ECLI:NL:GHAMS:2026:236
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid van hoger beroep in strafzaak
In deze zaak heeft het gerechtshof Amsterdam op 15 januari 2026 uitspraak gedaan in hoger beroep tegen een vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam, gedateerd 15 april 2025. De verdachte, geboren in 1998, had hoger beroep ingesteld tegen dit vonnis, maar heeft via zijn raadsvrouw op 19 december 2025 aangegeven het hoger beroep niet te willen handhaven. Het hof heeft vastgesteld dat het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep op 26 augustus 2025 was begonnen, waardoor intrekking van het hoger beroep niet meer mogelijk was. De raadsvrouw heeft het hof verzocht om het hoger beroep niet-ontvankelijk te verklaren op basis van artikel 416, lid 2 van het Wetboek van Strafvordering, omdat er geen grieven meer waren. Het hof heeft geoordeeld dat de verdachte geacht moet worden zijn eerdere bezwaren tegen het vonnis in te trekken en dat er geen rechtens te respecteren belang is dat zou pleiten voor nader onderzoek. Daarom heeft het hof het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard.