In deze zaak heeft het gerechtshof Amsterdam op 28 januari 2026 uitspraak gedaan in hoger beroep tegen een vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam. De verdachte was eerder vrijgesproken van de diefstal van een zwarte Samsung, maar werd wel veroordeeld voor de diefstal van een donkerblauwe iPhone van benadeelde partij 2. Het hof heeft geoordeeld dat de vrijspraak van de diefstal van de Samsung niet kan worden aangevochten in hoger beroep, waardoor de verdachte niet-ontvankelijk werd verklaard in dat deel van het hoger beroep. Het hof heeft de zaak verder onderzocht en kwam tot de conclusie dat de verdachte de iPhone had weggenomen met het oogmerk om deze wederrechtelijk toe te eigenen. De verdachte is veroordeeld tot een gevangenisstraf van 4 weken, met aftrek van voorarrest. Het hof heeft hierbij de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder het is begaan in overweging genomen, evenals de persoon van de verdachte. De verdachte had zich schuldig gemaakt aan diefstal tijdens een evenement in Amsterdam, wat leidde tot overlast en een gebrek aan respect voor het eigendomsrecht van anderen. De op te leggen straf is gebaseerd op de artikelen 63 en 310 van het Wetboek van Strafrecht.