ECLI:NL:GHAMS:2026:1836

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
7 juli 2026
Publicatiedatum
6 juli 2026
Zaaknummer
200.366.852/01
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4:153 BWArt. 1:253i lid 4 sub c BWArt. 4:164 lid 1 sub e BWArt. 4:164 lid 2 BWArt. 1:253i BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Benoeming opvolgend testamentair bewindvoerder blijft in stand ondanks verstoorde familieverhoudingen

De zaak betreft de benoeming van een opvolgend testamentair bewindvoerder voor een minderjarige erfgenaam uit de nalatenschap van haar overleden vader. De kantonrechter had de tante van de minderjarige benoemd als opvolgend bewindvoerder, maar de moeder van de minderjarige ging hiertegen in hoger beroep en verzocht om haar nicht of een onafhankelijke professionele bewindvoerder te benoemen.

De vader had in zijn testament bepaald dat de bewindvoerder de bevoegdheid had om een opvolger te benoemen, en de tante was door de vorige bewindvoerder (de zus van de vader) aangewezen. De moeder stelde dat de verstoorde relatie tussen haar en de tante en de wijze waarop de nalatenschap was afgehandeld, gewichtige redenen vormden om de tante niet te benoemen.

Het hof oordeelde dat de tante haar taken als bewindvoerder tot dan toe zorgvuldig had uitgevoerd en dat de problemen met de nalatenschap zich voordeden in haar rol als executeur, een andere functie. De verstoorde verstandhouding tussen moeder en tante was geen voldoende reden om de benoeming te weigeren. Het hof benadrukte dat het aan de moeder is om het contact te onderhouden en dat de tante verwacht wordt constructief te handelen in het belang van de minderjarige.

Het hof bekrachtigde de beschikking van de kantonrechter en wees het verzoek van de moeder af, waarbij het vertrouwen werd uitgesproken in een werkbare relatie tussen de minderjarige en de tante als bewindvoerder.

Uitkomst: De benoeming van de tante als opvolgend testamentair bewindvoerder wordt bekrachtigd en het verzoek van de moeder wordt afgewezen.

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

Afdeling civiel recht en belastingrecht
Team III (familie- en jeugdrecht)
Zaaknummer: 200.366.852/01
Zaaknummer rechtbank: 11151989 EZ VERZ 24-282 / MvL/mk
Beschikking van de meervoudige kamer van 7 juli 2026 in de zaak van
[de moeder] ,in haar hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordiger van
[minderjarige], geboren [in] 2012,
wonende te [plaats A] ,
verzoekster in hoger beroep,
hierna: de moeder,
advocaat: mr. M.S. Vos te Doorn (voorheen: mr. L.D.M. Rubens-Snijders te Nijmegen).
Het hof heeft daarnaast als belanghebbenden aangemerkt:
- de minderjarige [minderjarige] , hierna te noemen: [minderjarige] , en
- [tante ] (hierna: [tante ] ) in haar hoedanigheid van (opvolgend) testamentair bewindvoerder van hetgeen [minderjarige] als erfgename heeft verkregen uit de nalatenschap van [de vader] (hierna: de vader).

1.De zaak in het kort

De zaak gaat over wie de opvolgend testamentair bewindvoerder dient te worden in het door de vader bij testament ingestelde bewind over hetgeen [minderjarige] uit zijn nalatenschap heeft verkregen.
De kantonrechter heeft [tante ] benoemd ( [minderjarige] ’s tante vaderszijde). De moeder is het daar niet mee eens en wil dat haar nicht tot testamentair bewindvoerder wordt benoemd dan wel een onafhankelijke, professionele bewindvoerder.

