ECLI:NL:GHAMS:2026:340

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
10 februari 2026
Publicatiedatum
13 februari 2026
Zaaknummer
200.353.003/01
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3:44 lid 3 BWArt. 6:119 BWArt. 6:44 lid 1 BWArt. 6:248 lid 2 BWArt. 7:129e BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep in geldleningsovereenkomst wegens bedrog en opeisbaarheid lening

In deze civiele zaak staat de geldleningsovereenkomst tussen appellant en geïntimeerde centraal. Geïntimeerde heeft appellant in 2022 in totaal €69.000 overgemaakt, waarvan later schriftelijke leningsovereenkomsten zijn opgesteld. Appellant voerde aan dat het om een gift ging en dat terugbetaling pas zou plaatsvinden wanneer mogelijk. De rechtbank oordeelde dat sprake was van een lening en vernietigde de bepaling over terugbetaling 'wanneer mogelijk' wegens bedrog.

In hoger beroep bevestigt het hof dat appellant door onjuiste mededelingen over de gezondheid van zijn dochter en zijn financiële situatie geïntimeerde heeft bewogen tot het verstrekken van de lening. De mededelingen waren onjuist en opzettelijk gedaan, waardoor de geldleningsovereenkomsten op grond van artikel 3:44 lid 3 BW Pro vernietigbaar zijn. Het beroep op redelijkheid en billijkheid om terugbetaling uit te stellen wordt verworpen.

Het hof bepaalt dat de wettelijke rente pas verschuldigd is vanaf 30 mei 2024, zes weken na de eerste opeisingsmededeling in de dagvaarding. De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. Appellant wordt veroordeeld tot betaling van €69.000, vermeerderd met wettelijke rente vanaf genoemde datum, minus reeds betaalde bedragen, en in proceskosten in beide instanties.

Uitkomst: Appellant wordt veroordeeld tot terugbetaling van €69.000 met wettelijke rente vanaf 30 mei 2024, exclusief buitengerechtelijke incassokosten.

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling civiel recht en belastingrecht
team I (handel)
zaaknummer : 200.353.003/01
zaak-/rolnummer rechtbank Amsterdam : C/13/758206/ HA ZA 24-1154
arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 10 februari 2026
in de zaak van
[appellant],
wonend in [plaats 1] ,
appellant,
advocaat: mr. D.W.E. Urbanus te Amsterdam,
tegen
[geïntimeerde],
wonend in [plaats 1] ,
geïntimeerde,
advocaat: mr. A.P.P. Witteveen te Amsterdam.
Partijen worden hierna [appellant] en [geïntimeerde] genoemd.

1.De zaak in het kort

[geïntimeerde] heeft aan [appellant] bedragen betaald van in totaal € 69.000. Tussen partijen zijn later schriftelijke leningsovereenkomsten gesloten. Daarin is onder meer bepaald dat de schuldenaar het geleende bedrag zal terugbetalen wanneer dit mogelijk is. De rechtbank heeft geoordeeld dat [geïntimeerde] de bedragen aan [appellant] als lening heeft verstrekt en niet, zoals [appellant] had aangevoerd, als gift. De rechtbank heeft verder de bepaling dat de schuldenaar het geleende bedrag zal terugbetalen wanneer dit mogelijk is, vernietigd op grond van bedrog. Zij heeft [appellant] veroordeeld tot terugbetaling van de lening. Hiertegen richt zich het hoger beroep. Het hof is het in hoofdzaak eens met het oordeel van de rechtbank.

2.Het geding in hoger beroep

[appellant] is bij dagvaarding van 17 maart 2025 in hoger beroep gekomen van een vonnis van de rechtbank Amsterdam, op 17 december 2024 onder bovenvermeld zaaknummer mondeling gewezen tussen [geïntimeerde] als eiseres en [appellant] als gedaagde. Op 29 januari 2025 heeft de rechtbank een herstelvonnis gewezen waarin een kennelijke fout in het proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op 17 december 2024 is hersteld.
Partijen hebben daarna de volgende stukken ingediend:
- memorie van grieven, met producties;
- memorie van antwoord;
- akte aan de zijde van [appellant] met producties;
- antwoordakte aan de zijde van [geïntimeerde] .
Ten slotte is arrest gevraagd.

3.Feiten

Het hof gaat uit van de volgende feiten.
3.1.
[appellant] en [geïntimeerde] hebben elkaar in 2021 leren kennen en onderhielden sindsdien een vriendschappelijke relatie.
3.2.
[appellant] heeft [geïntimeerde] gezegd dat hij een dochter [naam 1] heeft die bij zijn ex-partner in [plaats 1] woonde. [naam 1] had ernstige gezondheidsproblemen, waarvoor zij behandeld diende te worden in de Verenigde Staten. [appellant] heeft hierover onder meer de volgende berichten aan [geïntimeerde] gestuurd via WhatsApp:
30 april 2022

Dear [geïntimeerde] - that's very sweet of you. I have been busy since [naam 1] 's last heart echo scan at OLVG in March, with treatment options for [naam 1] at [bedrijf] ( [bedrijf] ) which is close to family home, and [naam 2] All Childrens Hospital in [plaats 2] , my colleagues have been greatly helpful in accomodating.
1 was planning to take my daughters away for a week in the mei vakantie, when the mother dropped the bomb on me about [naam 1] not having a passport and not allowed to leave because of the belasting dienst schuld, the shitty part is that she did not tell me about it when I paid 42k as a 12 month rent up front to the makelaar so [naam 1] could rest in peace in a notmal house. If the mother would have told me about the BD schuld, of course I would have settled that first. The total amount of schuld was 69k, I already paid 10k + 5k last week Tuesday and Thursday this week, directly to the belasting and not the mother, money l earned speaking to final year med students at Oxford University in London last week.
I am just scared for your well being asking you for financial help, in case something happens to me you would have nothing left for your retirement..
8 – 12 mei 2022

Sorry [geïntimeerde] , can't call now or write, a bit emotional. [naam 1] is sleeping, holding my hand. Don't want to bring my pain and troubles to you, you have your own battles.

