ECLI:NL:GHAMS:2026:2002

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
14 juli 2026
Publicatiedatum
21 juli 2026
Zaaknummer
200.363.312/01
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:253a BWArt. 1:377e BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Wijziging zorgregeling en vakantie- en feestdagenregeling voor minderjarige kinderen

De zaak betreft een geschil tussen ouders over de zorgregeling en vakantie- en feestdagenregeling voor hun twee minderjarige kinderen, geboren in 2013 en 2017. De rechtbank had eerder de zorgregeling gewijzigd, waarbij de kinderen meer tijd bij de vader doorbrachten. De moeder ging hiertegen in hoger beroep en verzocht om terugkeer naar een regeling met minder doordeweekse zorgmomenten bij de vader.

Het hof oordeelt dat de huidige regeling, waarbij de kinderen ongeveer de helft van de tijd bij elke ouder verblijven, in het belang van de kinderen is en dat onvoldoende concrete omstandigheden zijn aangevoerd om deze te wijzigen. De kinderen ervaren wel onrust bij de vader, maar dit is niet voldoende om de regeling aan te passen. De vader en moeder wonen beiden in dezelfde plaats en het contact met beide ouders wordt als belangrijk geacht.

Daarnaast heeft het hof de vakantie- en feestdagenregeling verduidelijkt. De vakanties starten op vrijdag na schooltijd en eindigen op vrijdag om 18.00 uur, met een wisselmoment halverwege de tweeweekse vakanties. De verdeling van vakanties en feestdagen blijft grotendeels zoals eerder vastgesteld, met afwisselende jaren voor de ouders. Ook is een regeling getroffen voor bijzondere feestdagen en verjaardagen, waarbij de kinderen deze dagen bij de ene ouder doorbrengen en de regeling start om 11.00 uur en eindigt om 20.00 uur.

Het hof vernietigt de bestreden beschikking voor zover deze afwijkt van het oordeel en stelt de zorgregeling en vakantie- en feestdagenregeling vast zoals in het dictum vermeld. Een dwangsom wordt niet opgelegd. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad gegeven.

Uitkomst: De zorgregeling en vakantie- en feestdagenregeling worden vastgesteld met handhaving van de huidige co-ouderschapsregeling en verduidelijking van vakanties en feestdagen.

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

Afdeling civiel recht en belastingrecht
Team III (familie- en jeugdrecht)
zaaknummer: 200.363.312/01
zaaknummer rechtbank: C/15/365086 / FA RK 25-2357
beschikking van de meervoudige kamer van 14 juli 2026 in de zaak van
[de moeder],
wonende te [plaats A] , gemeente [gemeente] ,
verzoekster in hoger beroep,
hierna: de moeder,
advocaat: mr. E.E. Tiebie te Heerhugowaard,
en
[de vader] ,
wonende te [plaats A] , gemeente [gemeente] ,
verweerder in hoger beroep,
hierna: de vader,
advocaat: mr. R. Bottenheft te Velsen-Zuid.
Het hof heeft daarnaast als belanghebbende aangemerkt:
- de minderjarige [minderjarige 1] (hierna: [minderjarige 1] );
- de minderjarige [minderjarige 2] (hierna: [minderjarige 2] ).
In de procedure heeft een adviserende taak:
de Raad voor de Kinderbescherming,
gevestigd te Den Haag, locatie Haarlem,
hierna: de raad.

1.De zaak in het kort

1.1
De zaak gaat over de zorgregeling en de vakantie- en feestdagenregeling ten aanzien van [minderjarige 1] (12 jaar) en [minderjarige 2] (9 jaar).
1.2
De rechtbank heeft bij beschikking van 14 november 2025, op het verzoek van de vader, de zorgregeling en de vakantie- en feestdagenregeling gewijzigd. De moeder is het daarmee niet eens. De vader is het grotendeels wel eens met de bestreden beschikking, maar verzoekt de regeling op bepaalde punten aan te vullen. Daarnaast verzoekt hij een dwangsom te verbinden aan de nakoming van de zorgregeling door de moeder.

2.De procedure in hoger beroep

2.1
De moeder is op 6 januari 2026 in hoger beroep gekomen van een beschikking van 14 november 2025 (hierna: de bestreden beschikking) van de rechtbank Noord-Holland, locatie Haarlem (hierna: de rechtbank).
2.2
De vader heeft op 2 maart 2026 een verweerschrift met daarin ook een incidenteel hoger beroep ingediend.
2.3
De moeder heeft op 13 april 2026 een verweerschrift in het incidenteel hoger beroep ingediend.
2.4
Het hof heeft daarnaast het volgende stuk ontvangen:
- een bericht van de zijde van de moeder van 28 mei 2026 met bijlagen.
2.5
De voorzitter heeft voorafgaand aan de zitting, te weten op 5 juni 2026, met [minderjarige 1] en [minderjarige 2] gesproken. De voorzitter heeft de inhoud van deze gesprekken ter zitting zakelijk weergeven.
2.6
De zitting heeft op 8 juni 2026 plaatsgevonden. Daarbij waren aanwezig:
- de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
- de vader, bijgestaan door zijn advocaat;
- de raad, vertegenwoordigd door R. Bark.

3.De feiten

3.1
Deze zaak heeft betrekking op de volgende kinderen van de vader en de moeder (hierna gezamenlijk: de ouders):
- [minderjarige 1] , geboren [in] 2013 in [plaats B] ;
- [minderjarige 2] , geboren [in] 2017 in [plaats B] ,
hierna gezamenlijk: de kinderen.
3.2
De ouders hebben van maart 2010 tot en met augustus 2016 een affectieve relatie gehad.
3.3
De ouders oefenen sinds 28 oktober 2022 gezamenlijk het gezag uit over de kinderen.
3.4
De hoofdverblijfplaats van de kinderen is bij de moeder.
3.5
Bij beschikking van de rechtbank van 20 april 2018 is een zorgregeling vastgesteld, die
– voor zover in hoger beroep van belang – inhoudt dat de kinderen bij de vader verblijven:
- in de even weken van vrijdag 18.00 uur tot zondag 17.00 uur;
-
zomervakantie: twee weken;
-
herfst-, voorjaars- en meivakantie:van maandag tot en met woensdag 12.00 uur;
-
kerstvakantie:in de even jaren: 1e Kerstdag en de eerste week van de kerstvakantie, in de oneven jaren: 2e Kerstdag, de tweede week van de kerstvakantie en oudejaarsdag en nieuwjaarsdag;
-
Goede Vrijdag, Pasen en Koningsdag:in de oneven jaren, met dien verstande dat als een van deze dagen in een vakantie valt, de vakantieverdeling bepalend is;
-
Sinterklaas:ieder jaar een dag rondom Sinterklaas;
-
Verjaardagen [minderjarige 1] en [minderjarige 2] :ieder jaar een dag rondom de verjaardagen;
-
Verjaardag van de man:ieder jaar, met een overnachting erna;
-
Verjaardag opa/oma ( [datum] en [datum] ):de viering van de verjaardagen;
-
Vaderdag:ieder jaar, met overnachting erna.
3.6
De rechtbank heeft deze zorgregeling bij beschikking van 31 maart 2021 gewijzigd.
3.7
De moeder is in hoger beroep gegaan van de beslissing van de rechtbank van 31 maart 2021. In hoger beroep hebben de ouders overeenstemming bereikt over de zorgregeling en de vakantie- en feestdagenregeling. Het hof heeft bij beschikking van 9 november 2021 de zorgregeling als volgt gewijzigd. De kinderen verblijven:
- om de week bij de vader van vrijdagmiddag 17.00 uur tot maandagochtend naar school en worden iedere week op woensdag door hem opgehaald bij het kinderdagverblijf en verblijven bij hem tot donderdagochtend naar school zoals in het als productie overgelegde kleurschema;
- de vakantie- en feestdagen regeling wordt vastgesteld zoals in het als productie overgelegde kleurschema:
Even jaren:
Oneven jaren:
Voorjaarsvakantie:
vader
moeder
Meivakantie week 1:
moeder
vader
Meivakantie week 2:
vader
moeder
Zomervakantie eerste drie weken:
moeder
vader
Zomervakantie laatste drie weken:
Herfstvakantie:
vader
moeder
moeder
vader
Eerste kerstdag en de eerste week van de kerstvakantie:
moeder
vader
Tweede kerstdag, de tweede week van de kerstvakantie
en Oud en Nieuw:
vader
moeder
Bijzondere feestdagen ongewijzigd zoals opgenomen in de beschikking van de rechtbank Noord-Holland, locatie Haarlem, d.d. 20 april 2018;
- voor de dagen dat niet via school gewisseld wordt (studiedagen of vakantie), dan wel bij ziekte van de kinderen geldt de volgende haal-/brengregeling: de ouder waar de kinderen op dat moment verblijven, brengt de kinderen naar de andere ouder als er gewisseld moet worden op de dagen dat de wisseling niet via school verloopt. De ouder die de kinderen brengt, dient de andere ouder op de hoogte te brengen dat de kinderen worden gebracht en niet uit school hoeven worden gehaald. Als de wisseling tijdens een vakantie plaatsvindt, worden de kinderen om 11.00 uur naar de andere ouder gebracht
.
3.8
Op 10 januari 2025 zijn de ouders een aanvullende regeling op het ouderschapsplan overeengekomen. Hierin is – kort samengevat – het volgende opgenomen:
- de kinderen verblijven vanaf 1 januari 2025 ook elke donderdag de gehele dag
bij de vader;
- de kinderen worden de volgende ochtend (vrijdag) om 7.15 uur door de vader naar
de moeder gebracht, zodat zij de kinderen naar school brengt;
Deze aanvulling vormt een integraal onderdeel van het bestaande ouderschapsplan.

