Op 22 januari 2026 heeft het Gerechtshof Amsterdam uitspraak gedaan in de strafzaak tegen een verdachte die zich schuldig heeft gemaakt aan winkeldiefstal in vereniging. De verdachte, geboren in Algerije in 1998, was op het moment van de uitspraak gedetineerd in Detentiecentrum Rotterdam. Het hof heeft het vonnis van de politierechter, dat op 11 november 2022 was uitgesproken, bevestigd met uitzondering van de opgelegde straf. De politierechter had de verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van 8 weken, waarvan 2 weken voorwaardelijk. De advocaat-generaal had een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 8 weken gevorderd, maar de raadsman voerde aan dat de redelijke termijn was overschreden en dat de verdachte inmiddels naar Algerije was uitgezet. Het hof heeft de gevangenisstraf verlaagd naar 6 weken, rekening houdend met de overschrijding van de redelijke termijn van bijna 14 maanden. De verdachte had samen met een ander twee broeken gestolen door deze in een geprepareerde tas met aluminiumfolie te verstoppen. Het hof heeft de ernst van de diefstal en de omstandigheden waaronder deze is gepleegd in overweging genomen, evenals de eerdere veroordeling van de verdachte voor een soortgelijke zaak. De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 63 en 311 van het Wetboek van Strafrecht. Het hof heeft de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht in mindering gebracht op de opgelegde gevangenisstraf. Het arrest is uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier, mr. C.H. Sillen, en is ondertekend door de rechters, met uitzondering van mr. Hinfelaar, die buiten staat was om te ondertekenen.