ECLI:NL:GHAMS:2026:1960
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid OM wegens overlijden verdachte in witwaszaak
In deze strafzaak tegen de verdachte, geboren in 1958, heeft het gerechtshof Amsterdam op 10 juli 2026 het hoger beroep behandeld tegen het vonnis van de politierechter van 18 september 2024. De zaak betrof witwassen en werd behandeld onder het parketnummer 23-002840-24.
Het hof vernietigde het vonnis waarvan beroep en deed opnieuw recht door het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk te verklaren in de vervolging, vanwege het overlijden van de verdachte, conform artikel 69 van Pro het Wetboek van Strafrecht. Tevens verklaarde het hof de benadeelde partij, Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, niet-ontvankelijk in haar vordering tot schadevergoeding en bepaalde dat zij haar eigen kosten draagt.
De uitspraak benadrukt de onmogelijkheid van strafvervolging na overlijden van de verdachte en de consequenties daarvan voor civiele vorderingen in het strafproces. Het vonnis werd gewezen door mr. L.M.G. de Weerd, in aanwezigheid van griffier mr. S.S.I. Jackson.
Uitkomst: Het gerechtshof verklaart het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging wegens overlijden van de verdachte en wijst de schadevergoedingsvordering af.