Uitspraak
zaak A) en 13-048967-20 (
zaak B), alsmede 13-144879-21 (TUL) tegen:
1.Onderzoek van de zaak
18 juni 2026 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
2.Vonnis waarvan beroep
- ambtshalve acht heeft geslagen op de overschrijding van de redelijke termijn in eerste aanleg (een overschrijding van ruim 1 jaar en 6 maanden) en in hoger beroep (een overschrijding van ruim 1 jaar), wat het hof niet tot een ander oordeel brengt ten aan zien van de opgelegde straf;
- de motivering van de beslissing omtrent de vordering van de benadeelde partij tot vergoeding van immateriële schade vervangt door de navolgende overweging.
3.Immateriële vordering benadeelde partij (zaak B)
4.Vordering tenuitvoerlegging
8 maanden. De rechtbank heeft deze vordering gedeeltelijk toegewezen, te weten voor de duur van
4 maanden. De vordering is in hoger beroep opnieuw aan de orde.
5.BESLISSING
taakstrafvoor de duur van
240 (tweehonderdveertig) uren, bij gebreke van het naar behoren verrichten te vervangen door
120 (honderdtwintig) dagen hechtenis.
wel / nietin de zaal van de terechtzitting aanwezig.
wel / nietaanwezig.
wel / nietaanwezig. (zo ja:) naam tolk en taal:
(indien de VTE is verschenen)
wel / geenafstand gedaan van het recht aanwezig te zijn bij de uitspraak.
(indien VTEin deze zaakis gedetineerd)