2.De procedure in hoger beroep

2.1
De moeder is op 30 juni 2025 bij het hof Arnhem-Leeuwarden in hoger beroep gekomen van een gedeelte van een beschikking van 28 maart 2025 (hierna: de bestreden beschikking) van de kantonrechter in de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen (hierna: de kantonrechter).
2.2
[tante ] heeft op 10 september 2025 een verweerschrift ingediend.
2.3
Bij beschikking van 26 maart 2026 heeft het hof Arnhem-Leeuwarden, locatie Arnhem, de zaak ter verdere behandeling verwezen naar dit hof.
2.4
Het hof heeft daarna nog de volgende stukken ontvangen:
- een bericht van de zijde van de moeder van 8 mei 2026 met bijlagen en het verzoek om haar nicht [nicht] (hierna: [nicht] ) en [minderjarige] ter zitting aanwezig te laten zijn,
- een bericht van de zijde van [tante ] van 11 mei 2026 met bijlagen,
- een bericht van de zijde van de moeder van 11 mei 2026 met bijlage.
2.5
De voorzitter heeft voorafgaand aan de zitting met [minderjarige] gesproken. Ter zitting is een samenvatting gegeven van dit gesprek.
2.6
Het hof heeft bij e-mailbericht van 20 mei 2026 aan de betrokkenen bericht dat [minderjarige] en [nicht] geen toegang tot de mondelinge behandeling zal worden verleend. De voorzitter van het hof heeft dit in bijzijn van de griffier voorafgaand aan de zitting mondeling aan [minderjarige] toegelicht.
2.7
De zitting heeft op 21 mei 2026 plaatsgevonden. Daarbij waren aanwezig:
- de moeder, bijgestaan door haar advocaat,
- [tante ] , bijgestaan door mr. K. van Barneveld-Peters, advocaat te Oosterbeek
.

3.De feiten

3.1
[minderjarige] is [in] 2012 geboren uit de relatie van de moeder en de vader. De vader heeft [minderjarige] erkend. Hij is overleden [in] 2019.
3.2
De vader heeft op 5 juli 2016 bij testament over zijn nalatenschap beschikt en [minderjarige] tot zijn enig erfgenaam onder de in het testament genoemde ontbindende voorwaarde benoemd. Hij heeft daarnaast bepaald dat zijn zussen [zus] (hierna: [zus] ) en [tante ] onder de bij die ontbindende voorwaarde aansluitende opschortende voorwaarde erfgenamen zullen zijn (een zogenoemde ‘tweetrapsmaking’).
3.3
De vader heeft [tante ] tot executeur van zijn nalatenschap benoemd en hij heeft haar verzocht over de afwikkeling daarvan te overleggen met [zus] . [tante ] heeft deze benoeming aanvaard. Verder heeft de vader al hetgeen [minderjarige] uit zijn nalatenschap verkrijgt onder bewind in de zin van artikel 4:153 van Pro het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) gesteld, met de bepaling dat voor de periode dat [minderjarige] minderjarig is het een bewind betreft in de zin van artikel 1:253i lid 4 sub c BW en dat het bewind eindigt als [minderjarige] de leeftijd van 21 jaar heeft bereikt. De vader heeft [zus] tot bewindvoerder benoemd. De vader heeft de bewindvoerder verder de bevoegdheid gegeven bij notariële akte een opvolger te benoemen. Voorts is bepaald dat in alle gevallen waarin de bewindvoerder komt te ontbreken en niet in de opvolging is voorzien, de rechter een bewindvoerder benoemt.
3.4
[zus] is overleden [in] 2025.

4.De omvang van het hoger beroep

4.1
De kantonrechter heeft in de bestreden beschikking, voor zover hier van belang, [zus] op haar verzoek ontslag verleend als testamentair bewindvoerder in de zin van artikel 4:164 lid 1 sub e jo Pro. lid 2 BW over het erfdeel van [minderjarige] in de nalatenschap van de vader en [zus] tevens ambtshalve ontslag verleend als testamentair bewindvoerder over het minderjarigenbewind in de zin van artikel 1:253i jo. 1:253k jo. 1:370 lid 9 BW over het erfdeel van [minderjarige] in de nalatenschap van de vader.
De kantonrechter heeft, overeenkomstig het verzoek van [zus] , [tante ] benoemd tot testamentair bewindvoerder over het minderjarigenbewind in de zin van artikel 1:253i BW, alsmede tot testamentair bewindvoerder in de zin van Boek 4 BW over het erfdeel van [minderjarige] in de nalatenschap van de vader. Het zelfstandig verzoek van de moeder om [nicht] te benoemen tot opvolgend bewindvoerder van [minderjarige] is afgewezen.
4.2
De moeder verzoekt, met vernietiging van de bestreden beschikking in zoverre:
- primair [nicht] te benoemen tot testamentair bewindvoerder over het minderjarigenbewind ex artikel 1:253i BW alsmede in de zin van Boek 4 BW over het erfdeel van [minderjarige] in de nalatenschap van de vader en;
- subsidiair een onafhankelijke professionele bewindvoerder te benoemen tot testamentair bewindvoerder over het minderjarigenbewind ex artikel 1:253i BW alsmede in de zin van boek 4 BW over het erfdeel van [minderjarige] in de nalatenschap van de vader.
4.3
[tante ] verzoekt de beschikking waarvan beroep te bekrachtigen.

