Uitspraak
1.Het beklag
[beklaagde](hierna: beklaagde) en andere personen die de op [website 1] gepubliceerde verklaring ‘Evangelie en extreemrechts gaan niet samen’ van 13 september 2024 (hierna: de verklaring) hebben ondertekend, ter zake van belediging, aanzetten tot haat en discrimineren op basis van geloofsovertuiging en politieke voorkeur.
2.Het verslag van de advocaat-generaal
3.De voorhanden stukken
4.De behandeling in raadkamer
5.Feiten en omstandigheden
6.De toelichting op het beklag
namenseen groep klaagt, maar wel beoogt te klagen als persoon die
geschaard kan worden ondereen groep, te weten de in de verklaring genoemde conservatieve christenen die op FVD stemmen. Daarom gaat het hof er, anders dan de advocaat-generaal, vanuit dat het beklag behalve op belediging en aanzetten tot haat
ookgericht is tegen het niet vervolgen wegens groepsbelediging.
7.Ontvankelijkheid
8.De beoordeling van het beklag
dialoogbinnen de kerk over een actuele maatschappelijke en politieke ontwikkeling, namelijk de groeiende steun voor extreemrechts gedachtegoed en de vraag hoe christelijk Nederland zich daartoe zou moeten verhouden. Het hof stelt vast dat de oproep is voorzien van een duidelijke mening, namelijk dat christen zijn niet samengaat met het ondersteunen van extreemrechtse denkbeelden, zoals die van FVD. De verklaring benoemt echter tegelijkertijd dat het essentieel is om stelling te nemen voor gerechtigheid, ook als dat leidt tot moeilijke gesprekken binnen de kerk, en in de verklaring wordt de wil uitgesproken om geloofsgemeenschappen te laten fungeren als oefenplaatsen voor de noodzakelijke gesprekken over racisme en discriminatie.
nietbeledigend is voor de groep waartoe klager behoort. Reeds daaruit volgt dat de verklaring niet is aan te merken als en dus niet te kwalificeren valt als groepsbelediging in de zin van artikel 137c Sr.