ECLI:NL:GHAMS:2026:19

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
9 januari 2026
Publicatiedatum
8 januari 2026
Zaaknummer
23-003220-22
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep tegen veroordeling voor wapenbezit, witwassen en drugshandel

In deze zaak heeft het gerechtshof Amsterdam op 9 januari 2026 uitspraak gedaan in hoger beroep tegen een eerdere veroordeling van de verdachte door de rechtbank Amsterdam. De verdachte was veroordeeld voor het bezit van een vuurwapen, witwassen van een aanzienlijk geldbedrag en het opzettelijk aanwezig hebben van hard- en softdrugs. De rechtbank had de verdachte op 21 november 2022 veroordeeld tot een gevangenisstraf van 28 maanden, maar het hof heeft de straf herzien. De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen de vrijspraken van de rechtbank en de tenlasteleggingen die niet bewezen waren verklaard. Het hof heeft de verdachte niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep voor de vrijspraken, maar heeft de overige feiten opnieuw beoordeeld. Het hof heeft vastgesteld dat de verdachte op 1 september 2021 in Rotterdam een vuurwapen van categorie III, een vlindermes, en aanzienlijke hoeveelheden verdovende middelen, waaronder MDMA en cocaïne, voorhanden heeft gehad. Daarnaast is vastgesteld dat hij € 51.900,00 heeft gewitgewassen. Het hof heeft de eerdere veroordeling vernietigd en de verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van 300 dagen, waarvan 122 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar, en een taakstraf van 240 uur. Het hof heeft ook rekening gehouden met de overschrijding van de redelijke termijn voor de berechting en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-003220-22
datum uitspraak: 9 januari 2026
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 21 november 2022 in de strafzaak onder parketnummer 71-235662-21 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1997,
adres: [adres 1] .

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 4, 7, 18 en 21 november 2025 en 9 januari 2026 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaten-generaal (
hierna: advocaat-generaal) en van hetgeen de verdachte en de raadsman naar voren hebben gebracht.

Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep

De rechtbank heeft de verdachte vrijgesproken feiten 1 en 2. Het hoger beroep is door de verdachte onbeperkt ingesteld en is daarmee ook gericht tegen die vrijspraken. Gelet op artikel 404, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering staat voor de verdachte tegen deze beslissing geen hoger beroep open. Het hof zal de verdachte daarom niet-ontvankelijk verklaren in het ingestelde hoger beroep, voor zover dat is gericht tegen deze vrijspraken.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is – voor zover nog aan de orde in hoger beroep – tenlastegelegd dat:
3.
hij op 1 september 2021 te Rotterdam, althans in Nederland, een vuurwapen van categorie III, als bedoeld in de wet Wapens en Munitie, te weten een pistool van het merk Glock, type 17, kaliber 9mm, en/of twee bijbehorende patroonhouders gevuld met (in totaal) 29 stuks munitie van categorie III, voorhanden heeft gehad;
4.
hij op of omstreeks 1 september 2021 te Rotterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, van een voorwerp, te weten contante geldbedragen van in totaal 550.450 euro, de werkelijke aard en/of de herkomst en/of de vindplaats en/of de vervreemding en/of de verplaatsing verborgen en/of verhuld, dan wel verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende van die geldbedragen was, en/of contante geldbedragen van in totaal 550.450 euro heeft verworven en/of voorhanden gehad en/of overgedragen en/of omgezet en/of gebruikt, terwijl hij en/of zijn mededader(s) wist(en), althans redelijkerwijs moest(en) vermoeden, dat die contante geldbedragen geheel of gedeeltelijk – onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren uit enig misdrijf;
5.
hij op 1 september 2021 te Rotterdam, althans in Nederland, een wapen van categorie I, als bedoeld in de wet Wapens en Munitie, te weten een vlindermes, voorhanden heeft gehad;
6.
hij op 1 september 2021 te Rotterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad een of meer hoeveelheden MDMA en/of cocaïne, te weten:
1. goednummer PL2600-2021009925-1165447) 35,92 gram MDMA, te weten:
o 20 tabletten met opdruk Kenzo, met een gewicht van 19,24 gram MDMA,
o 2,5 tablet met opdruk Red Bull, met een gewicht van 1,09 gram MDMA,
o 2 roze tabletten met een gewicht van 0,33 gram MDMA,
o 21 tabletten met de opdruk Kenzo, met een gewicht van 7,90 gram MDMA,
o 7 tabletten in de vorm van een Mario ster, met een gewicht van 2,12 gram MDMA,
o 4 tabletten roze van kleur, met een gewicht van 1,95 gram MDMA,
o Een hoeveelheid tabletten met opdruk Red Bul, met een gewicht van 3,29 gram MDMA,
2. ( goednummer PL2600-2021009925-1165449) 92,4 gram MDMA, te weten:
o Beige poeder bevattende 87,81 gram MDMA,
o 25 blauwe tabletten met een gewicht van 4,59 gram MDMA,
3. ( goednummer PL2600-2021009925-1165448) 8,05 gram MDMA, te weten:
o Blauw poeder bevattende 4,93 gram MDMA,
o 7,5 tabletten in vorm van een Mario ster, met een gewicht van 2,24 gram MDMA,
o Roze poeder bevattende 0,88 gram MDMA,
4. ( goednummer PL2600-2021009925-1165443) 20 paarse tabletten met opdruk
Kenzo, met een gewicht van 320 gram MDMA,
5. ( goednummer PL2600-2021009925-1165445) 20 roze tabletten met een gewicht
van 692,56 gram MDMA,
6. ( goednummer PL2600-2021009925-1165438) 6,24 gram cocaïne, en/of
7. ( goednummer PL2600-2021009925-1165439) 17,21 gram cocaïne,
zijnde middelen als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
7.