4.De omvang van het hoger beroep

4.1
De rechtbank heeft in de bestreden beschikking, voor zover van belang, de zorgregeling gewijzigd in die zin dat de kinderen bij de vader verblijven:
- de ene week van woensdag 8.30 uur tot vrijdag 8.30 uur;
- de andere week van woensdag 8.30 uur tot maandag 8.30 uur naar school;
- waarbij de vakantieregeling blijft zoals deze is vastgesteld in de beschikking van het gerechtshof Amsterdam van 9 november 2021, maar waarbij de vakantieweek start
op vrijdag uit school;
- jaarlijks op [datum] , [datum] , [datum] en [datum] ;
- op 5 december (Sinterklaas) in de oneven jaren en op 11 november (Sint Maarten) in
de oneven jaren.
In principaal hoger beroep
4.2
De moeder verzoekt de bestreden beschikking te vernietigen en:
I.
primairte bepalen dat de zorgregeling wordt gewijzigd als volgt: de kinderen verblijven om het weekend van vrijdag uit school tot maandagochtend naar school bij de vader.
Subsidiairverzoekt de moeder te bepalen dat de kinderen om de week van vrijdag uit school tot maandagochtend naar school en iedere week op woensdag uit school tot donderdag naar school bij de vader verblijven;
II. het inleidende verzoek van de vader, om te bepalen dat de vakantie start op vrijdag uit school, af te wijzen dan wel te bepalen dat het wisselmoment tijdens de vakantie op vrijdag om 18.00 uur zal zijn;
III. te bepalen dat de kinderen jaarlijks op [datum] (de verjaardag van de moeder) bij de moeder zullen verblijven.
4.3
Het verweer van de vader strekt ertoe de verzoeken van de moeder in hoger beroep onder I en II af te wijzen en onder III toe te wijzen.
In incidenteel hoger beroep
4.4
De vader verzoekt de bestreden beschikking te vernietigen en:
III. te bepalen dat de zorgregeling zoals vastgesteld bij de bestreden beschikking wordt aangevuld met een beslissing omtrent de even-oneven weekenden als volgt. De kinderen verblijven bij de vader:
- de ene week van woensdag 8.30 uur tot vrijdagochtend 8.30 uur naar school (oneven weekenden zorg bij de moeder);
- de andere week van woensdag 8.30 uur tot maandag 8.30 uur (even weekenden zorg bij de vader);
IV. te bepalen dat gedurende de vakantieregeling de vakantieweek start op vrijdag uit school en eindigt op maandag naar school om 8.30 uur (aan het einde van de vakantieweek);
V. te bepalen dat de zorg voor de kinderen op speciale dagen start om 11.00 uur (ouder waar kinderen zijn die brengt naar andere ouder) en eindigt om 21.00 uur (ouder bij wie de kinderen zijn brengt terug naar andere ouder);
VI. te bepalen dat:
- de vader in de even jaren de zorg voor de kinderen draagt gedurende de gehele meivakantie en in de oneven jaren de moeder de zorg voor de kinderen draagt gedurende de gehele meivakantie;
- de vader in de oneven jaren de zorg voor de kinderen draagt gedurende de gehele eerste week van de kerstvakantie (inclusief beide kerstdagen) en de moeder de gehele tweede week van de kerstvakantie (inclusief oud en nieuw) en in de even jaren andersom;
VII. te bepalen dat de bestreden beschikking wordt bekrachtigd ten aanzien van r.o. 6.1, het 5e, 6e en 7e gedachte streepje, en 6.2;
VIII. op straffe van een dwangsom van € 500,- per dag dat de moeder nalaat uitvoering te geven aan de zorgregeling en de vakantieregeling.
4.5
De moeder verzoekt de verzoeken van de vader in incidenteel hoger beroep af te wijzen.
De moeder verzoekt aanvullend te bepalen dat:
IV. de kinderen in de even jaren op Goede Vrijdag, Pasen en Koningsdag bij de moeder verblijven, waarbij het startmoment 11.00 uur is en het wisselmoment de volgende ochtend om 11.00 uur, waarbij de ouder waar de kinderen zijn de kinderen naar de andere ouder brengt en de ouder waar de kinderen de dag hebben doorgebracht de kinderen weer terugbrengt;
V. de kinderen in even jaren op 5 december en Sint Maarten bij de moeder verblijven, waarbij het startmoment uit school dan wel om 11.00 uur is en het eindmoment om 20:00 uur ‘s avonds, waarbij de ouder waar de kinderen zijn de kinderen naar de andere ouder brengt en de ouder waar de kinderen de feestdagen hebben doorgebracht de kinderen weer terugbrengt;
VI. de kinderen in de even jaren met Pinksteren bij de moeder verblijven vanaf Eerste Pinksterdag 11.00 uur tot de dag na Tweede Pinksterdag (een dinsdag) 11.00 uur dan wel naar school, waarbij de ouder waar de kinderen zijn de kinderen naar de andere ouder brengt en de ouder waar de kinderen de feestdagen hebben doorgebracht de kinderen weer terugbrengt;
VII. de kinderen op 20 juli (verjaardag tante moederszijde) bij de moeder verblijven van 11.00 uur tot 20.00 uur, waarbij de ouder waar de kinderen zijn de kinderen naar de andere ouder brengt en de ouder waar de kinderen de dag hebben doorgebracht de kinderen weer terugbrengt, waarbij de vakantieregeling voorgaat;
VIII. de kinderen op de verjaardag van de vader en de moeder tot de volgende dag naar school dan wel tot 11.00 uur blijven.
De moeder verzoekt aanvullende te bepalen dat de kinderen elk jaar Moederdag bij haar verblijven van 11.00 uur tot 19.00 uur, waarbij de ouder waar de kinderen verblijven de kinderen naar de andere ouder brengt, en de ouder waar de kinderen de dag hebben doorgebracht de kinderen weer terugbrengt.

