ECLI:NL:GHAMS:2026:231

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
3 februari 2026
Publicatiedatum
29 januari 2026
Zaaknummer
200.355.828/01 NOT
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 99 lid 19 WnaArt. 99 lid 15 WnaArt. 99 lid 21 WnaArt. 107 lid 1 Wna
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep ongegrond verklaard wegens ontbreken doorbrekingsgrond tegen beslissing notaris

Klager heeft een klacht ingediend tegen een notaris en verzet aangetekend tegen de afwijzing van die klacht door de kamer voor het notariaat. De kamer verklaarde het verzet ongegrond en wees het hoger beroep af op grond van artikel 99 lid 19 van Pro de Wet op het notarisambt (Wna), dat hoger beroep tegen dergelijke beslissingen uitsluit.

Klager stelde dat de kamer ten onrechte had geoordeeld dat zijn klacht te laat was ingediend en verwees naar de parlementaire geschiedenis van artikel 99 lid 21 Wna Pro. Het hof stelde vast dat klager geen doorbrekingsgrond had aangevoerd die de uitsluiting van hoger beroep zou kunnen doorbreken, zoals een schending van fundamentele rechtsbeginselen die een eerlijke en onpartijdige behandeling in gevaar zou brengen.

Tijdens de mondelinge behandeling werd klager gehoord, maar de notaris was niet verschenen. Het hof wees het beroep af wegens niet-ontvankelijkheid, omdat de wet geen hoger beroep toestaat tegen de beslissing van de kamer op het verzet, tenzij een doorbrekingsgrond wordt gesteld, wat hier niet het geval was.

De uitspraak bevestigt de strikte toepassing van artikel 99 lid 19 Wna Pro en benadrukt dat alleen bij fundamentele schendingen van rechtsbeginselen een uitzondering kan worden gemaakt. Klager werd niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep.

Uitkomst: Klager is niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep wegens het ontbreken van een doorbrekingsgrond tegen de uitsluiting van hoger beroep op grond van artikel 99 lid 19 Wna.

Uitspraak

beslissing
___________________________________________________________________ _ _
GERECHTSHOF AMSTERDAM
afdeling civiel recht en belastingrecht
zaaknummer : 200.355.828/01 NOT
nummer eerste aanleg : SHE/2025/8 (en eerder SHE/2024/32)
beslissing van de notaris- en gerechtsdeurwaarderskamer van 3 februari 2026
inzake
[appellant] ,
wonend te [plaats A] , Verenigd Koninkrijk,
appellant,
tegen
mr. [notaris] ,
notaris te [plaats B] ,
geïntimeerde.
Partijen worden hierna klager en de notaris genoemd.

1.De zaak in het kort

Klager komt in hoger beroep van een beslissing van de kamer waarbij het door klager ingediende verzet ongegrond is verklaard. Op grond van artikel 99 lid 19 Wet Pro op het notarisambt (Wna) staat hiertegen geen hoger beroep open. Het hof beslist dat klager geen beroep heeft gedaan op een doorbrekingsgrond en niet-ontvankelijk is in zijn hoger beroep.

2.Het geding in hoger beroep

2.1.
Klager heeft op 18 juni 2025 een beroepschrift – met bijlagen – bij het hof ingediend tegen de beslissing van de kamer voor het notariaat in het ressort ’s-Hertogenbosch (hierna: de kamer) van 19 mei 2025 tussen partijen gegeven onder bovengenoemd nummer (ECLI:NL:TNORSHE:2025:17). Op 10 oktober 2025 heeft klager dit beroepschrift – met producties – aangevuld. Bij genoemde beslissing heeft de kamer het verzet van klager tegen de beslissing van de voorzitter van de kamer van 20 januari 2025 ongegrond verklaard.
2.2.
De notaris heeft op 28 juli 2025 een verweerschrift bij het hof ingediend.
2.3.
Het hof heeft van de kamer de stukken van de eerste aanleg ontvangen.
2.4.
De zaak is, uitsluitend op het punt van de ontvankelijkheid, behandeld ter openbare terechtzitting van het hof van 30 oktober 2025. Klager is per videoverbinding gehoord. De notaris is, met berichtgeving vooraf, niet verschenen. Klager heeft het woord gevoerd, deels aan de hand van een pleitnota. Na de mondelinge behandeling heeft klager op dezelfde dag bij het hof zijn pleitnota ingediend. Op 31 oktober 2025 heeft klager bij het hof een schriftelijk stuk ingediend waarin hij een uitgebreider en preciezer antwoord geeft op de tijdens de mondelinge behandeling gestelde vraag van de voorzitter. Op 4 november 2025 heeft het hof klager bericht dat dit stuk, conform het geldende procesreglement, niet meer zal worden toegevoegd aan het procesdossier omdat de mondelinge behandeling reeds gesloten was. Na sluiting van de mondelinge behandeling kunnen geen nadere schriftelijke stukken meer worden overgelegd.

