ECLI:NL:GHAMS:2026:1803

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
19 juni 2026
Publicatiedatum
6 juli 2026
Zaaknummer
23-002094-24
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 416 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens intrekking door verdachte

In deze strafzaak heeft verdachte hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 10 september 2024. Tijdens de terechtzitting op 22 mei 2026 heeft de raadsman namens verdachte kenbaar gemaakt dat verdachte het hoger beroep niet wil handhaven. Hierdoor worden de eerder opgegeven bezwaren door verdachte ingetrokken.

Het hof heeft vervolgens overwogen dat er geen rechtens te respecteren belang bestaat bij verdere behandeling van het hoger beroep. Op grond van artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering wordt het hoger beroep daarom niet-ontvankelijk verklaard.

Het arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarbij één van de rechters niet in staat was het arrest mede te ondertekenen. De uitspraak is gedaan op 22 mei 2026 tijdens een openbare terechtzitting.

Uitkomst: Het hoger beroep van verdachte is niet-ontvankelijk verklaard wegens intrekking en gebrek aan belang.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-002094-24
datum uitspraak: 22 mei 2026
TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman)
Arrest van het gerechtshof Amsterdam, gewezen op het hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 10 september 2024 in de strafzaak onder parketnummer 13-172249-24 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1991,
adres: [adres].

Onderzoek ter terechtzitting

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
22 mei 2026.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van hetgeen de raadsman naar voren heeft gebracht en de vordering van de advocaat-generaal, strekkend tot niet-ontvankelijkverklaring van het door de verdachte ingestelde hoger beroep op grond van artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering (Sv).

Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep

Nu namens de verdachte ter terechtzitting te kennen is gegeven dat de verdachte het hoger beroep niet wil handhaven, moet hij geacht worden de eerder tegen het vonnis opgegeven bezwaren in te trekken, zodat het door de verdachte ingestelde hoger beroep, nu ook overigens niet is gebleken van enig rechtens te respecteren belang dat is gediend met enig nader onderzoek van de zaak, gelet op het bepaalde in artikel 416, tweede lid, Sv, niet-ontvankelijk zal worden verklaard.

BESLISSING

Het hof:
Verklaart het door de verdachte ingestelde hoger beroep niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. D.A.C. Koster, mr. A.M. Koolen - Zwijnenburg en mr. P.H.M. Kuster, in tegenwoordigheid van mr. L. van Dijk, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van
22 mei 2026.
Mr. P.H.M. Kuster is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.