5.De motivering van de beslissing

Het wettelijk kader
5.1
Uit artikel 1:253a in samenhang met artikel 1:377e van het Burgerlijk Wetboek (BW) volgt dat de rechter op verzoek van (één van) de gezaghebbende ouder(s) een beslissing over een zorgregeling kan nemen of een door ouders onderling getroffen zorgregeling kan wijzigen op grond dat nadien de omstandigheden zijn gewijzigd, of dat bij het nemen van de beslissing van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan.
De standpunten
5.2
De moeder stelt – kort samengevat – dat de ouders in onderling overleg hebben besloten om de kinderen een periode meer bij de vader te laten verblijven vanwege de drukte bij haar thuis nadat haar nieuwe partner (en kind) bij haar kwam(en) wonen. Nu haar relatie is beëindigd, is de moeder van mening dat het in het belang van de kinderen is dat de huidige zorgregeling wordt gewijzigd. Na het verbreken van de relatie wilden de kinderen zelf ook weer terugkeren naar de oude regeling bij de moeder; zij geven herhaaldelijk aan onrust te ervaren bij de vader.
5.3
De vader voert – kort samengevat – aan dat het niet in het belang van de kinderen is om de uitgebreidere zorgregeling terug te draaien. Het feit dat de (onveilige) relatie van de moeder voorbij is, betekent niet dat het in het belang van de kinderen is dat de zorgregeling die al geruime tijd wordt uitgevoerd weer gewijzigd moet worden. De kinderen zijn gewend geraakt aan het feit dat de vader een grotere rol is gaan spelen in hun leven. De vader geeft aan dat de kinderen het altijd fijn hebben bij hem en zijn partner. Hij betwist dat de kinderen onrust zouden ervaren als ze bij hem zijn en dat het de wens van de kinderen zou zijn om meer tijd bij hun moeder door te brengen en minder tijd bij hun vader. De huidige situatie waarin de kinderen evenveel tijd bij hun vader en moeder kunnen doorbrengen moet niet veranderen.
Het advies van de raad
5.4
De raad heeft ter zitting in hoger beroep geadviseerd de huidige zorgregeling in stand te laten. Volgens de raad verblijven de kinderen inmiddels al ruim anderhalf jaar ongeveer de helft van de tijd bij de vader en zijn er onvoldoende concrete aanknopingspunten om een wijziging van die zorgregeling te rechtvaardigen. Voor zover een financiële component van invloed is op het geschil, acht de raad zich onvoldoende geïnformeerd om daarover een standpunt in te nemen en laat de raad de beoordeling daarvan aan het hof. De raad heeft verder opgemerkt dat de informatie die naar voren is gebracht over mogelijke zorgen rondom de kinderen onvoldoende concreet is. Daarbij merkt de raad op dat het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG) met beide ouders gesprekken zou voeren, maar dat de resultaten daarvan niet in het dossier zijn aangetroffen. De kern van de problematiek ligt volgens de raad niet zozeer in de zorgregeling zelf, maar in de vraag wat de kinderen nodig hebben en in de bereidheid van de ouders om elkaar daarin ruimte te geven. De raad benadrukt dat de ouders meer oog zouden moeten hebben voor de belangen van de kinderen en minder vanuit hun eigen positie zouden moeten redeneren. Zo zouden de kinderen in de gelegenheid moeten worden gesteld om moeder- en vaderdag of een verjaardag van een ouder met die ouder te vieren, ook wanneer dit niet volledig aansluit bij de reguliere zorgregeling. In de toekomst zullen zich steeds nieuwe situaties voordoen die niet expliciet in een zorgregeling kunnen worden vastgelegd. Het is onmogelijk om alle toekomstige kwesties vooraf juridisch te regelen. Van de ouders mag worden verwacht dat zij bij dergelijke situaties niet uitsluitend kijken naar hun eigen agenda of belangen, maar vooral naar hetgeen de kinderen nodig hebben.
De beoordeling door het hof
De reguliere zorgregeling
5.5
Het hof zal allereerst het verzoek van de moeder tot wijziging van de zorgregeling beoordelen. Het hof stelt vast dat de ouders op 10 januari 2025 met elkaar een aanvullende regeling op het ouderschapsplan zijn overeengekomen waarbij de kinderen ook op donderdag bij de vader verblijven. Uit de stukken en het verhandelde ter zitting blijkt dat deze afspraak gedurende langere tijd is uitgevoerd. De zorgregeling houdt feitelijk een co-ouderschapsregeling in, waarbij de kinderen iedere week van woensdag na schooltijd tot vrijdag bij de vader verblijven en daarnaast eenmaal per twee weken van vrijdag 17.00 uur tot maandagochtend, waarna zij naar school gaan.
5.6
De moeder verzoekt de huidige zorgregeling te wijzigen in die zin dat de kinderen uitsluitend eenmaal per twee weken van vrijdag 17.00 uur tot maandagochtend bij de vader verblijven. Dit verzoek komt erop neer dat de doordeweekse zorgmomenten bij de vader komen te vervallen.