5.De motivering van de beslissing

Inleiding
5.1
Na het overlijden van de vader is de verstandhouding tussen [zus] en [tante ] enerzijds (hierna gezamenlijk: de tantes) en de moeder anderzijds bekoeld geraakt. Er is wrijving ontstaan over onder andere (de verkoop van) de woning van de vader, spullen van de vader en zijn as. De tantes hebben in de daaropvolgende jaren niet of nauwelijks contact gehad met de moeder en evenmin met [minderjarige] , met dien verstande dat zij [minderjarige] een paar keer per jaar een kaart hebben gestuurd. Toen [zus] in verband met ziekte haar taken als testamentair bewindvoerder wilde overdragen aan [tante ] , heeft zij een verzoek ingediend bij de kantonrechter. Voor de moeder was dit verzoek de aanleiding om harerzijds te verzoeken om de benoeming van [nicht] als opvolgend bewindvoerder.
Toetsingskader
5.2
Het hof constateert dat de vader in zijn testament heeft laten vastleggen dat de testamentair bewindvoerder ( [zus] ) de bevoegdheid heeft om bij notariële akte een opvolger te benoemen. [zus] had dus geen verzoek tot haar ontslag bij de kantonrechter hoeven in te dienen, maar zij had zich tot de notaris kunnen wenden om een akte te laten opstellen, waarin [tante ] werd benoemd tot opvolgend testamentair bewindvoerder. [zus] was hiervan niet op de hoogte. Nadat zij hiervan door de kantonrechter op de hoogte was gesteld, heeft zij te kennen gegeven de mondelinge behandeling te willen laten vervallen en de procedure te willen stoppen. De kantonrechter heeft de verzoeken van [zus] en de moeder desondanks toch in behandeling genomen.
5.3
Als [zus] eerder van haar bevoegdheid op grond van het testament had geweten en daarvan gebruik had gemaakt, zou [tante ] tot opvolgend bewindvoerder zijn benoemd. Het staat immers niet ter discussie dat [zus] dat heeft gewild en dat zij daartoe de bevoegdheid had. Doordat [zus] (als leek) een onnodig verzoek tot ontslag aan de kantonrechter heeft gericht, is een situatie ontstaan waarin een nieuwe bewindvoerder moest worden benoemd.
5.4
Bij de vraag wie als nieuwe bewindvoerder moet worden benoemd, geldt naar het oordeel van het hof op grond van het voorgaande als uitgangspunt dat dit [tante ] moet zijn, tenzij er gewichtige redenen zijn om haar niet te benoemen. Dat doet immers recht aan de inhoud van het testament van de vader en de bevoegdheid die [zus] op grond van dat testament had om zelf een nieuwe bewindvoerder te benoemen. Het hof zal hierna beoordelen of hetgeen partijen hebben aangevoerd voldoende grond is om aan te nemen dat er gewichtige redenen zijn om [tante ] niet als opvolgend bewindvoerder te benoemen.
Standpunt moeder
5.5
De moeder meent dat de benoeming van een ander dan [tante ] als bewindvoerder in het belang van [minderjarige] is. [minderjarige] heeft veel last van de hiervoor beschreven wrijving tussen de moeder en [tante ] . Zij lijdt niet alleen onder het verlies van de vader, maar ook onder de moeizame verstandhouding met [tante ] . [tante ] wil geen enkele betrokkenheid van of contact met de moeder (of geld overmaken naar de bankrekening van de moeder), terwijl de moeder voor [minderjarige] de belangrijkste hechtingspersoon is en zij bovendien, als wettelijk vertegenwoordiger, zaken wil en moet regelen voor [minderjarige] . Dat maakt volgens de moeder de situatie voor [minderjarige] lastig, pijnlijk en onaangenaam. [minderjarige] is als gevolg hiervan (weer) in behandeling voor haar spanningsklachten.
