ECLI:NL:GHAMS:2026:1920

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
30 juni 2026
Publicatiedatum
14 juli 2026
Zaaknummer
23-002184-23
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 416 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verdachte niet-ontvankelijk in hoger beroep wegens intrekking

Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep van verdachte tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 11 juli 2023. Tijdens de terechtzitting op 30 juni 2026 heeft de raadsvrouw namens verdachte medegedeeld dat verdachte het hoger beroep wenst in te trekken en geen bezwaren meer heeft tegen het vonnis.

De advocaat-generaal vorderde dat verdachte niet-ontvankelijk zou worden verklaard in het hoger beroep. Omdat er geen schriftelijke grieven zijn ingediend en geen rechtens te respecteren belang is gebleken dat een nader onderzoek rechtvaardigt, oordeelt het hof dat verdachte niet-ontvankelijk is in het hoger beroep op grond van artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering.

Het arrest is uitgesproken door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 30 juni 2026. Een van de rechters was verhinderd het arrest mede te ondertekenen.

Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens intrekking.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-002184-23
datum uitspraak: 30 juni 2026
TEGENSPRAAK, raadsvrouw op eerdere zitting gemachtigd
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 11 juli 2023 in gevoegde strafzaken onder de parketnummers 13-196278-22 en 13-082174-23 en 13-293350-22, alsmede 09-100155-22 (TUL) tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2001,
adres: [adres] .

Onderzoek ter terechtzitting

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 30 juni 2026.
Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte niet-ontvankelijk zal worden verklaard in het hoger beroep.

Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep

De raadsvrouw heeft bij (per e-mailbericht ingekomen) brief van 29 juni 2026 het hof laten weten dat de verdachte het hoger beroep wil intrekken, omdat hij geen bezwaren (meer) heeft tegen het vonnis waarvan beroep. Nu de raadsvrouw te kennen heeft gegeven dat de verdachte het hoger beroep niet wenst te handhaven, door of namens de verdachte geen schriftuur houdende grieven is ingediend en ook overigens niet is gebleken van enig rechtens te respecteren belang dat is gediend met een nader onderzoek van de zaak, zal de verdachte gelet op het bepaalde in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering niet-ontvankelijk worden verklaard in het ingestelde hoger beroep.

BESLISSING

Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.M. Koolen - Zwijnenburg, mr. J.J. Roos en mr. M.F.J.M. de Werd, in tegenwoordigheid van mr. S. Egidi, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 30 juni 2026.
mr. A.M. Koolen – Zwijnenburg is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.