Uitspraak
Onderzoek van de zaak
Tenlastelegging
hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 maart 2020 tot en met 3 juli 2020 te Amsterdam, in ieder geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk heeft bereid en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt (onder meer aan: [persoon 1] en/of [persoon 2] en/of [persoon 3] en/of [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of een of meerdere overige personen) en/of vervoerd, in elk geval (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne (telkens), in elk geval een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 9 juni 2020 tot en met 3 juli 2020 te Amsterdam, in ieder geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk mondeling, door gebaren, bij geschrift en/of afbeelding zich jegens [persoon 1] en/of [persoon 3] en/of [persoon 2] en/of [persoon 4] en/of [persoon 5] heeft geuit, kennelijk om diens vrijheid om naar waarheid of geweten ten overstaan van een rechter of (politie)ambtenaar (een) verklaring(en) af te leggen te beïnvloeden, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) wist(en) of ernstige reden had(den) te vermoeden dat die verklaring zou worden afgelegd, immers heeft/hebben/zijn hij, verdachte en/of zijn mededader(s), zakelijk weergegeven
hij op of omstreeks 3 juli 2020 te Amsterdam, in ieder geval in Nederland, (een) wapen(s) van categorie I onder 7°, te weten een zogenaamd balletjespistool, zijnde (een) voorwerp(en) dat voor wat betreft zijn vorm en afmetingen en kleur een sprekende gelijkenis vertoonde met een vuurwapen, voorhanden heeft gehad.
Vonnis waarvan beroep
Bewijsoverweging
- ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde het medeplegen van (kort gezegd) verkopen van cocaïne aan [persoon 1] , [persoon 2] , [persoon 3] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] in de periode van 1 maart 2020 tot en met 9 juni 2020;
- ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde het medeplegen van beïnvloeding van een getuige, te weten [persoon 4] , in de periode van 9 juni 2020 tot en met 26 juni 2020, en
- ten aanzien van het onder 3 ten laste gelegde het voorhanden hebben van een balletjespistool.
in Nederlandheeft plaatsgevonden, nu [medeverdachte 1] in zijn verklaring niet heeft gespecificeerd op welke locatie de verdachte de drugs heeft bezorgd. Het hof acht dan ook bewezen dat de verdachte (onder meer) aan [medeverdachte 1] cocaïne heeft verstrekt.
Bewezenverklaring
hij in de periode van 1 maart 2020 tot en met 9 juni 2020 in Nederland tezamen en in vereniging met een ander meermalen telkens opzettelijk heeft verkocht en afgeleverd en verstrekt (onder meer aan: [persoon 1] en [persoon 2] en [persoon 3] en [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] ) en vervoerd een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne;
hij in de periode van 9 juni 2020 tot en met 26 juni 2020 in Nederland tezamen en in vereniging met een ander opzettelijk mondeling zich jegens [persoon 4] heeft geuit, kennelijk om diens vrijheid om naar waarheid of geweten ten overstaan van een rechter of (politie)ambtenaar een verklaring af te leggen te beïnvloeden, terwijl verdachte en zijn mededader wisten of ernstige reden hadden te vermoeden dat die verklaring zou worden afgelegd, immers heeft verdachte
hij op 3 juli 2020 te Amsterdam een wapen van categorie I onder 7°, te weten een zogenaamd balletjespistool, zijnde een voorwerp dat voor wat betreft zijn vorm en afmetingen en kleur een sprekende gelijkenis vertoonde met een vuurwapen, voorhanden heeft gehad.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Strafbaarheid van de verdachte
Oplegging van straf
Beslag
Toepasselijke wettelijke voorschriften
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
6 (zes) maanden.
3 (drie) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
teruggaveaan de verdachte van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten: