ECLI:NL:GHAMS:2026:1857

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
2 juli 2026
Publicatiedatum
7 juli 2026
Zaaknummer
23-001329-24
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 SrArt. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c SrArt. 22c Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging hoger beroep poging zware mishandeling met taakstraf en mediation

Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter Noord-Holland van 30 mei 2024, waarin verdachte werd veroordeeld voor poging zware mishandeling. De zaak betrof een incident waarbij verdachte na een discussie over geld een mes trok en het slachtoffer in de bovenarm stak, wat pijn en letsel veroorzaakte. Het feit vond plaats op de openbare weg, wat ook gevoelens van angst en onveiligheid in de samenleving veroorzaakte.

In hoger beroep werd het vonnis bevestigd, behalve de strafoplegging en de beslissing op de vordering van de benadeelde partij. Het hof vernietigde deze onderdelen en legde een taakstraf van 120 uur op, waarvan 60 uur voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Bij de strafoplegging werd rekening gehouden met de ernst van het feit, de omstandigheden, en het geslaagde mediationtraject tussen verdachte en slachtoffer, waarin zij hun conflicten bespraken en het slachtoffer zijn vordering introk.

Het hof achtte een geheel voorwaardelijke straf niet passend vanwege het belang van normbevestiging en generale preventie. De redelijke termijn in hoger beroep was met bijna vier weken overschreden, wat het hof constateerde zonder verdere sancties. De vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding werd ingetrokken na mediation, zodat het hof hierover geen beslissing meer nam.

De straf is gebaseerd op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 45 en 302 van het Wetboek van Strafrecht. Het arrest werd uitgesproken op 2 juli 2026 door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot een taakstraf van 120 uur, waarvan 60 uur voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-001329-24
datum uitspraak: 2 juli 2026
TEGENSPRAAK
Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 30 mei 2024 in de strafzaak onder parketnummer 15-241741-23 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedag] 1975,
adres: [adres] .

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 18 juni 2026 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsman naar voren hebben gebracht.

Vonnis waarvan beroep

Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen behalve ten aanzien van de opgelegde taakstraf, de beslissing op de vordering benadeelde partij en de opgelegde schadevergoedingsmaatregel – in zoverre zal het vonnis worden vernietigd – en met dien verstande dat het hof:
  • in de bewijsoverweging op blad 8 van het vonnis de een-na-laatste alinea
  • de door de politierechter gebezigde bewijsmiddelen zal uitwerken indien beroep in cassatie wordt ingesteld.

