Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.De zaak in het kort
2.Het geding in hoger beroep
3.Feiten
- lead bij productontwikkeling;
- mede opstellen marktbewerkings-/commerciële en afdelingsplannen;
- markt- concurrentie- en verkoopanalyses;
- beheer beleggingsmandaten;
- faciliteren bij SA’s;
- bieden van expertise naar Sales op het gebied van pensioenkennis/beleggingskennis of SA’s.
(…) bestaat uit beschikbaar zijn voor rollen binnen pensioenfondsen die vervuld kunnen worden tijdens je parttime dag’.
- pensioenfondsbestuurder bij pensioenfonds SNS Reaal (0,2 FTE);
- bestuurder binnen de netwerkorganisatie Kring van pensioenspecialisten (hierna: KPS) (0,1 FTE);
- vertegenwoordiger van [appellant] in de werkgroepen Klantbelang en Reputatie Pensioen bij het verbond van verzekeraars (0,1 tot 0,2 FTE);
- vertegenwoordiger in de advisory board van het Swiss Life netwerk namens [appellant] , alsmede de centrale coördinerende rol op multinationale pooling binnen [appellant] (0,1 FTE);
- publicist in nieuwsbrieven of op social media voor Zwitserleven als ondersteuning voor adviseur en werkgevers op inhoudelijke vraagstukken, alsmede publicist van opiniestukken.
adviesaanvraag Future Fit HR’, de ‘
vervolg adviesaanvraag Herinrichting finance domein’en de
‘adviesaanvraag Commerce-Fit for Purpose II’.[appellant] wilde met haar reorganisatie inspelen op de toenemende digitalisering binnen de pensioenwereld en had een groeistrategie ontwikkeld die moest helpen haar leidende positie op de pensioenmarkt te behouden. Dat vergde volgens [appellant] een organisatorische wijziging. In de adviesaanvraag Commerce-Fit for Purpose II staat dat de functie van [geïntimeerde] in de functieschaal 11 komt te vervallen omdat:
- de primaire werkzaamheden van deze functie bestonden initieel vooral uit het ontwikkelen van nieuwe proposities en/of dienstverleningsconcepten. Dit werk is de afgelopen jaren geleidelijk al verschoven naar de afdeling Proposition Management. Het afgelopen jaar is deze product marktmanager FS11 voornamelijk betrokken geweest bij de dialoog met externe partijen (bijvoorbeeld branche-vertegenwoordigers) over de [bedrijf 2] . Nu de wet is aangenomen en [appellant] vergevorderd is met de implementatie van de aanpassingen in systemen en processen, komt dit werk te vervallen.
- Naast de primaire werkzaamheden kent deze functie ook een aantal secundaire werkzaamheden. Deels werkt de product marktmanager FS11 hierin al samen met collega’s. Onderdeel van deze werkzaamheden is de vertegenwoordiging van [appellant] als boardmember voor het samenwerkingsverband voor international pooling. Deze verantwoordelijkheid gaat onderdeel uitmaken van de nieuwe functie Sales Lead, waardoor ook deze secundaire werkzaamheden komen te vervallen voor de Product Marktmanager FS11.
‘Nieuw, vervallen, licht en of ingrijpend gewijzigde functies’staat een tabel waarin alle vervallen functies zijn opgenomen die uitkomt op 34. Daaronder staat:
‘In bovenstaande tabel is aangegeven dat er sprake is van de plaatsingsprocedure, conform Sociaal Plan’.
‘Gedurende de dialoog bleek enerzijds dat het functiehuis niet op orde is (medewerkers langere tijd (deels) andere werkzaamheden uitoefenen dan hun formele functie behelst) en anderzijds werd in de discussie hinder ondervonden van de generieke functies en de uitwisselbaarheid hiervan: Hoe verhouden de specifieke werkzaamheden zich tot de formele functiebeschrijving. (..) De werkgroep geeft aan dat werkzaamheden en functies in lijn met elkaar moeten worden gebracht’.