Naast de verstoorde verstandhouding is volgens de moeder een gewichtige reden om [tante ] niet te benoemen de wijze waarop [tante ] de nalatenschap van de vader heeft afgewikkeld. Er zijn spullen verdwenen uit de nalatenschap van de vader (muziekinstrumenten, foto’s en iPad) en de rekening en verantwoording is meermaals niet correct of niet volledig aangeleverd. Daardoor, maar ook door het tegen de wil van [minderjarige] in verkopen van de woning van de vader, heeft de moeder geen vertrouwen meer in het functioneren van [tante ] . [minderjarige] voelt zich daardoor ook niet gehoord door [tante ] .
Standpunt [tante ]
5.6
[tante ] stelt voorop dat de vader gezien zijn testament heeft gewild dat iemand uit zijn eigen familie (en dus niet uit de familie van de moeder) het bewind op zich zou nemen. Zij wil zelf ook graag testamentair bewindvoerder blijven.
[tante ] erkent dat de verstandhouding tussen haar en de moeder verstoord is, maar die verstoring staat niet in de weg aan een goede uitvoering van het bewind. Door de moeder is ook niet gesteld dat [tante ] het beheer niet goed uitvoert. Bovendien wordt haar beheer door zowel de moeder als de kantonrechter gecontroleerd. Ook de executele heeft [tante ] zo zorgvuldig mogelijk uitgevoerd. De woning van de vader is met toestemming van de kantonrechter verkocht, omdat het aanhouden ervan te kostbaar was. Ook heeft [tante ] toegelicht hoe het met de spullen van de vader is gelopen. Daarnaast is de urn met de as van de vader inmiddels aan [minderjarige] gegeven.
[tante ] beperkt het contact met de moeder om ruzie te voorkomen; zij wil [minderjarige] daarmee niet belasten. Dat neemt niet weg dat [minderjarige] eventuele verzoeken om geld kan richten aan haar en dat zij die welwillend zal bekijken. [tante ] hoopt op een herstel van het contact.
Oordeel hof
5.7
Naar het oordeel van het hof is niet gebleken dat [tante ] tekort schiet of is geschoten in de uitoefening van haar taken als bewindvoerder. Ten tijde van de behandeling in hoger beroep was [tante ] ongeveer tien maanden de testamentair bewindvoerder van [minderjarige] . De moeder heeft geen concrete voorbeelden genoemd waaruit volgt dat [tante ] in die maanden haar taken als bewindvoerder niet goed of niet zorgvuldig heeft uitgeoefend. Dat de moeder geen vertrouwen erin heeft dat [tante ] haar taken als bewindvoerder goed zal uitoefenen, vormt onvoldoende reden om [tante ] niet als opvolgend bewindvoerder te benoemen. Als redenen voor het gebrek aan vertrouwen heeft de moeder met name genoemd het verdwijnen van spullen uit de woning van de vader die [minderjarige] had willen hebben, de verkoop van de woning en het niet afstaan van (alle) as aan [minderjarige] .
Allereerst stelt het hof vast dat deze gebeurtenissen hebben plaatsgevonden toen [tante ] nog executeur in de nalatenschap van vader was. [tante ] heeft deze handelingen dus niet in haar hoedanigheid van bewindvoerder verricht. De positie en taak van een executeur in een nalatenschap is een wezenlijk andere dan de positie en taak van een testamentair bewindvoerder. Daarnaast heeft [tante ] uitgelegd waarom zij als executeur bepaalde beslissingen heeft genomen en gemotiveerd op de verwijten van de moeder gereageerd. Zo heeft zij erop gewezen dat zij voor de verkoop van de woning van de vader toestemming van de kantonrechter heeft gevraagd en gekregen, dat het aanhouden van de woning in haar ogen financieel niet haalbaar was, dat zij de moeder meerdere malen heeft gevraagd welke spullen [minderjarige] uit de woning van de vader wilde hebben en dat zij heeft besloten om [minderjarige] eerst een klein aspotje met de as van de vader te geven, hetgeen in haar ogen in lijn met het testament van vader was (waarin is bepaald: “
