Uitspraak
13-109819-23 tegen:
Onderzoek van de zaak
8 januari 2026 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Vonnis waarvan beroep
- artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht aan de toepasselijke wettelijke voorschriften toevoegt;
- de bewijsmiddelen vervangt door de bewijsmiddelen die na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.
Oplegging van straf
2 maanden genoemd. Gelet hierop acht het hof de door de politierechter opgelegde gevangenisstraf voor de duur van 8 weken in beginsel passend en neemt het die straf als uitgangspunt.
22 januari 2026 uitspraak. Gelet hierop is de redelijke termijn van 24 maanden met ruim 7 maanden overschreden. In die omstandigheid ziet het hof aanleiding om de duur van de op te leggen gevangenisstraf met 1 week te verminderen.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
7 (zeven) weken.
artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.