaakt. De diefstal van een loktelefoon verandert hieraan niets.

Het hof neemt de strafmaat van 8 weken als uitgangspunt, maar vermindert deze met 1 week vanwege een overschrijding van de redelijke termijn van berechting met bijna 1,5 jaar. De verdachte wordt veroordeeld tot 7 weken gevangenisstraf, met aftrek van voorarrest. Het vonnis wordt verder bevestigd.

Uitkomst: De verdachte is veroordeeld tot een gevangenisstraf van 7 weken wegens diefstal in vereniging, met aftrek van voorarrest, vanwege overschrijding van de redelijke termijn.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-002022-22
datum uitspraak: 22 januari 2026
TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman)
Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 22 juli 2022 in de strafzaak onder parketnummer
13-171787-22 tegen:
[verdachte] (ook bekend als: [verdachte]),
geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedag] 1988,
zonder bekende woon- of verblijfplaats.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
8 januari 2026 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van wat de raadsman naar voren heeft gebracht.

Vonnis waarvan beroep

Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit daarom bevestigen, behalve ten aanzien van de opgelegde straf – in zoverre zal het vonnis worden vernietigd – en met dien verstande dat het hof:
  • de navolgende alinea uit de bewijsoverwegingen
  • artikel 63 van Pro het Wetboek van Strafrecht aan de toepasselijke wettelijke voorschriften toevoegt;
  • de bewijsmiddelen vervangt door de bewijsmiddelen die na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Oplegging van straf

De politierechter heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezenverklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 weken, met aftrek van voorarrest.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld tot dezelfde straf als door de politierechter is opgelegd.
De verdediging heeft ten aanzien van de strafmaat geen verweer gevoerd.
Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het samen met een ander stelen van een mobiele loktelefoon van de politie. Hiermee heeft de verdachte een inbreuk gemaakt op het eigendomsrecht van een ander. Zakkenrollerij, waaronder het handelen van de verdachte kan worden geschaard, is een hinderlijk feit dat bij slachtoffers – met name in het geval van een mobiele telefoon – ernstige overlast veroorzaakt en tot gevoelens van onveiligheid leidt, ook bij de samenleving in het algemeen. Dat de gestolen telefoon in het onderhavige geval een loktelefoon betrof, doet aan het strafrechtelijk verwijt ten aanzien van de verdachte niet af.
Bij het bepalen van de op te leggen straf heeft het hof gelet op straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd en die hun weerslag vinden in de oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS). Hierin wordt voor zakkenrollerij in georganiseerd verband een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden genoemd. Gelet hierop acht het hof de door de politierechter opgelegde en door de advocaat-generaal gevorderde straf in beginsel passend en neemt het hof een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 8 weken als uitgangspunt.
Het hof heeft evenwel gelet op omstandigheid dat in hoger beroep de redelijke termijn voor berechting als bedoeld in artikel 6 van Pro het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) is overschreden. De verdachte heeft op 28 juli 2022 hoger beroep ingesteld en het hof doet op
22 januari 2026 uitspraak. Gelet hierop is de redelijke termijn van 24 maanden met bijna 1 jaar en
6 maanden overschreden. In die omstandigheid ziet het hof aanleiding om de duur van de op te leggen gevangenisstraf met 1 week te verminderen.
Het hof acht, alles afwegende, een gevangenisstraf voor de duur van 7 weken, met aftrek van voorarrest, passend en geboden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op artikelen 63 en 311 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de opgelegde straf en doet in zoverre opnieuw recht.
Veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de duur van
7 (zeven) weken.
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in
artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige, met inachtneming van het hiervoor overwogene.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. R. van der Heijden, mr. C.P.E.M. Fonteijn-van der Meulen en mr. I.M.A. Hinfelaar, in tegenwoordigheid van mr. C.H. Sillen, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 22 januari 2026.
Mr. Hinfelaar is buiten staat dit arrest te ondertekenen.
=========================================================================
[…]