‘Indien de reorganisatie tot het verval van je functie leidt, en je niet bent geplaatst in de plaatsingsprocedure, word je boventallig en zal de herplaatsingsprocedure aanvangen. Je functie kan vervallen doordat je functie in zijn geheel niet meer terugkomt in de nieuwe organisatiestructuur van [appellant] of doordat je functie ingrijpend wijzigt, waardoor niet langer van dezelfde functie kan worden gesproken’.Op pagina 10 staat in het geval een boventallige werknemer een nieuwe functie die volgens [appellant] passend is niet aanvaard:
‘Indien je binnen deze termijn de functie niet aanvaardt, dan zal tot ontslag worden overgegaan zonder dat je nog rechten en/of aanspraken kunnen ontlenen aan dit sociaal plan’.
‘Laat helder zijn dat ik nu niet via het sociaal plan gedwongen wil worden (zoals in 2017) nogmaals in een andere functie te moeten stappen’.In een e-mail van 28 juni 2024 met als onderwerp: ‘
Afscheid nemen is soms wel lastig’heeft [geïntimeerde] aan zijn collega’s onder meer geschreven:
‘(..), Nogmaals allemaal ontzettend bedankt voor de mooie jaren. Via Linked in ben ik zeker nog te bereiken, en mijn zakelijk telefoonnummer zal ik ook behouden’.
Wij oordelen dat niet aannemelijk is gemaakt dat het structureel vervallen van de arbeidsplaats van werknemer een maatregel is die in bedrijfseconomische zin noodzakelijk is voor een doelmatige bedrijfsvoering binnen de onderneming van werkgever (…)Werkgever heeft een generieke functieomschrijving verstrekt en aangegeven dat de functieomschrijving geen juiste weergave van de feitelijke werkzaamheden is. Wij merken op dat het aan werkgever is om dan duidelijk te maken – en te onderbouwen – wat de daadwerkelijke functie(inhoud) van werknemer is, ook omdat beide partijen hierover van mening verschillen. Wij vinden dat werkgever hierin onvoldoende is geslaagd. (…)
4.Eerste aanleg
5.Beoordeling
vier grievenop. [appellant] heeft geconcludeerd dat het hof de bestreden beschikking zal vernietigen en verzocht op grond van artikel 7:683 lid 5 BW Pro een datum te bepalen waarop de arbeidsovereenkomst tussen [appellant] en [geïntimeerde] alsnog zal eindigen, met uitvoerbaar bij voorraad veroordeling van [geïntimeerde] tot terugbetaling aan [appellant] van de door haar aan [geïntimeerde] reeds betaalde bedragen, met veroordeling van [geïntimeerde] in de kosten van beide instanties.
grief 1). Van de door [geïntimeerde] verrichte werkzaamheden, zoals weergegeven onder de feiten (3.7), zijn de werkzaamheden in het kader van de [bedrijf 2] (hierna: [bedrijf 2] ) met de inwerkingtreding van de wet tot een einde gekomen, de werkzaamheden van [geïntimeerde] als bestuurder van een pensioenfonds of de KPS zijn nevenactiviteiten en zijn geen onderdeel geworden van de bedongen arbeid en de deelname van [geïntimeerde] aan de advisory board van het Swiss Life netwerk en multinationale pooling zijn overgenomen door de nieuw Sales Lead. [geïntimeerde] kan volgens [appellant] niet herplaatst worden binnen haar onderneming. Van een opzegverbod of schending van de [bedrijf 3] is volgens [appellant] geen sprake. Subsidiair heeft [appellant] aan haar verzoek ten grondslag gelegd dat de verhoudingen ernstig en duurzaam zijn verstoord (
grief 2). Volgens [appellant] wil [geïntimeerde] niet meer bij [appellant] werken en is hij enkel uit op een hogere beëindigingsvergoeding dan waarop hij recht heeft volgens het Sociaal Plan. Ook de manier waarop hij zich verkiesbaar heeft gesteld als bestuurder van het pensioenfonds, terwijl hij wist dat zijn ontslag aanstaande was heeft bijgedragen aan de verstoorde verhoudingen. Ten slotte is [appellant] opgekomen tegen toewijzing van de buitengerechtelijke kosten (
grief 3) en de proceskostenveroordeling (
grief 4).
drie (deels voorwaardelijke) grievenop tegen de bestreden beschikking. Hij concludeert tot vernietiging van de bestreden beschikking voor zover het de afwijzing betreft van vergoeding van de integrale proceskosten en de kosten voor de vaststelling van de pensioen- en inkomensschade en verzoekt de daarmee gepaard gaande bedragen van € 20.980,19 en € 586,85 met rente alsnog toe te wijzen, met veroordeling van [appellant] in de proceskosten, alles uitvoerbaar bij voorraad.
grief 1faalt en het verzoek van [appellant] om het einde van de arbeidsovereenkomst te bepalen op de a-grond zal worden afgewezen.
grief 2, zie 5.2). Het hof is het met de kantonrechter eens dat geen sprake is van een ernstig en duurzaam verstoorde arbeidsverhouding. [geïntimeerde] mocht zich verweren tegen zijn ontslag, hij wilde en wil immers niet weg bij [appellant] , de brief van 8 juni 2024 en de e-mail getiteld ‘Afscheid nemen is soms wel lastig’ (zie 3.13) maken dat niet anders. Eveneens mocht hij over zijn positie onderhandelen en ‘strijden’ voor een hogere beëindigingsvergoeding. Naar het oordeel van het hof heeft [geïntimeerde] zich daarbij niet op onaanvaardbare wijze opgesteld. [geïntimeerde] heeft de stelling van [appellant] , dat hij rondom zijn herverkiezing als bestuurder van het bedrijfstakpensioenfonds het bestuur en het verantwoordingsorgaan niet op de hoogte heeft gesteld van zijn boventallig verklaring, gemotiveerd betwist. Maar ook als hij hen inderdaad niet op de hoogte had gesteld, valt op basis van hetgeen [appellant] heeft gesteld niet in te zien waarom dat zou leiden tot een onherstelbare vertrouwensbreuk. Eveneens heeft [geïntimeerde] gemotiveerd weersproken dat hij ‘op eigen houtje’ als pensioenfondsbestuurder is gaan re-integreren. Hij heeft [appellant] onweersproken om toestemming gevraagd om in het kader van zijn re-integratie taken als pensioenfondsbestuurder te hervatten. Het voorgaande betekent dat ook
grief 2faalt, zodat het verzoek van [appellant] om het einde van de arbeidsovereenkomst te bepalen op de g-grond eveneens wordt afgewezen. Of het opzegverbod van artikel 108 lid 5 Pensioenwet Pro al dan niet van toepassing is en of [appellant] (en [geïntimeerde] van zijn kant) voldoende herplaatsingsinspanningen hebben verricht behoeft daarom geen bespreking meer.
grief 3betoogt [appellant] dat de kantonrechter de buitengerechtelijke kosten ten onrechte heeft toegewezen. Ook deze grief faalt. Met de kantonrechter is het hof van oordeel dat de buitengerechtelijke kosten de dubbele redelijkheidstoets doorstaan. [geïntimeerde] heeft na de UWV-procedure juridische kosten moeten maken in het kader van de onderhandelingen die hebben plaatsgevonden voordat [appellant] het ontbindingsverzoek indiende. Gelet op de omvang van het dossier en het grote (financiële) belang acht het hof de omvang van de kosten eveneens redelijk.
Grief 2in incidenteel hoger beroep slaagt aldus.
Grief 4, waarmee [appellant] opkwam tegen de proceskostenveroordeling in eerste aanleg slaagt dus niet. De proceskosten in incidenteel hoger beroep zullen worden gecompenseerd in de zin dat iedere partij de eigen kosten draagt, omdat beide partijen gedeeltelijk in het (on)gelijk zijn gesteld.