hij op 1 september 2021 te Rotterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad een of meer hoeveelheden hennep en/of hasj, te weten:
1. goednummer PL2600-2021009925-1165440) 1060 gram hennep, in elk geval een materiaal bevattende THC, en/of
2. ( goednummer PL2600-2021009925-1165446) een blok van 132,6 gram hasj en/of hennep, in elk geval een materiaal bevattende THC,
zijnde middelen als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere bewezenverklaring komt dan de rechtbank. Omdat hof zich in grote lijnen kan vinden in de overige beslissingen en overwegingen van de rechtbank, zal het hof grote delen van het vonnis overnemen.

Bewijsoverwegingen

Standpunt verdediging
De verdediging heeft ten aanzien van een aantal (onderdelen) van de tenlastegelegde feiten betoogd dat deze niet bewezen kunnen worden.
Standpunt Openbaar Ministerie
De advocaat-generaal heeft ten aanzien van de tenlastegelegde feiten gerekwireerd dat deze in alle onderdelen wel bewezen kunnen worden.
Oordeel hof
Het hof overweegt met betrekking tot de tenlastegelegde en in hoger beroep aan de orde zijnde feiten het navolgende.
Feit 3Bij gelegenheid van de doordoorzoeking van de woning van de verdachte op het adres [adres 2] te Rotterdam is in de kelderbox behorend bij die woning in een stellingkast een ronde tas met daarin een pistool aangetroffen. Het pistool was voorzien van twee volle patroonhouders waarvan één in het pistool zat. [1] Het wapen is onderzocht en bleek een pistool van het merk Glock, type 17, kaliber 9x19mm, en werkte naar behoren. De patroonmagazijnen bevatten in totaal 29 patronen die geschikt waren om met het pistool te worden verschoten. [2]
Het wapen en de magazijnen zijn onderzocht op de aanwezigheid van biologische sporen. De volgende biologische sporen – met een relatie met het DNA van de verdachte – zijn veiliggesteld [3] :
SIN AANV8335NL - bemonstering ruwe delen pistool;
SIN AANV8336NL - bemonstering voorzijde loop pistool.
De DNA-mengprofielen van deze bemonsteringen zijn vergeleken met de DNA-profielen van de verdachte en [medeverdachte] (de vader van de verdachte). Ten aanzien van bemonstering van SIN AANV8335NL is berekend dat het circa 450 miljoen keer waarschijnlijker is wanneer de bemonstering DNA bevat dat afkomstig is van de verdachte en drie willekeurige onbekende personen, dan wanneer de bemonstering DNA bevat dat afkomstig is van vier willekeurige onbekende personen. Ten aanzien van bemonstering SIN AANV8336NL is berekend dat het meer dan 1 miljard keer waarschijnlijker is wanneer de bemonstering DNA bevat dat afkomstig is van de verdachte en twee willekeurige onbekende personen, dan wanneer de bemonstering DNA bevat dat afkomstig is van drie willekeurige onbekende personen. In het NFI-rapport staat dat als een persoon – van wie het DNA-profiel is vergeleken – niet wordt vermeld, er dan geen aanwijzing is verkregen voor de aanwezigheid van DNA van deze persoon in die bemonstering. [4]
Op grond van bovenstaande feiten en omstandigheden vindt het hof bewezen dat de verdachte het vuurwapen en de bijbehorende munitie voorhanden heeft gehad. Het wapen en de munitie zijn aangetroffen in de kelderbox van de woning van de verdachte. De kelderbox maakt onderdeel uit van de woning. Een bewoner van een woning wordt geacht te weten wat er in zijn woning ligt. De aanwezigheid van een wapen in de kelderbox behorende bij de woning van de verdachte vindt het hof dus redengevend voor het bewijs dat de verdachte zich bewust is geweest van de aanwezigheid ervan en dat hij erover kon beschikken. De resultaten van het DNA-onderzoek ondersteunen dit. Het enkele feit dat de kelderbox zich niet in de woning bevond, maar enkele deuren verderop in de straat, doet aan een en ander niet af. Het hof overweegt in dit verband nog dat de verdachte geen, de redengevendheid van de resultaten van het DNA-onderzoek ontzenuwende, verklaring heeft afgelegd.