mijn asbestemming is ter keuze van mijn dierbaren, waarbij mijn dochter [minderjarige] indien zij op dit punt de jaren des onderscheids heeft bereikt een doorslaggegeven stem zal hebben”). De omstandigheid dat deze beslissingen van [tante ] in haar rol als executeur tot frictie hebben geleid met de moeder, vormt naar het oordeel van het hof geen objectieve aanwijzing dat [tante ] het bewind niet zorgvuldig kan uitvoeren. Dat [tante ] als executeur niet steeds de wens van [minderjarige] en/of de moeder heeft gevolgd, maakt niet dat zij niet geschikt is om haar taken als bewindvoerder uit te voeren.
5.8
Ten aanzien van de verstoorde verstandhouding tussen de moeder en [tante ] , overweegt het hof verder nog als volgt. [tante ] heeft erkend dat al jaren sprake is van een verstoorde relatie en ook [minderjarige] heeft in haar gesprek met de voorzitter van het hof te kennen gegeven dat sprake is van strijd en dat zij die situatie lastig vindt. Zij heeft grote moeite ermee dat haar moeder door [tante ] niet wordt erkend en gerespecteerd als de belangrijkste persoon in haar leven. Hoewel [minderjarige] enige ruimte voor een begin van contactherstel met [tante ] heeft getoond, houdt het hof rekening ermee dat dit contact (voorlopig nog) minimaal is. Toch ziet het hof daarin geen gewichtige reden die aan benoeming van [tante ] als testamentair bewindvoerder in de weg staat. In beginsel is het immers aan de moeder als wettelijk vertegenwoordiger van [minderjarige] om het contact met de testamentair bewindvoerder te onderhouden. Van de moeder mag worden verwacht dat zij eventuele verzoeken tot [tante ] richt en van [tante ] mag worden verwacht dat zij daarop, in het belang van [minderjarige] , constructief antwoordt en handelt.
5.9
Ter zitting in hoger beroep heeft [tante ] bovendien begrip getoond voor de (financiële) wensen van [minderjarige] en goede nota genomen van de wens van [minderjarige] dat [tante ] haar moeder respecteert. Wanneer daarnaast in aanmerking wordt genomen dat [minderjarige] niet geheel onwelwillend staat tegenover contact met [tante ] (te beginnen met kaarten waarin de moeder niet wordt genegeerd) en dat zij bijna veertien jaar is en dus steeds zelfstandiger wordt, heeft het hof vertrouwen in (een verdere opbouw van) een voldoende werkbare relatie. Dat [minderjarige] in haar gesprek heeft verklaard dat zij weliswaar de voorkeur geeft aan de benoeming van [nicht] , dan wel een professional, maar dat zij het beste ervan zal maken indien [tante ] bewindvoerder blijft, draagt bij aan dat vertrouwen. [tante ] heeft voorts verklaard dat zij ervoor openstaat als [nicht] hen daarbij terzijde kan staan.
5.1
Al het vorenstaande betekent dat het hof de beschikking waarvan beroep zal bekrachtigen.
5.11
Dit leidt tot de volgende beslissing.

6.De beslissing

Het hof:
bekrachtigt de beschikking waarvan beroep, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. R.M. Troost, mr. A.R. Sturhoofd en mr. T.M. Subelack, in tegenwoordigheid van mr. F.J.E. van Geijn als griffier en is op 7 juli 2026 in het openbaar uitgesproken door de voorzitter.