ECLI:NL:GHAMS:2026:212
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte mensensmokkel wegens onvoldoende bewijs opzet
Het gerechtshof Amsterdam heeft in hoger beroep het vonnis van de politierechter vernietigd en de verdachte vrijgesproken van mensensmokkel. De verdachte werd ervan verdacht betrokken te zijn geweest bij het faciliteren van de reis van een vrouw naar Nederland met een zogenaamd look-a-like-paspoort.
Tijdens het onderzoek en de zitting kwamen wisselende en deels tegenstrijdige verklaringen van de verdachte naar voren, die mede hebben geleid tot een langdurig voorarrest. Hoewel er aanwijzingen waren voor enige betrokkenheid van de verdachte bij de reis, waren deze onvoldoende concreet en eenduidig om met de vereiste mate van zekerheid opzet vast te stellen.
De advocaat-generaal had een gevangenisstraf van drie maanden geëist, conform de straf in eerste aanleg. De verdediging pleitte vrijspraak omdat het bewijs ontoereikend was. Het hof oordeelde dat de verdachte niet wettig en overtuigend schuldig kon worden bevonden en sprak hem vrij van het ten laste gelegde.
Het arrest werd gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 27 januari 2026. Een van de rechters was buiten staat het arrest mede te ondertekenen.
Uitkomst: Verdachte vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs voor opzet op mensensmokkel.