Feit 4
Tijdens de doorzoeking van de woning van de verdachte zijn op de vliering (zolder) van de woning een plastic tas met daarin drie pakketten met geldbiljetten en een koffer gevuld met geld aangetroffen. Op afbeeldingen van de stapels biljetten zijn coupures van 20, 50 en 500 te zien. Na telling bleek het te gaan om € 150.050,00 respectievelijk € 348.500,00.
In de woonkamer van de woning werd een zwarte rugtas aangetroffen met daarin een bakje met bankbiljetten. Het geld was verpakt in een doorzichtige plastic zak. In de plastic zak lag bovenop op het geld een papiertje met daarop geschreven ‘! [letter] !’. [5] Na telling bleek het te gaan om € 51.900,00. [6]
Vrijspraak van het geld op de vliering
Anders dan de rechtbank oordeelt het hof dat niet uit het procesdossier vastgesteld kan worden dat de verdachte wetenschap heeft gehad van de aanwezigheid van het op de vliering van de woning aangetroffen geld - € 150.050,00 en € 348.500,00 - en aldus enige witwashandeling ten aanzien van die geldbedragen heeft gepleegd. Het hof zal de verdachte in zoverre dan ook vrijspreken van witwassen van voornoemde geldbedragen. Het hof overweegt in dit verband dat het op 2 april 2020 gevoerde (“boekhouding”) gesprek tussen de verdachte en zijn vader [medeverdachte] onvoldoende redengevend is voor het bewijs van witwassen van dat geld. Het gesprek vond ongeveer zeventien maanden vóór de doorzoeking en het aantreffen van het geld plaats. Deze tijdspanne vindt het hof te groot om daaraan die redengevendheid te kunnen ontlenen. Verder wijst het hof op het zich niet in de leefruimte bevinden van het geld, maar op een vliering die alleen met een vlizotrap kon worden betreden en op het gegeven dat uit het procesdossier ook overigens geen aanwijzingen zijn af te leiden dat de verdachte kon beschikken over dit geld, dan wel wetenschap van de aanwezigheid daarvan had.
Bewezenverklaring van witwassen van het geldbedrag in de rugtas
Uit informatie van de Belastingdienst zijn de volgende inkomensgegevens van de verdachte gebleken. In 2018 heeft de verdachte een bedrag van € 1.944,00 verdiend bij [bedrijf] Op 25 februari 2019 is de verdachte een eenmanszaak gestart genaamd [bedrijf 2] . Uit de iCOV Rapportage Vermogen en Inkomsten (iRVI) blijkt dat de verdachte in 2019 een jaaromzet van € 27.700,00 en een winst uit onderneming van € 26.600,00 heeft gehad. In 2020 betrof de jaaromzet € 17.016,00. De winst uit onderneming van dat jaar was nog niet bekend. [7]
Het hof stelt vast dat in de woning van de verdachte een groot contant geldbedrag is aangetroffen in een bakje in een rugtas. De aanwezigheid van dit geldbedrag is niet te verklaren door een legale bron van inkomsten van de verdachte. Deze omstandigheden zijn witwasindicatoren die het vermoeden rechtvaardigen dat het geld uit misdrijf afkomstig is. Van de verdachte mag daarom worden verlangd dat hij een verklaring geeft voor de herkomst van het geld. Zo’n verklaring heeft de verdachte niet gegeven.
Het hof acht het witwassen van het in de woonkamer in een rugtas aangetroffen geldbedrag van € 51.900,00 bewezen. Niet alleen bevond dit geld zich in de leefruimte van zijn woning – de rugtas stond direct naast de bank in de woonkamer –, maar ook het papier met de “ [letter] !”, zijnde de eerste letter van de voornaam van de verdachte, in de plastic zak waarin het geld was verpakt, duidt erop dat de verdachte het geld voorhanden heeft gehad.
De enkele stelling dat de verdachte niet op de hoogte was van de aanwezigheid van het geld in de woning en aldus dit geld niet voorhanden heeft gehad vindt het hof – gezien de locatie van de aangetroffen rugtas met geld en het papier met de “ [letter] !” – niet aannemelijk.
Feit 5
Tijdens de doorzoeking van de woning van de verdachte is in zijn slaapkamer een mes aangetroffen. [8] Dit mes is onderzocht en bleek een vlindermes te zijn, zijnde een wapen als bedoeld in artikel 2, categorie I, van de Wet wapens en munitie. [9]
De verdachte heeft ter terechtzitting in eerste aanleg verklaard dat hij wist dat het vlindermes in zijn slaapkamer lag en dat het van hem was. [10] Ter terechtzitting in hoger beroep heeft hij dit bevestigd.
Gelet op de bevindingen uit het dossier en de bekennende verklaring van de verdachte acht het hof bewezen dat de verdachte toen en daar een vlindermes voorhanden heeft gehad.
Feiten 6 en 7
In de woning van de verdachte zijn tijdens de doorzoeking op 1 september 2021 voorts in verschillende ruimtes van de woning verdovende middelen aangetroffen. [11]
Deze verdovende middelen zijn gewogen, (indicatief) getest en bemonsterd. [12] Hieronder volgt een overzicht van de verdovende middelen, hun vindplaats, het (totaal)gewicht en de uitslag van het NFI, dan wel de uitslag van de indicatieve test:
Woonkamer:
1. een blok hasj (WA161.05.01.003), met een gewicht van 132,6 gram, indicatief positief getest voor THC [13] ;
2. twee zakjes met roze pilletjes (WA161.05.04.009), bestaande uit:
- paarse tabletten met opdruk Kenzo, met een gewicht van 19,24 gram, hiervan zijn 20 tabletten getest en die bevatten MDMA [14] ;
2,5 tablet met opdruk Red Bull, met een gewicht van 1,09 gram, hiervan is één tablet getest en die bevat MDMA [15] ;
- twee roze tabletten met een gewicht van 0,33 gram, hiervan is één tablet getest en die bevat MDMA [16] ;
20 tabletten met de opdruk Kenzo, met een gewicht van 7,53 gram, indicatief positief getest voor MDMA [17] ;
- zeven tabletten in de vorm van een Mario ster, met een gewicht van 2,12 gram, hiervan is 1 tablet getest en die bevat MDMA [18] ;
- vier tabletten roze van kleur, met een gewicht van 1,95 gram, hiervan is één tablet getest en die bevat MDMA [19] ;
- tabletten met opdruk Red Bull, met een gewicht van 3,29 gram, hiervan is één tablet getest en die bevat MDMA [20] .
Keuken:
3. een toilettasje met notities en drugs (WA161.06.01.001), bestaande uit:
- drie zakjes met blauw poeder, met een totaalgewicht van 4,93 gram, bevatten MDMA [21] ;
7,5 tabletten in vorm van een Mario ster, met een gewicht van 2,24 gram, hiervan is één tablet getest en die bevat MDMA [22] ;
- roze poeder, met een gewicht van 0,88 gram, bevat MDMA [23] .
De slaapkamer van verdachte:
4. een plastic zakje met wit poeder (WA161.01.05.010), met een gewicht van 12,02 gram, indicatief getest voor cocaïne [24] ;
5. een grijze vuilniszak met gedroogde henneptoppen (WA161.01.06.001), met een gewicht van 1060 gram, indicatief positief getest voor THC [25] .
Kelderbox:
6. vier zakjes met lila/paarse pilletjes (WA161.04.02.001), met een gewicht van 320 gram, hiervan zijn 20 tabletten getest, indicatief positief getest voor MDMA [26] ; en
7. een plastic zak met vierkante pilletjes (WA161.04.02.003), met een gewicht van 692,56 gram, hiervan zijn 20 tabletten getest, indicatief positief getest voor MDMA. [27]
Het hof stelt vast dat paarse tabletten met de opdrukken ‘Kenzo’ en tabletten met de opdrukken ‘Red Bull’, ‘Mario ster’ en tabletten roze van kleur positief zijn getest door het NFI op de aanwezigheid van MDMA. Dat niet elke tablet afzonderlijk is getest op de aanwezigheid van MDMA doet aan de bewezenverklaring niet af, nu zij in gezamenlijkheid zijn aangetroffen. Voor de tabletten met een logo geldt dat elk logo positief is getest op MDMA.
Voor wat betreft de pillen aangetroffen in de kelderbox geldt dat de indicatieve test is uitgevoerd op een aanzienlijk aantal pillen – 40 stuks – die alle een positieve uitslag gaven voor de aanwezigheid van de MDMA. Dit in aanmerking nemend, naast het feit dat in de verblijfsruimten van de woning eveneens MDMA-bevattende pillen zijn aangetroffen en de verdachte geen alternatieve verklaring heeft gegeven over de samenstelling van de in de kelderbox aangetroffen pillen, oordeelt het hof dat de in de kelderbox aangetroffen pillen telkens MDMA bevatten.
Het in de woonkamer aangetroffen blok is indicatief positief getest op THC. Het hof komt tot bewezenverklaring dat dit blok hasj betreft, op basis van de positieve indicatieve test, de omschrijving in het proces-verbaal van bevindingen [28] door de als pandcoördinator betrokken verbalisant van het goed als “blok hasj” en het gegeven dat de verdachte geen alternatieve verklaring heeft gegeven over de samenstelling van het blok als het geen hasj zou zijn.
Het hof acht bewezen dat de verdachte alle hierboven benoemde verdovende middelen opzettelijk aanwezig heeft gehad. Wat betreft de goederen aangetroffen in de slaapkamer heeft de verdachte bekend deze aanwezig te hebben gehad. [29] Voor de andere verblijfsruimten zoals de woonkamer en de keuken is het hof van oordeel dat de verdachte als bewoner van de woning van de aanwezigheid van de verdovende middelen op de hoogte moet zijn geweest en daarover kon beschikken. De verklaring van de verdachte dat hij enkel in zijn eigen slaapkamer kwam en slechts een enkele keer in de keuken is ongeloofwaardig en verder ook geenszins nader onderbouwd, dan wel (anderszins) aannemelijk geworden.
Wat betreft de kelderbox overweegt het hof dat in deze kelderbox, zoals eerder overwogen, een pistool is aangetroffen en dat het hof – mede op grond van een positieve DNA-relatie tussen de verdachte en dit vuurwapen – bewezen acht dat de verdachte dit pistool voorhanden heeft gehad. Het hof ontleent aan deze vaststelling, naast de overweging dat een bewoner van een woning geacht op de hoogte te zijn van alle goederen die zich in die woning bevinden, zijn oordeel dat de verdachte ook de in die kelderbox aangetroffen pillen opzettelijk aanwezig heeft gehad.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 3, 4, 5, 6 en 7 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
3.
hij op 1 september 2021 te Rotterdam een vuurwapen van categorie III, als bedoeld in de Wet wapens en munitie, te weten een pistool van het merk Glock, type 17, kaliber 9mm, en twee bijbehorende patroonhouders gevuld met 29 stuks munitie van categorie III, voorhanden heeft gehad;
4.
hij op 1 september 2021 te Rotterdam een contant geldbedrag van in totaal 51.900,00 euro voorhanden heeft gehad terwijl hij wist dat dit contante geldbedrag geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf;
5.
hij op 1 september 2021 te Rotterdam een wapen van categorie I, als bedoeld in de Wet wapens en munitie, te weten een vlindermes, voorhanden heeft gehad;
6.
hij op 1 september 2021 te Rotterdam, opzettelijk aanwezig heeft gehad:
1. goednummer PL2600-2021009925-1165447) 35,55 gram MDMA, te weten:
o tabletten met opdruk Kenzo, met een gewicht van 19,24 gram MDMA,
o 2,5 tablet met opdruk Red Bull, met een gewicht van 1,09 gram MDMA,
o 2 roze tabletten met een gewicht van 0,33 gram MDMA,
o 20 tabletten met de opdruk Kenzo, met een gewicht van 7,53 gram MDMA,
o 7 tabletten in de vorm van een Mario ster, met een gewicht van 2,12 gram MDMA,
o 4 tabletten roze van kleur, met een gewicht van 1,95 gram MDMA,
o Een hoeveelheid tabletten met opdruk Red Bul, met een gewicht van 3,29 gram MDMA,
2. ( goednummer PL2600-2021009925-1165449) 92,4 gram MDMA, te weten:
o Beige poeder bevattende 87,81 gram MDMA,
o 25 blauwe tabletten met een gewicht van 4,59 gram MDMA,
3. ( goednummer PL2600-2021009925-1165448) 8,05 gram MDMA, te weten:
o Blauw poeder bevattende 4,93 gram MDMA,
o 7,5 tabletten in vorm van een Mario ster, met een gewicht van 2,24 gram MDMA,
o Roze poeder bevattende 0,88 gram MDMA,
4. ( goednummer PL2600-2021009925-1165443) paarse tabletten met opdruk Kenzo, met een gewicht van 320 gram MDMA,
5. ( goednummer PL2600-2021009925-1165445) roze tabletten met een gewicht van 692,56 gram MDMA,
6. ( goednummer PL2600-2021009925-1165438) 6,24 gram cocaïne, en
7. ( goednummer PL2600-2021009925-1165439) 12,02 gram cocaïne,
zijnde MDMA en cocaïne telkens middelen als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;
7.
hij op 1 september 2021 te Rotterdam opzettelijk aanwezig heeft :
1. goednummer PL2600-2021009925-1165440) 1060 gram hennep, in elk geval een materiaal bevattende THC, en
2. ( goednummer PL2600-2021009925-1165446) een blok van 132,6 gram hasj, in elk geval een materiaal bevattende THC, zijnde hennep en hasj telkens middelen als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II.
Hetgeen onder 3, 4, 5, 6 en 7 meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.
Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het onder 3, 4, 5, 6 en 7 bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.
Het onder 3 bewezenverklaarde levert op:
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een wapen van categorie II,
en
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie (munitie).
Het onder 4 bewezenverklaarde levert op:
witwassen.
Het onder 5 bewezenverklaarde levert op:
handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.
Het onder 6 bewezenverklaarde levert op:
opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd.
Het onder 7 bewezenverklaarde levert op:
opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar, omdat geen omstandigheid aannemelijk is geworden die de strafbaarheid ten aanzien van het onder 3, 4, 5, 6 en 7 bewezenverklaarde uitsluit.

Oplegging van straf

De rechtbank heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezenverklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf van 28 maanden, met aftrek van het voorarrest.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 25 maanden, met aftrek van voorarrest.
De raadsman heeft in het kader van de strafoplegging gewezen op de lange duur van behandeling van de zaak in hoger beroep. De verdachte wil graag met zijn vriendin een toekomst opbouwen en gaan samenwonen.
Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan vijf feiten. In de woning van de verdachte zijn op verschillende plekken meerdere hoeveelheden verdovende middelen aangetroffen, te weten cocaïne, MDMA, hennep en hasj. De aangetroffen hoeveelheden, samen ruim één kilo harddrugs en ruim één kilo softdrugs, zijn zo groot dat het niet anders kan dan dat deze hoeveelheden bestemd waren voor de (georganiseerde) drugshandel. De handel in cocaïne en andere hard- en softdrugs betreft een ernstig strafbaar feit, nu dit voor de gezondheid schadelijke, verslavende stoffen zijn, met grote nadelige psychische en lichamelijke effecten voor de gebruiker. Het gebruik van en de (georganiseerde) handel in hard- en softdrugs leidt bovendien direct en indirect tot vele andere vormen van criminaliteit en vormt aldus een bron van overlast voor de samenleving. De verdachte heeft door zijn handelen hieraan bijgedragen. Daarnaast heeft de verdachte een vuurwapen met munitie en een vlindermes voorhanden gehad. Tenslotte heeft de verdachte zich ook schuldig gemaakt aan het witwassen van een aanzienlijk geldbedrag.
Het hof heeft kennisgenomen van het strafblad van de verdachte van 22 oktober 2025 waaruit volgt dat hij niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke feiten als die nu bewezen zijn verklaard.
De voorlopige hechtenis van de verdachte is geschorst op 25 februari 2022. Gezien de geringere omvang van het bewezenverklaarde dan waartoe de advocaat-generaal heeft gerekwireerd, te weten de vrijspraak van het witwassen van twee grote geldbedragen die onder feit 4 zijn tenlastegelegd, komt het hof tot een aanzienlijke lagere strafoplegging dan de eis van de advocaat-generaal.
Hoewel het hof oog heeft voor de door de verdediging geschetste persoonlijke omstandigheden is het hof alles afwegende van oordeel dat, gezien de aard en ernst van het bewezenverklaarde feiten, een vrijheidsbenemende straf passend en geboden is. Echter, het hof is wel van oordeel dat geen vrijheidsstraf moet worden opgelegd die duur van de reeds in voorlopige hechtenis doorgebrachte periode overstijgt. Het hof acht het wel passend en geboden om daarnaast een taakstraf op te leggen.
In deze zaak is sprake van een overschrijding van de redelijke termijn voor de berechting. Op 1 september 2021 is de verdachte aangehouden en heeft hij aansluitend voorarrest ondergaan. De voorlopige hechtenis van de verdachte is geschorst op 25 februari 2022. Het vonnis in eerste aanleg is gewezen op 21 november 2022. Het hoger beroep tegen dit vonnis is ingesteld op 5 december 2022. Het hof wijst arrest op 9 januari 2026.
Geconcludeerd moet worden dat in hoger beroep de berechting niet heeft plaatsgevonden binnen 24 maanden en in hoger beroep een overschrijding van de redelijke termijn met ongeveer 13 maanden heeft plaatsgevonden. Het hof is van oordeel dat deze overschrijding wordt gecompenseerd door de door het hof gekozen strafmodaliteit van een taakstraf in combinatie met een deels voorwaardelijke gevangenisstraf, waarbij het onvoorwaardelijk deel gelijk is aan het voorarrest.
Beslag
Blijkens de door de advocaat-generaal overgelegde, zich in het procesdossier bevindende, lijst van in beslag genomen voorwerpen van 27 januari 2023 zijn onder de verdachte voorwerpen en geldbedragen in beslag genomen.
De verdediging heeft ter terechtzitting in hoger beroep – onder verwijzing naar een e-mail van 2 november 2025 aan de griffier van het hof – aangegeven dat de verdachte terug wenst te ontvangen:
- 3156 STK Rechten aan toonder, crypto valuta (Casino-coins) 1.259.711 (Omschrijving: 13-997049-21) en
- 1 STK Harddisk, Medion (685416).
Beslissingen hof
Het hof beslist over de op de beslaglijst staande voorwerpen en geldbedragen als volgt:
verbeurdverklaring:
  • (2) € 51.900,00 (woonkamer achter bank) [685420]
  • (22) Sealbag t.b.v. dacty [686108]
  • (23) Sealbag t.b.v. dacty [686093]
  • (24) Sealbag t.b.v. dacty [686094]
  • (25) Plastic zak t.b.v. dacty [686097]
  • (26) Sealbag t.b.v. dacty [686098]
  • (27) Sealbag [686099]
  • (28) Groen plastic zakje t.b.v. dacty [686102]
  • (29) AH tas en Sealbags t.b.v. dacty en dna [686103]
  • (30) Sealbag t.b.v. dacty [686105]
  • (31) Sealbag t.b.v. dacty [686106]
Het hof is van oordeel dat met betrekking tot deze voorwerpen en dit geld is voldaan aan de maatstaf voor verbeurdverklaring zoals opgenomen in artikel 33a lid 1 Sr. Het geldbedrag van € 51.900,00 euro is door de verdachte witgewassen. De overige goederen zijn verpakkingsmaterialen waarin verdovende middelen zijn aangetroffen die de verdachte voorhanden heeft gehad.
