ECLI:NL:GHAMS:2026:1919
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid betrokkene in hoger beroep ontnemingszaak
In deze ontnemingszaak heeft het gerechtshof Amsterdam op 30 juni 2026 uitspraak gedaan over het hoger beroep van betrokkene tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 11 juli 2024. Betrokkene had geen schriftelijke grieven ingediend en ook mondeling geen bezwaren tegen het vonnis geuit. Tevens bleek er geen rechtens te respecteren belang aanwezig te zijn dat een onderzoek in hoger beroep zou rechtvaardigen.
De advocaat-generaal had daarom gevorderd dat betrokkene niet-ontvankelijk zou worden verklaard in het hoger beroep. Het hof heeft dit verzoek gevolgd en betrokkene niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering.
De uitspraak werd gedaan door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarbij één van de rechters wegens onmacht niet medeondertekende. De beslissing betekent dat het hoger beroep niet inhoudelijk is behandeld en het vonnis van de rechtbank Amsterdam in stand blijft.
Uitkomst: Betrokkene is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens het ontbreken van grieven en een rechtens te respecteren belang.