ECLI:NL:GHAMS:2026:1693

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
25 juni 2026
Publicatiedatum
26 juni 2026
Zaaknummer
200.357.153/01 OK
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vaststelling begroting onderzoekskosten in enquêteprocedure tegen failliete vennootschap

De Ondernemingskamer van het Gerechtshof Amsterdam behandelde een beschikking in een enquêteprocedure tegen de failliete besloten vennootschap DBMC NL B.V. en andere belanghebbenden. De procedure betreft een onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van DBMC NL B.V. over de periode van 1 januari 2019 tot 24 september 2024.

De Ondernemingskamer had mr. Ph.W. Schreurs benoemd als onderzoeker. Deze heeft een plan van aanpak en een begroting van de onderzoekskosten ingediend, waarin hij het aantal uren (364) en het uurtarief (€450) specificeerde, wat resulteert in een totaalbedrag van €145.600 exclusief omzetbelasting. Partijen kregen de gelegenheid om op deze begroting te reageren, maar er zijn geen bezwaren ingediend.

De Ondernemingskamer oordeelde dat de begroting niet onredelijk is en stelde het bedrag van de onderzoekskosten vast op €145.600 exclusief omzetbelasting. De beschikking werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard en in het openbaar uitgesproken op 25 juni 2026 door mr. A.P. Wessels namens de kamer.

Uitkomst: De Ondernemingskamer stelt de onderzoekskosten vast op €145.600 exclusief omzetbelasting en verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Uitspraak

beschikking
___________________________________________________________________
GERECHTSHOF AMSTERDAM
ONDERNEMINGSKAMER
zaaknummer: 200.357.153/01 OK
beschikking van de Ondernemingskamer van 25 juni 2026
inzake
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
OPTIALLERVERST B.V.,
gevestigd te Delft,
VERZOEKSTER,
advocaat:
mr. C.F.W.A. Hamm, kantoorhoudende te Rotterdam,
t e g e n
de in staat van faillissement verkerende besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
DBMC NL B.V.,
gevestigd te Breda,
VERWEERSTER,
e n t e g e n

1.[certificaathouder] ,

wonende te [....] ,
advocaten:
mr. L.L.M. Prinsenen
mr. C. Lathouwers, beiden kantoorhoudend te Breda,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
MAVET B.V.,
gevestigd te Hedel,
3.
[enig bestuurder van Mavet] ,
wonende te [....] ,
advocaten:
mr. O.J. Hennisen
mr. M.C.J. Jonckers, beiden kantoorhoudende te Amsterdam,
4. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
MTS MANAGEMENT B.V.,
gevestigd te Puth,
niet bij advocaat verschenen,
5.
mr. K.E.H. DE KLERK,
in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van
DBMC NL B.V., kantoorhoudend te Tilburg,
6. de stichting
STICHTING ADMINISTRATIEKANTOOR AVECO,
gevestigd te ’s-Hertogenbosch,
BELANGHEBBENDEN.

1.Het verloop van het geding

1.1
Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar de beschikkingen van 8 en 14 april 2026 in deze zaak.
1.2
Bij die beschikkingen heeft de Ondernemingskamer – voor zover thans van belang - een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van DBMC NL B.V. over de periode vanaf 1 januari 2019 tot 24 september 2024 en mr. Ph.W. Schreurs benoemd teneinde het onderzoek te verrichten.
1.3
De onderzoeker heeft bij e-mail van 9 juni 2026 een plan van aanpak met begroting van de kosten van het onderzoek aan de Ondernemingskamer gestuurd. De secretaris van de Ondernemingskamer heeft (de advocaten van) partijen vervolgens in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over de begroting van de kosten.
1.4
Hierop is geen reactie van partijen door de Ondernemingskamer ontvangen.

2.De gronden van de beslissing

2.1
De onderzoeker heeft het aantal uren dat het onderzoek in beslag zal nemen geraamd (364 uren) en opgave gedaan van zijn uurtarief (€ 450). De onderzoeker begroot dat het onderzoek in totaal € 145.600, de verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen, zal kosten.
2.2
Er zijn geen bezwaren aangevoerd tegen de begroting van de onderzoeker. De begroting van de te besteden tijd en de daaraan verbonden kosten komt de Ondernemingskamer niet onredelijk voor. De Ondernemingskamer zal derhalve het bedrag dat het onderzoek mag kosten vaststellen op € 145.600, de verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen.

3.De beslissing

De Ondernemingskamer:
stelt het bedrag dat het onderzoek mag kosten vast op € 145.600, de verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. E. Loesberg, voorzitter, mr. A.W.H. Vink en mr. A.P. Wessels, raadsheren, en drs. V.G. Moolenaar en W. Wind, raden, in tegenwoordigheid van mr. N.E.M. Keereweer, griffier, en in het openbaar uitgesproken door mr. A.P. Wessels op 25 juni 2026.