onttrekking aan het verkeer:
  • (4) vlindermes [685373]
  • (6) Bord met wit poeder en airmiles pasje [685391]
  • (7) Rood bord met poeder en rood pasje [685392]
  • (12) Glock 17 [685396]
  • (13) 2 patroonhouders [685822]
  • (32) Gripzakje bruin poeder [685376]
  • (33) Plastic zakje met wit poeder (Levamiso) [685377]
  • (34) Ponypacks cocaïne [685378]
  • (36) Plastic zakje met wit poeder (cocaïne) [685386]
  • (37) Grijze vuilniszak met henneptoppen [685388]
  • (39) Balletjespistool, lijkt sterk op echt wapen [685390]
  • (41) 4 zakjes lila/paarse pilletjes [685397]
  • (42) Zakje rose pilletjes [685398]
  • (43) Plastic zak met vierkante pilletjes met kruisje [685399]
  • (44) Blok hasj [685403]
  • (46) 2 zakjes rose pilletjes en ponypack en diverse vedomi [685419]
  • (47) Toilettasje met notities en drugs [685421]
  • (51) Diverse vedomi in busje Pringles (MDMA, Ketamine en Levamisol) [685434]
  • (52) AH-zak blauw gevuld met voorgedraaide joints [685374]
Het hof is van oordeel dat met betrekking tot deze voorwerpen is voldaan aan de maatstaf voor onttrekking aan het verkeer zoals opgenomen in artikel 36c Sr. Met betrekking tot deze voorwerpen zijn de bewezenverklaarde feiten begaan en deze voorwerpen zijn van zodanige aard dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of het algemeen belang.
Met betrekking tot het inbeslaggenomen balletjespistool (waarvan het bezit strafbaar is gesteld op grond van de Wet wapens en munitie (zaaksdossier 10, 2e aanvulling, pagina 3) is het hof van oordeel dat – gezien de bewezenverklaring van het voorhanden hebben van een vuurwapen (Glock) – dit voorwerp vatbaar is voor onttrekking aan het verkeer op grond van artikel 36d Sr (aangetroffen bij de verdachte bij gelegenheid van het onderzoek naar het door hem begane feit en een soortgelijk Wet wapens en munitie feit).
teruggave aan de verdachte:
  • (5) 1.295.771 Casino Coins bitcoins [691310]
  • (8) A-4 met notities codes / wachtwoorden [685387]
  • (9) Lege doos gsm Google Pixel 4 / verrm. crypto (352932102586201) [685393]
  • (10) Administratie met inloggegevens [695327]
  • (11) Notitie op papiertje [695354]
  • (14) GSM Nokia met hoes, scherm zit los [685401]
  • (15) Notitieboekje [685402]
  • (16) GSM Samsung Galaxy S3, zwart [685407]
  • (17) GSM Samsung, zwart [685408]
  • (18) GSM Oppo [685409]
  • (19) GSM Oppo met groene sticker [685411]
  • (20) Harde schijf Medion HDDrive 2 Go [685416]
  • (21) GSM Apple iPhone 6 (354110723534498), zwart [685429]
  • (35) Apple iPhone, zwart, encryptie telefoon [685381]
  • (38) GSM S Blackphone [685389]
  • (40) Doos met vermoedelijk verdovende middelen (indicatief getest en bleek maïzena te bevatten) [685395]
  • (45) GSM Apple iPhone (encryptie telefoon) [685414]
  • (48) GSM BQ X, encryptie telefoon [685425]
  • (49) GSM BQ X, encryptie telefoon [685426]
  • (50) GSM BQ X5, encryptie telefoon [685427]
  • (53) AH tas [692505]
  • (54) Leeg doosje gsm BQ [685428]
  • (55) Leeg doosje GSM BQ [685430]
Deze voorwerpen behoren toe aan de verdachte en staan niet in relatie tot enig strafbaar feit, althans daarvan is uit het onderzoek niet gebleken. Deze goederen zijn daarom niet vatbaar voor verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer.
bewaring ten behoeve van de rechthebbende:
  • (1) € 348.500,00 (op zolder in koffer) [685424]
  • (3) € 150.050,00 (in blauwe AH-tas van zolder) [685423]
Het hof spreekt de verdachte vrij van het witwassen van deze geldbedragen, omdat een relatie tussen de geldbedragen en de verdachte niet kan worden vastgesteld. Het hof beveelt daarom de bewaring ten behoeve van de rechthebbende.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf zijn gegrond op de artikelen 2, 3, 10 en 11 van de Opiumwet, de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 33, 33a, 36b, 36c, 57, 63 en 420bis van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 13, 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.