5.7
Het hof overweegt als volgt. Het hof ziet, net als de rechtbank, onvoldoende aanleiding om de bestaande zorgregeling te wijzigen. Daarbij weegt mee dat de huidige zorgregeling door de ouders gezamenlijk is overeengekomen en reeds geruime tijd in de praktijk wordt uitgevoerd. Voor zover de moeder heeft aangevoerd dat het ging om een tijdelijke wijziging van de zorgregeling, faalt dit betoog omdat dit niet blijkt uit de tussen partijen gemaakte afspraken. De kinderen verblijven inmiddels al langere tijd de helft van de tijd bij de vader. Niet is gebleken van – zoals de moeder stelt: ‘ernstige’ – omstandigheden die maken dat voortzetting van de doordeweekse zorgmomenten door de vader niet langer in het belang van de kinderen zou zijn. Evenmin is gebleken dat de huidige regeling tot zodanige problemen of belasting voor de kinderen leidt dat wijziging daarvan noodzakelijk is. De kinderen hebben aangegeven dat zij de zorgmomenten bij de vader als onrustig ervaren, maar het hof acht deze omstandigheid op zichzelf onvoldoende om een wijziging van de bestaande regeling te rechtvaardigen. De vader woont samen met zijn partner en hun gezamenlijke kinderen van vijf en vier jaar oud. Hoewel het hof begrijpt dat de kinderen aan de drukte hebben moeten wennen en deze gezinssituatie als onrustiger kunnen ervaren, is onvoldoende gebleken dat deze omstandigheden een wijziging van de zorgregeling rechtvaardigt. Het hof heeft met de vader ter zitting besproken dat sommige uitlatingen in het belang van de kinderen achterwege moeten worden gelaten en vertrouwt erop dat de vader en zijn partner zich daarnaar zullen richten. De vader en de moeder wonen beiden in [plaats A] . Het hof acht het in het belang van de kinderen dat zij frequent en structureel contact houden met beide ouders. De bestaande regeling draagt daaraan bij en biedt de kinderen voldoende continuïteit en stabiliteit. Aandachtspunt voor de vader is dat [minderjarige 1] twaalf jaar oud is (en dus in de pubertijd raakt). Hij heeft aangegeven het prettig te vinden als hij zich af en toe kan terugtrekken op de zolderkamer (waar hij slaapt) zonder dat daar andere activiteiten van gezinsleden plaatsvinden.
Het verzoek van de moeder wordt afgewezen. Het hof zal bepalen dat de huidige zorgregeling, zoals vastgesteld door de rechtbank, in stand blijft.
5.8
De vader verzoekt de zorgregeling nader te specificeren door daarin op te nemen in welke weken (even/oneven) de kinderen bij hem verblijven. Het hof acht een degelijke aanvulling redelijk omdat deze bijdraagt aan de voorspelbaarheid en bestendigheid van de zorgregeling. In aanvulling op de zorgregeling zal het hof daarom bepalen dat de kinderen
in de even wekenbij de vader verblijven van woensdag 8.30 uur tot vrijdag 8.30 uur (naar school) en
in de oneven wekenvan woensdag 8.30 uur tot maandag 8.30 uur (naar school).
De vakantie- en feestdagenregeling
5.9
Partijen hebben in hoger beroep over en weer verzoeken gedaan met betrekking tot de vakantie- en feestdagenregeling. Het hof acht het in het belang van de ouders en de kinderen dat hierover zoveel mogelijk duidelijkheid bestaat en overweegt als volgt.
Start- en eindtijd vakanties
5.1
De vader verzoekt een aanvangstijdstip van de vakanties vast te leggen, te weten vrijdag uit school. Het hof acht dit verzoek redelijk en in het belang van duidelijkheid voor partijen en de kinderen. Het verzoek zal daarom worden toegewezen. Dit betekent dat de vakanties starten op vrijdag na schooltijd.
5.11
Voorts heeft de vader verzocht te bepalen dat de vakanties eindigen op maandag om 8.30 uur, waarbij de kinderen rechtstreeks naar school gaan. Daarvoor bestaat naar het oordeel van het hof onvoldoende aanleiding. Het hof acht het wel wenselijk dat de vakantieperiode eindigt op een vast en duidelijk moment. Daarom zal worden bepaald dat de vakanties in beginsel eindigen op vrijdag om 18.00 uur. Vanaf dat moment wordt de reguliere zorgregeling hervat, zodat het weekend na de vakantie overeenkomstig de geldende zorgregeling wordt ingevuld.
Eenweekse vakanties (voorjaarsvakantie en herfstvakantie)
5.12
Ten aanzien van de éénweekse vakanties, te weten de voorjaarsvakantie en de herfstvakantie, stelt het hof vast dat tussen de ouders geen discussie bestaat over de verdeling ervan. Conform de eerdere beschikking van het hof van 9 november 2021 verblijven de kinderen gedurende de voorjaarsvakantie in de even jaren bij de vader en in de oneven jaren bij de moeder. Gedurende de herfstvakantie verblijven de kinderen in de even jaren bij de moeder en in de oneven jaren bij de vader. Het hof zal aanvullend bepalen dat voor zowel de voorjaarsvakantie als de herfstvakantie wordt vastgehouden aan de eerder vastgestelde begin- en eindtijden, zoals overwogen onder 5.10 en 5.11. De vakanties starten op vrijdag na schooltijd en eindigen op vrijdag om 18.00 uur. Vanaf dat moment wordt de reguliere zorgregeling hervat.
