Op 19 december 2024 werd verdachte aangehouden met een paardentrailer vol dozen en gereedschapskisten met gestolen gereedschap, accu's en acculaders, voorzien van stickers van het bedrijf van de benadeelde partij. Verdachte verklaarde de trailer recent te hebben gekocht en dozen voor vrienden naar Roemenië te vervoeren.
Het hof oordeelde dat verdachte bewust de aanmerkelijke kans aanvaardde dat de goederen gestolen waren, en veroordeelde hem voor opzetheling. Medeplegen werd niet bewezen geacht vanwege onvoldoende bewijs over de andere inzittenden.
De benadeelde partij vorderde schadevergoeding, maar het hof verklaarde deze niet-ontvankelijk wegens onvoldoende onderbouwing. De straf werd vastgesteld op drie maanden gevangenisstraf, met aftrek van voorarrest, conform de ernst van het feit en persoonlijke omstandigheden van verdachte.
Het hof vernietigde het eerdere vonnis en sprak verdachte vrij van overige tenlasteleggingen. De straf is passend geacht gezien de aard van het delict en de omstandigheden waaronder het is gepleegd.