BESLISSING

Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van het onder 1 primair, 1 subsidiair en 2 tenlastegelegde.
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 3, 4, 5, 6 en 7 tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het onder 3, 4, 5, 6 en 7 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de duur van
300 (driehonderd) dagen.
Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot
122 (honderdtweeëntwintig) dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Veroordeelt de verdachte tot een
taakstrafvoor de duur van
240 (tweehonderdveertig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door
120 (honderdtwintig) dagen hechtenis.
Verklaart verbeurdde in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:
  • (2) € 51.900,00 (woonkamer achter bank) [685420]
  • (22) Sealbag t.b.v. dacty [686108]
  • (23) Sealbag t.b.v. dacty [686093]
  • (24) Sealbag t.b.v. dacty [686094]
  • (25) Plastic zak t.b.v. dacty [686097]
  • (26) Sealbag t.b.v. dacty [686098]
  • (27) Sealbag [686099]
  • (28) Groen plastic zakje t.b.v. dacty [686102]
  • (29) AH tas en Sealbags t.b.v. dacty en dna [686103]
  • (30) Sealbag t.b.v. dacty [686105]
  • (31) Sealbag t.b.v. dacty [686106]
Beveelt de
onttrekking aan het verkeervan de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:
  • (4) vlindermes [685373]
  • (6) Bord met wit poeder en airmiles pasje [685391]
  • (7) Rood bord met poeder en rood pasje [685392]
  • (12) Glock 17 [685396]
  • (13) 2 patroonhouders [685822]
  • (32) Gripzakje bruin poeder [685376]
  • (33) Plastic zakje met wit poeder (Levamiso) [685377]
  • (34) Ponypacks cocaïne [685378]
  • (36) Plastic zakje met wit poeder (cocaïne) [685386]
  • (37) Grijze vuilniszak met henneptoppen [685388]
  • (39) Balletjespistool, lijkt sterk op echt wapen [685390]
  • (41) 4 zakjes lila/paarse pilletjes [685397]
  • (42) Zakje rose pilletjes [685398]
  • (43) Plastic zak met vierkante pilletjes met kruisje [685399]
  • (44) Blok hasj [685403]
  • (46) 2 zakjes rose pilletjes en ponypack en diverse vedomi [685419]
  • (47) Toilettasje met notities en drugs [685421]
  • (51) Diverse vedomi in busje Pringles (MDMA, Ketamine en Levamisol) [685434]
  • (52) AH-zak blauw gevuld met voorgedraaide joints [685374]
Gelast de
teruggaveaan de verdachte van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:
  • (5) 1.295.771 Casino Coins bitcoins [691310]
  • (8) A-4 met notities codes / wachtwoorden [685387]
  • (9) Lege doos gsm Google Pixel 4 / verrm. crypto (352932102586201) [685393]
  • (10) Administratie met inloggegevens [695327]
  • (11) Notitie op papiertje [695354]
  • (14) GSM Nokia met hoes, scherm zit los [685401]
  • (15) Notitieboekje [685402]
  • (16) GSM Samsung Galaxy S3, zwart [685407]
  • (17) GSM Samsung, zwart [685408]
  • (18) GSM Oppo [685409]
  • (19) GSM Oppo met groene sticker [685411]
  • (20) Harde schijf Medion HDDrive 2 Go [685416]
  • (21) GSM Apple iPhone 6 (354110723534498), zwart [685429]
  • (35) Apple iPhone, zwart, encryptie telefoon [685381]
  • (38) GSM S Blackphone [685389]
  • (40) Doos met vermoedelijk verdovende middelen (indicatief getest en bleek maïzena te bevatten) [685395]
  • (45) GSM Apple iPhone (encryptie telefoon) [685414]
  • (48) GSM BQ X, encryptie telefoon [685425]
  • (49) GSM BQ X, encryptie telefoon [685426]
  • (50) GSM BQ X5, encryptie telefoon [685427]
  • (53) AH tas [692505]
  • (54) Leeg doosje gsm BQ [685428]
  • (55) Leeg doosje GSM BQ [685430]
Gelast de bewaring ten behoeve van de rechthebbendevan de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:
  • € 348.500,00 (op zolder in koffer) [685424]
  • (3) € 150.050,00 (in blauwe AH-tas van zolder) [685423].
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. S.M.M. Bordenga, mr. M.J.A. Plaisier en mr. C. Fetter, in tegenwoordigheid van mr. R.M. ter Horst, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 9 januari 2026.
Mr. C. Fetter is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

Voetnoten

1.[…]
2.[…]
3.[…]
4.[…]
5.[…]
6.[…]
7.[…]
8.[…]
9.[…]
10.[…]
11.[…]
12.[…]
13.[…]
14.[…]
15.[…]
16.[…]
17.[…]
18.[…]
19.[…]
20.[…]
21.[…]
22.[…]
23.[…]
24.[…]
25.[…]
26.[…]
27.[…]
28.[…]
29.[…]