Tweeweekse vakanties (meivakantie en kerstvakantie)
5.13
Ten aanzien van de tweeweekse vakanties, te weten de meivakantie en de kerstvakantie, overweegt het hof als volgt. Op grond van de huidige regeling worden deze vakanties bij helfte tussen de ouders verdeeld, in die zin dat de kinderen gedurende één week bij iedere ouder verblijven. De vader heeft verzocht hiervan af te wijken. Ten aanzien van de meivakantie verzoekt de vader te bepalen dat de kinderen in de even jaren gedurende de gehele meivakantie bij hem verblijven en in de oneven jaren gedurende de gehele meivakantie bij de moeder. Met betrekking tot de kerstvakantie verzoekt de vader te bepalen dat de kinderen in de oneven jaren de eerste week van de kerstvakantie, inclusief beide kerstdagen, bij hem verblijven en de tweede week, inclusief oud en nieuw, bij de moeder, en in de even jaren andersom.
Er bestaat naar het oordeel van het hof onvoldoende aanleiding voor wijziging van de regeling. Het hof acht het van belang dat de kinderen gedurende de tweeweekse vakanties tijd met beide ouders kunnen doorbrengen. De huidige verdeling, waarbij de kinderen gedurende één week bij iedere ouder verblijven, draagt hieraan bij.
5.14
Ten aanzien van de meivakantie zal het hof de bestaande verdeling handhaven, zoals eerder door dit hof is vastgesteld bij beschikking van 9 november 2021. Ook de kerstvakantie zal bij helfte tussen de ouders worden verdeeld. Het hof volgt de vader niet in zijn verzoek om de verdeling van de kerstvakantie te koppelen aan de kerstdagen en de jaarwisseling. Het hof zal bepalen dat voor zowel de meivakantie als de kerstvakantie wordt vastgehouden aan de eerder vastgestelde begin- en eindtijden van de vakanties (behoudens voor het jaar 2027 waarin Kerst en Oud en Nieuw in dezelfde verblijfsweek vallen). De vakanties starten op vrijdag na schooltijd en eindigen op vrijdag om 18.00 uur. Het wisselmoment tijdens deze tweeweekse vakanties vindt plaats halverwege de vakantie, op zaterdag om 18.00 uur. Op dat moment gaan de kinderen over naar de andere ouder, zodat iedere ouder gedurende één week van de vakantie voor de kinderen zorgdraagt. In het jaar 2027 vallen Kerst en Oud en Nieuw in dezelfde verblijfsweek. Het hof zal daarvoor en aparte regeling vaststellen als na te melden, zodat de kinderen Kerst bij de vader en Oud en Nieuw bij de moeder kunnen doorbrengen.
Zomervakantie
5.15
Ten aanzien van de zomervakantie stelt het hof vast dat tussen de ouders geen discussie bestaat over de verdeling van de vakantie. Conform de eerdere beschikking van dit hof van 9 november 2021 verblijven de kinderen in de even jaren gedurende de eerste drie weken van de zomervakantie bij de moeder en gedurende de laatste drie weken bij de vader, en andersom in de oneven jaren. Het hof zal aanvullend bepalen dat voor de zomervakantie wordt vastgehouden aan de eerder vastgestelde begin- en eindtijden van de vakanties, zoals overwogen onder 5.10 en 5.11. De kinderen verblijven gedurende de eerste drie weken van de zomervakantie bij de ene ouder, waarbij de vakantie start op vrijdag na schooltijd. Na afloop van deze periode gaan de kinderen op (de derde) vrijdag om 18.00 uur naar de andere ouder. Vervolgens verblijven de kinderen gedurende drie weken bij deze ouder. De zomervakantie eindigt na deze drie weken op vrijdag om 18.00 uur. Vanaf dat moment wordt de reguliere zorgregeling hervat.
Bijzondere feestdagen en verjaardagen
5.16
Tot slot dient het hof een beslissing te nemen over een aantal bijzondere feestdagen en verjaardagen. De ouders zijn het erover eens dat de feestdagen Goede Vrijdag, Pasen, Koningsdag, Pinksteren, Sint Maarten en Sinterklaas jaarlijks tussen hen worden afgewisseld, zodat de kinderen deze feestdagen het ene jaar bij de vader en het daaropvolgende jaar bij de moeder doorbrengen. Partijen zijn het ook eens over de verjaardagen van de ouders.
De rechtbank heeft bij beschikking van 20 april 2018 een regeling vastgesteld waarin uitsluitend is opgenomen in welke jaren de kinderen deze feestdagen bij de vader doorbrengen. Ook is uitsluitend opgenomen dat de kinderen op de verjaardag van de vader bij hem verblijven. Voor de moeder is geen afzonderlijke regeling vastgelegd. De moeder heeft in hoger beroep verzocht de regeling nader te concretiseren door per jaar vast te leggen bij welke ouder de kinderen gedurende de betreffende feestdagen en verjaardagen verblijven.
5.17
