Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHAMS:2026:1608

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
22 mei 2026
Publicatiedatum
16 juni 2026
Zaaknummer
23-003167-23
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak mishandeling wegens onvoldoende bewijs en niet-ontvankelijkheid benadeelden

Het gerechtshof Amsterdam heeft op 22 mei 2026 uitspraak gedaan in hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter van 1 december 2023. De verdachte werd beschuldigd van mishandeling van twee personen op 20 mei 2023 in Amsterdam. Het hof heeft het vonnis van de politierechter vernietigd en de verdachte vrijgesproken omdat niet met de vereiste mate van zekerheid kon worden vastgesteld dat hij zich schuldig had gemaakt aan de tenlastegelegde feiten.

De advocaat-generaal en de verdediging waren het eens over de vrijspraak, waarbij de verdediging tevens een beroep op noodweer deed. Het hof kon op basis van het dossier en de zitting niet vaststellen wat zich precies had voorgedaan, mede door tegenstrijdige verklaringen over de aanleiding en het geweld.

De benadeelde partijen hadden in eerste aanleg schadevergoedingen gevorderd die waren toegewezen. Nu de verdachte is vrijgesproken, verklaart het hof de benadeelde partijen niet-ontvankelijk in hun vorderingen, omdat de schade niet aan het bewezen verklaarde handelen kan worden toegerekend.

Het arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, bestaande uit de rechters T. de Bont, D.A.C. Koster en A.W.T. Klappe, en uitgesproken op 22 mei 2026.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van mishandeling wegens onvoldoende bewijs en benadeelde partijen worden niet-ontvankelijk verklaard in hun schadevorderingen.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-003167-23
datum uitspraak: 22 mei 2026
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam, gewezen op het hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 1 december 2023 in de strafzaak onder parketnummer
13-164832-23 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1991,
adres: [adres] .

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 8 mei 2026 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsvrouw naar voren hebben gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
hij op of omstreeks 20 mei 2023 te Amsterdam [slachtoffer 1] heeft mishandeld door die [slachtoffer 1] meermalen (met zijn vuist(en)) tegen zijn neus en/of hoofd en/of schouder, althans het lichaam te slaan/stompen
en/of
[slachtoffer 2] heeft mishandeld door die [slachtoffer 2] meermalen (met zijn vuist(en)) tegen haar neus en/of gezicht, althans het hoofd en/of haar schouder te slaan/stompen.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof anders dan de politierechter tot een vrijspraak komt.

Standpunten Openbaar Ministerie en verdediging

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden vrijgesproken, omdat te veel twijfel bestaat over hetgeen zich heeft afgespeeld op 20 mei 2023.
De verdediging heeft zich ook op het standpunt gesteld dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van het tenlastegelegde feit. De raadsvrouw heeft daartoe een beroep gedaan op noodweer.

Vrijspraak

Op basis van het procesdossier en het verhandelde ter zitting heeft het hof niet kunnen vaststellen wat zich precies heeft voorgedaan tussen de aangevers en de verdachte op 20 mei 2023 in de Ziggo Dome. Over de aanleiding voor de confrontatie en het vervolgens, al dan niet, toegepaste geweld lopen de verklaringen sterk uiteen. Met de advocaat-generaal en de raadsvrouw is het hof dan ook van oordeel dat niet met de voor een bewezenverklaring vereiste mate van zekerheid kan worden vastgesteld dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan hetgeen hem ten laste is gelegd, zodat de verdachte hiervan moet worden vrijgesproken.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 1.188,26. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen.
De verdachte wordt vrijgesproken van het tenlastegelegde handelen waardoor de gestelde schade zou zijn veroorzaakt. De benadeelde partij kan daarom in de vordering niet worden ontvangen.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 600,00. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen.
De verdachte wordt vrijgesproken van het tenlastegelegde handelen waardoor de gestelde schade zou zijn veroorzaakt. De benadeelde partij kan daarom in de vordering niet worden ontvangen.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1]
Verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 1] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding.
Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2]
Verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 2] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. T. de Bont, mr. D.A.C. Koster en mr. A.W.T. Klappe, in tegenwoordigheid van
mr. S.B. Zoet, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van
22 mei 2026.