3.Ontvankelijkheid

3.1.
Klager heeft bij de kamer op 21 november 2024 een klacht ingediend tegen de notaris. De voorzitter van de kamer heeft bij beslissing van 20 januari 2025 de klacht afgewezen. Tegen die beslissing heeft klager tijdig verzet ingesteld bij de kamer. De kamer heeft bij beslissing van 19 mei 2025 het verzet ongegrond verklaard.
3.2.
Op grond van het bepaalde in artikel 107 lid 1 Wna Pro staat tegen een beslissing van de kamer op een klacht het rechtsmiddel van hoger beroep bij dit hof open. Artikel 99 Wna Pro bepaalt echter in de leden 11, 15 en 19 - verkort weergegeven en voor zover hier van belang - dat (i) de voorzitter van de kamer klachten die naar zijn oordeel kennelijk niet-ontvankelijk, dan wel kennelijk ongegrond of van onvoldoende gewicht zijn, kan afwijzen, (ii) tegen een dergelijke beslissing van de voorzitter verzet kan worden gedaan bij de kamer en (iii) tegen de beslissing van de kamer dat het verzet niet-ontvankelijk of ongegrond is, geen rechtsmiddel openstaat. Uit genoemde bepalingen van de Wna volgt derhalve dat er geen rechtsmiddel, zoals hoger beroep, tegen de bestreden beslissing open staat. Dit is slechts anders indien bij de totstandkoming van de beslissing een zo fundamenteel rechtsbeginsel is veronachtzaamd dat van een eerlijke en onpartijdige behandeling van de zaak niet kan worden gesproken (een zogenaamde ‘doorbrekingsgrond’).
3.3.
Klager is het niet eens met de beslissing van de kamer; volgens klager heeft de kamer ten onrechte beslist dat hij zijn klacht op grond van de (verlengde) vervaltermijn van artikel 99 lid 21 Wna Pro te laat heeft ingediend. Klager is pas in november 2022 op de hoogte geraakt van het feit dat, aldus klager, de notaris hem in 2016 onjuist heeft voorgelicht. Uit de door klager overgelegde parlementaire geschiedenis van artikel 99 lid 15 Wna Pro (later vernummerd tot lid 21) volgt, aldus klager, dat de kamer een onjuiste maatstaf heeft toegepast bij de toepassing van artikel 99 lid 21 Wna Pro. Het hof stelt vast dat klager in zijn beroepschrift geen doorbrekingsgrond heeft gesteld waarom hij, ondanks de uitsluiting van de mogelijkheid een rechtsmiddel in te stellen in artikel 99 lid 19 Wna Pro, toch ontvankelijk is in zijn hoger beroep tegen de beslissing van de kamer. De door klager aangevoerde bezwaren zien niet op schendingen van fundamentele rechtsbeginselen die een doorbrekingsgrond opleveren. Het hof zijn ook overigens geen feiten of omstandigheden gebleken waaruit zou kunnen worden afgeleid dat een zo fundamenteel rechtsbeginsel is geschonden dat van een eerlijke en onpartijdige behandeling van de zaak niet kan worden gesproken of dat de uitsluiting van de mogelijkheid een rechtsmiddel in te stellen om andere redenen moet worden doorbroken.
3.4.
Het voorgaande leidt ertoe dat klager niet kan worden ontvangen in zijn hoger beroep.

4.Beslissing

Het hof:
- verklaart klager niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep.
Deze beslissing is gegeven door mrs. H.T. van der Meer, C.H.M. van Altena en S.V. Viveen en in het openbaar uitgesproken op 3 februari 2026 door de rolraadsheer.