Het hof overweegt dat een duidelijke en volledig uitgewerkte feestdagenregeling interpretatieverschillen en discussie tussen de ouders zoveel mogelijk kan voorkomen en wijst dit verzoek van de moeder daarom toe. Het hof zal de feestdagenregeling als volgt vaststellen:
-
Goede Vrijdag:in de oneven jaren bij de vader. In de even jaren bij de moeder;
-
Pasen:in de oneven jaren bij de vader. In de even jaren bij de moeder;
-
Koningsdag:in de oneven jaren bij de vader. In de even jaren bij de moeder;
-
Pinksteren:in de oneven jaren bij de vader. In de even jaren bij de moeder;
-
Sint Maarten:in de oneven jaren bij de vader. In de even jaren bij de moeder;
-
Sinterklaas:in de oneven jaren bij de vader. In de even jaren bij de moeder;
-
Vaderdag:bij de vader;
-
Moederdag:bij de moeder.
5.18
Het hof acht het verder van belang dat de kinderen de gelegenheid hebben om belangrijke verjaardagen met beide ouders te vieren en dat voor iedereen vooraf duidelijk is hoe deze dagen worden ingevuld. Het hof beslist als volgt:
-
Verjaardagen [minderjarige 1] ( [datum] ) en [minderjarige 2] ( [datum] ):bij de ouder bij wie de kinderen volgens de reguliere zorgregeling verblijven;
-
Verjaardag vader ( [datum] ):bij de vader;
-
Verjaardag moeder ( [datum] ):bij de moeder;
-
Verjaardagen familie vader:de vader krijgt de gelegenheid om samen met de kinderen op verjaardagsbezoek te gaan bij de partner van de vader ( [datum] ), halfzusje [naam 1] ( [datum] ), halfbroertje [naam 2] [datum] ), opa vaderszijde ( [datum] ) en oma vaderszijde ( [datum] ).
5.19
De moeder heeft verzocht vast te leggen dat de kinderen jaarlijks aanwezig kunnen zijn bij de verjaardag van haar zus. Hierbij heeft zij opgemerkt dat de vakantieregeling voorgaat. Afhankelijk van de jaarlijkse vaststelling van de zomervakantie kan de verjaardag van de zus (20 juli) namelijk samenvallen met de vakantieperiode waarin de kinderen bij de moeder dan wel bij de vader verblijven, aldus de moeder. De vader heeft bezwaar gemaakt tegen het vastleggen van deze datum, omdat dit afbreuk kan doen aan zijn mogelijkheden om gedurende zijn vakantieperiode aaneengesloten met de kinderen op vakantie te gaan. Het hof volgt het standpunt van de vader en ziet daarom geen aanleiding om de verjaardag van de zus van de moeder als afzonderlijk contactmoment in de regeling op te nemen. Dit neemt niet weg dat het hof begrip heeft voor de wens van de moeder dat de kinderen betrokken blijven bij belangrijke familiegebeurtenissen aan haar zijde van de familie, met name nu de zus het enige nog levende familielid in de eerste of tweede graad van de moeder is. Het hof verwacht van de vader dat indien de omstandigheden dat toelaten en de kinderen gedurende zijn vakantieperiode in Nederland verblijven, hij de kinderen in staat zal stellen de verjaardag van hun tante met de moeder en haar familie te vieren.
Start- en eindtijd bijzondere feestdagen en verjaardagen
5.2
Het hof zal bepalen dat de bijzondere feestdagen en verjaardagen aanvangen om 11.00 uur en eindigen om 20.00 uur, waarna de reguliere zorgregeling wordt hervat.
Dwangsom
5.21
Het hof ziet, net als de rechtbank, geen aanleiding voor het opleggen van een dwangsom.
Kinderbijslag en kindgebonden budget
5.22
De moeder heeft in haar verweerschrift in incidenteel appel verzocht – naar het hof begrijpt – het overwogene onder 5.11 van de bestreden beschikking te corrigeren. Daarin staat onder meer vermeld dat de rechtbank ervan uitgaat dat de ouders – nu er sprake is van een gelijke verdeling van de zorg – elk de helft van de kinderbijslag en het kindgebonden budget bij de uitvoeringsinstanties aanvragen. Het hof overweegt als volgt. De betreffende overweging heeft betrekking op het verzoek van de vader de hoofdverblijfplaats van [minderjarige 2] bij hem vast te stellen. Dat verzoek is door de rechtbank afgewezen en daartegen is niet gegriefd. De betreffende overweging heeft verder een onvoldoende zelfstandige betekenis en de vrouw heeft een onvoldoende belang bij aanpassing ervan: het is aan de betreffende uitvoeringsinstanties (respectievelijk SVB en Belastingdienst) om de aanvragen te beoordelen, niet het hof. Met betrekking tot de zorgregeling heeft het hof geoordeeld als hiervoor overwogen. Voor zover de moeder zich op het standpunt stelt dat de vader een onvoldoende aandeel draagt in de verblijfsoverstijgende kosten van de kinderen, is dat een onderwerp dat in de (naar het hof begrijpt) nog lopende procedure tot wijziging van de kinderbijdrage aan de orde kan worden gesteld. De conclusie is dat het verzoek van de moeder zal worden afgewezen.
5.23.
Het hof zal omwille van de overzichtelijkheid, de bestreden beschikking, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen, vernietigen, en de gehele zorgregeling in het dictum vermelden.
5.24
Dit leidt tot de volgende beslissing.

