Uitspraak
[uiteindelijk aandeelhouder A],
mrs. R.J.W. Analbersen
R.A. Siebelink, beiden kantoorhoudende te Amsterdam,
[uiteindelijk aandeelhouder B],
mrs. K.W.C. Geurtsen
C.R.G. Gäbler, beiden kantoorhoudende te Arnhem,
- DHM Corp B.V. en [uiteindelijk aandeelhouder A] als respectievelijk DHM Corp en [uiteindelijk aandeelhouder A] en gezamenlijk als [uiteindelijk aandeelhouder A c.s.] ;
- Idris Holding B.V. en [uiteindelijk aandeelhouder B] als respectievelijk Idris Holding en [uiteindelijk aandeelhouder B] en gezamenlijk als [uiteindelijk aandeelhouder B c.s.] ;
- Acvita Holding B.V. als Holding BV;
- Acvita Service B.V. als Service BV;
- Acvita Personeel B.V. als Personeel BV;
- Holding BV, Service BV en Personeel BV gezamenlijk als de Vennootschappen.