ECLI:NL:GHAMS:2026:231
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- H.T. van der Meer
- C.H.M. van Altena
- S.V. Viveen
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep ongegrond verklaard wegens ontbreken doorbrekingsgrond tegen beslissing notaris
Klager heeft een klacht ingediend tegen een notaris en verzet aangetekend tegen de afwijzing van die klacht door de kamer voor het notariaat. De kamer verklaarde het verzet ongegrond en wees het hoger beroep af op grond van artikel 99 lid 19 van Pro de Wet op het notarisambt (Wna), dat hoger beroep tegen dergelijke beslissingen uitsluit.
Klager stelde dat de kamer ten onrechte had geoordeeld dat zijn klacht te laat was ingediend en verwees naar de parlementaire geschiedenis van artikel 99 lid 21 Wna Pro. Het hof stelde vast dat klager geen doorbrekingsgrond had aangevoerd die de uitsluiting van hoger beroep zou kunnen doorbreken, zoals een schending van fundamentele rechtsbeginselen die een eerlijke en onpartijdige behandeling in gevaar zou brengen.
Tijdens de mondelinge behandeling werd klager gehoord, maar de notaris was niet verschenen. Het hof wees het beroep af wegens niet-ontvankelijkheid, omdat de wet geen hoger beroep toestaat tegen de beslissing van de kamer op het verzet, tenzij een doorbrekingsgrond wordt gesteld, wat hier niet het geval was.
De uitspraak bevestigt de strikte toepassing van artikel 99 lid 19 Wna Pro en benadrukt dat alleen bij fundamentele schendingen van rechtsbeginselen een uitzondering kan worden gemaakt. Klager werd niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep.
Uitkomst: Klager is niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep wegens het ontbreken van een doorbrekingsgrond tegen de uitsluiting van hoger beroep op grond van artikel 99 lid 19 Wna.