ECLI:NL:GHAMS:2026:1586
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging beëindiging gezamenlijk gezag en toekenning eenhoofdig gezag aan moeder
De zaak betreft het gezag over twee minderjarige kinderen en hun hoofdverblijfplaats. De rechtbank had het gezamenlijk gezag van de ouders beëindigd en de moeder het eenhoofdig gezag toegekend. De vader ging hiertegen in hoger beroep en verzocht het gezamenlijk gezag te handhaven en de hoofdverblijfplaats bij de moeder te bepalen. De moeder steunde de beslissing over het gezag en wilde tevens de hoofdverblijfplaats bij haar laten vaststellen.
In de procedure werd duidelijk dat de ouders een langdurig verstoorde verstandhouding hebben, waarbij communicatie en overleg over de kinderen niet mogelijk zijn. De vader heeft de kinderen sinds 2023 niet fysiek gezien en beperkt contact via begeleid videobellen. Diverse instanties, waaronder de gecertificeerde instelling en de Raad voor de Kinderbescherming, adviseren tegen gezamenlijk gezag vanwege de problematiek, waaronder vermoedens van intieme terreur en dwingende controle door de vader.
Het hof oordeelt dat het gezamenlijk gezag terecht is beëindigd en dat het eenhoofdig gezag aan de moeder toekomt, omdat gezamenlijk gezag niet in het belang van de kinderen is gezien de onmogelijkheid tot overleg en besluitvorming. Het verzoek van de vader tot schorsing van de beschikking wordt niet-ontvankelijk verklaard. Het verzoek tot vaststelling van de hoofdverblijfplaats behoeft geen verdere beoordeling nu de moeder het eenhoofdig gezag heeft.
De beschikking van de rechtbank wordt bekrachtigd, waarmee de moeder voortaan het gezag over de kinderen uitoefent.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beëindiging van het gezamenlijk gezag en kent het eenhoofdig gezag toe aan de moeder.