6.De beslissing

Het hof:
vernietigt de beschikking van de rechtbank Noord-Holland van 14 november 2025, voor zover aan het oordeel van het onderworpen, en bepaalt met wijziging van de beschikking van dit hof van 9 november 2021 en de overeenkomst van 10 januari 2025 in zoverre, dat de kinderen bij de vader verblijven
in de even wekenvan woensdag 8.30 uur tot vrijdag 8.30 uur (naar school) en
in de oneven wekenvan woensdag 8.30 uur tot maandag 8.30 uur (naar school);
bepaalt verder dat de volgende regeling geldt met betrekking tot de vakantie- en feestdagen:
-
zomervakantie:in de even jaren de eerste drie weken bij de moeder en de laatste drie weken bij de vader. In de oneven jaren de eerste drie weken bij de vader en de laatste drie weken bij de moeder;
-
voorjaarsvakantie:in de even jaren bij de vader. In de oneven jaren bij de moeder;
-
meivakantie:bij helfte verdeeld. In de even jaren de eerste week bij de moeder en de tweede week bij de vader. In de oneven jaren de eerste week bij de vader en de tweede week bij de moeder;
-
herfstvakantie:in de even jaren bij de moeder. In de oneven jaren bij de vader;
-
kerstvakantie:bij helfte verdeeld. In de even jaren de eerste week bij de moeder en de tweede week bij de vader. In de oneven jaren de eerste week bij de vader en de tweede week bij de moeder;
- waarbij voor de éénweekse vakanties (voorjaarsvakantie en herfstvakantie) geldt: de vakantie start op vrijdag na schooltijd en eindigt op vrijdag om 18.00 uur. Vanaf dat moment wordt de reguliere zorgregeling hervat;
- waarbij voor de tweeweekse vakanties (meivakantie en kerstvakantie) geldt: de vakantie start op vrijdag na schooltijd en eindigt op vrijdag om 18.00 uur. Het wisselmoment tijdens deze tweeweekse vakanties vindt plaats halverwege de vakantie, op zaterdag om 18.00 uur, met dien verstande dat in 2027 de kinderen vanaf vrijdag 31 december 11.00 uur bij de moeder verblijven. Op genoemde tijdstippen gaan de kinderen over naar de andere ouder, zodat iedere ouder gedurende één week van de vakantie voor de kinderen zorgt;
-
Goede Vrijdag:in de oneven jaren bij de vader. In de even jaren bij de moeder;
-
Pasen:in de oneven jaren bij de vader. In de even jaren bij de moeder;
-
Koningsdag:in de oneven jaren bij de vader. In de even jaren bij de moeder;
-
Pinksteren:in de oneven jaren bij de vader. In de even jaren bij de moeder;
-
Sint Maarten:in de oneven jaren bij de vader. In de even jaren bij de moeder;
-
Sinterklaas:in de oneven jaren bij de vader. In de even jaren bij de moeder;
-
Vaderdag:bij de vader;
-
Moederdag:bij de moeder;
-
Verjaardagen [minderjarige 1] ( [datum] ) en [minderjarige 2] ( [datum] ):bij de ouder bij wie de kinderen volgens de reguliere zorgregeling verblijven;
-
Verjaardag vader ( [datum] ):bij de vader;
-
Verjaardag moeder ( [datum] ):bij de moeder;
-
Verjaardagen familie vader:de vader krijgt de gelegenheid om samen met de kinderen op verjaardagsbezoek te gaan bij de partner van de vader ( [datum] ), halfzusje [naam 1] ( [datum] ), halfbroertje [naam 2] [datum] ), opa vaderszijde ( [datum] ) en oma vaderszijde ( [datum] );
- waarbij geldt dat de bijzondere feestdagen en verjaardagen starten om 11.00 uur en eindigen om 20.00 uur, waarna de reguliere zorgregeling wordt hervat;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af het in hoger beroep meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.N. van de Beek, mr. D.H. Steenmetser-Bakker en mr. J.W. van Zaane, in tegenwoordigheid van de griffier en is op 14 juli 2026 in het openbaar uitgesproken door de voorzitter.