Oplegging van straf

De politierechter heeft de verdachte voor het in eerste aanleg primair bewezen verklaarde veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 120 uren, te vervangen door 60 dagen hechtenis, met aftrek van voorarrest.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het primair ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 120 uren, te vervangen door 60 dagen hechtenis, met aftrek van voorarrest, waarvan 60 uren voorwaardelijk, te vervangen door 30 dagen hechtenis, met een proeftijd van 2 jaren.
De raadsman heeft – indien het noodweerverweer wordt verworpen – verzocht de verdachte schuldig te verklaren zonder oplegging van straf. Er heeft mediation plaatsgevonden tussen de verdachte en het slachtoffer, waarin alles is uitgesproken. De samenleving is daarom niet langer gebaat bij het opleggen van een straf. Subsidiair heeft de raadsman verzocht een geheel voorwaardelijke straf op te leggen.
Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een poging tot zware mishandeling. Na een discussie over geld heeft de verdachte een mes getrokken en hiermee gestoken richting het bovenlichaam van het slachtoffer. Het slachtoffer is hierbij geraakt in zijn bovenarm. De verdachte heeft het slachtoffer daarmee pijn en letsel toegebracht. Daarnaast veroorzaken dergelijke feiten gevoelens van angst en onveiligheid in de samenleving, te meer omdat dit feit op de openbare weg heeft plaatsgevonden.
Het hof heeft acht geslagen op straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd en die hun weerslag hebben gevonden in de oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS). Daarin worden voor een voltooide zware mishandeling gevangenisstraffen als uitgangspunt genoemd. In deze zaak gaat het echter om een
pogingtot zware mishandeling. Daarom zal het hof uitgaan van een lager uitgangspunt.
Het hof houdt in het voordeel van de verdachte verder rekening met het feit dat de verdachte en het slachtoffer een mediation-traject hebben doorlopen. Deze mediation is geslaagd, zoals blijkt uit de slotovereenkomst die door partijen is ondertekend op 5 en 6 februari 2026 en die deel uitmaakt van het dossier. In de slotovereenkomst hebben zij aangegeven te betreuren dat de gebeurtenis zich heeft voortgedaan en dat zij geen behoefte hebben aan voortzetting van de strafzaak. Het slachtoffer heeft aangegeven dat het niet in hun beider belang zou zijn als de verdachte zou worden vervolgd en dat hij niets meer van de verdachte heeft te vorderen. Met het doorlopen van dit mediation-traject heeft de verdachte aangetoond verantwoordelijkheid te nemen en het kwalijke van zijn handelen in te zien.
Het hof constateert dat de redelijke termijn in hoger beroep is overschreden. Namens de verdachte is op 12 juni 2024 hoger beroep ingesteld, terwijl het hof op 2 juli 2026 arrest wijst. De overschrijding van de redelijke termijn in hoger beroep bedraagt aldus bijna vier weken. Vanwege deze geringe overschrijding is het hof van oordeel dat kan worden volstaan met de constatering dat de redelijke termijn is overschreden.
In beginsel acht het hof, gelet op de ernst van het feit, de door de politierechter opgelegde taakstraf passend en geboden. Omdat de mediation is geslaagd, zal het hof echter – net zoals door de advocaat-generaal is gevorderd – de helft daarvan in voorwaardelijke vorm opleggen. Het hof acht hierbij ook normbevestiging en generale preventie van belang. Dit belang strekt verder dan het individuele belang van de verdachte en maakt dat een schuldigverklaring zonder straf of een geheel voorwaardelijke straf, zoals door de raadsman bepleit, naar het oordeel van het hof niet op zijn plaats is. Het hof legt daarom op een taakstraf voor de duur van 120 uren, te vervangen door 60 dagen hechtenis, met aftrek van voorarrest, waarvan 60 uren voorwaardelijk, te vervangen door 30 dagen hechtenis, met een proeftijd van 2 jaren.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
De op te leggen straffen zijn gegrond op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 45 en 302 van het Wetboek van Strafrecht.

Vordering van de benadeelde partij

De benadeelde partij [benadeelde partij] heeft in eerste aanleg een vordering ingediend, strekkende tot schadevergoeding van geleden materiële en immateriële schade tot een totaalbedrag van € 4.412,79.
Deze vordering is bij vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 1.613,79.
De benadeelde partij heeft de vordering in hoger beroep aanvankelijk gehandhaafd. Na een mediationtraject heeft de benadeelde partij voor de inhoudelijke behandeling van de zaak aangegeven dat hij zijn vordering wil intrekken. Gelet daarop is het hof van oordeel dat de vordering niet meer aan de orde is en daarop geen beslissing meer hoeft te worden genomen.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de opgelegde taakstraf, de beslissing op de vordering benadeelde partij en de opgelegde schadevergoedingsmaatregel en doet in zoverre opnieuw recht.
Veroordeelt de verdachte tot een
taakstrafvoor de duur van
120 (honderdtwintig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door
60 (zestig) dagen hechtenis.
Bepaalt dat een gedeelte van de taakstraf, groot
60 (zestig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door
30 (dertig) dagenhechtenis, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd van
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde taakstraf in mindering zal worden gebracht, volgens de maatstaf van twee uren taakstraf per in voorarrest doorgebrachte dag, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige, met inachtneming van het hiervoor overwogene.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. N.R.A. Meerbeek, mr. P. Greve en mr. N.C. Laatsch, in tegenwoordigheid van mr. I.A. de Bruijne, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 2 juli 2026.
De jongste en oudste raadsheer zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
=========================================================================
[…]