[naam 1] fell unconscious on moederdag and has been in OLVG since, I need to rush her to [naam 2] in [plaats 2] , so been running around like mad to make it happen, so many loose end to put together. Please pray for us.

You are a real life sweetheart [geïntimeerde] . 15k gets the 43k required number to 28k, hopefully I get a decent price around 20k for my car, I’ll ask my sister if she is in a position to transfer 70k to JH instead of 60k. 1 dont want people selling their boats or personal property helping me out, just because I was doing my job and could give them a new start at life.

Just finished a long video chat with a colleague at JH in [plaats 2] . Based on the initial prognosis at OLVG and the 1st week examination test results, a heart or liver surgery should not be ruled out eventually .. tough pill to swallow, have to find all the strength to explain all of this in a best possible way to [naam 1] . I hope it can be avoided, and we are not too late with finally attending to the problem.

Treatment is going to be long, but first 4 weeks are crucial- At JH they have assigned a dedicated team of Pediatric Heart specialists/ surgeons and heart nursing team for the whole lengtg of the initial treatment.

If all goes as planned, there is a possibility to transfer the case to Erasmus MC in NL, but the waiting list is already 13 weeks .. so now working with all my professional contacts in US and NL.
3.3.
[geïntimeerde] heeft aan [appellant] de volgende bedragen overgemaakt:
- € 50.000 op 2 mei 2022;
- € 4.000 op 2 mei 2022;
- € 15.000 op13 mei 2022.
3.4.
Op 13 april 2023 hebben [appellant] en [geïntimeerde] twee documenten genaamd ‘schuldbekentenis’ ondertekend (hierna: de geldleningsovereenkomsten). Hierin verklaart [appellant] schuldenaar te zijn van [geïntimeerde] voor bedragen van respectievelijk € 54.000 en € 15.000, die hij heeft ontvangen als lening. De geldleningsovereenkomsten bevatten verder de volgende bepaling: “
De schuldenaar zal het bedrag terugbetalen aan de schuldeiser wanneer dit mogelijk is.
3.5.
Op 23 september 2023 heeft [geïntimeerde] aan [appellant] een e-mail gestuurd met onder meer de volgende inhoud:

(…) Er is inmiddels geruime tijd verstreken sinds ons laatste gesprek over mijn lening aan jou (van 69.000 euro) Graag hoor ik van je wanneer je begint met de terugbetaling van deze schuld, al dan niet in maandelijkse termijnen. (…)
3.6.
[appellant] heeft op 25 september 2023 per e-mail geantwoord en onder meer het volgende geschreven:

(…) I am aware of our agreement about the loan. (…) That said, in July I wanted to reach out and ask you if I could transfer a monthly amount of €150 to start paying back the loan. lt is a small amount in comparison with the loan, but it is a lot for me without a proper income. 1 could put this amount on the side, and in a few years go for my eye surgery, to gain back proper vision and hopefully look for work in my field of specialization, the only way I see gaining financial stability and stand up to my responsibilities the best way I can. Thought about it and decided to pay you this amount monthly instead - reason for contacting you in July. Please let me know if you are accepting of my offer, so I can start making the payments from next month (October). (…)
3.7.
Hierop is verdere correspondentie tussen partijen gewisseld waarin [geïntimeerde] onder meer heeft verzocht om een hogere aflossing dan € 150 per maand. [appellant] heeft voorstellen gedaan voor een (gedeeltelijke) aflossing maar tot concrete afspraken tussen partijen is het niet gekomen. In deze periode heeft [appellant] zeven keer € 150 aan [geïntimeerde] betaald.

4.Procedure bij de rechtbank en vorderingen in hoger beroep

4.1.
Samengevat en voor zover van belang heeft [geïntimeerde] , na wijziging van eis, bij de rechtbank gevorderd om bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, de bepaling in de overeenkomst die erop neerkomt dat de schuldenaar pas dient terug te betalen wanneer dit mogelijk is te vernietigen, en [appellant] te veroordelen tot betaling van € 69.000, buitengerechtelijke incassokosten en de kosten van het geding en nakosten, met rente. De rechtbank heeft [appellant] veroordeeld tot betaling aan [geïntimeerde] van € 69.000, buitengerechtelijke incassokosten en de kosten van het geding, alles vermeerderd met rente.
4.2.
In hoger beroep vordert [appellant] , zo mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, vernietiging van het bestreden vonnis, alsnog afwijzing van de vorderingen van [geïntimeerde] en veroordeling van [geïntimeerde] in de kosten van het geding in beide instanties met rente.
4.3.
Volgens [geïntimeerde] moet het hof het bestreden vonnis bekrachtigen, met – naar het hof begrijpt – veroordeling van [appellant] in de kosten van het geding in hoger beroep, met nakosten en rente.

5.Beoordeling

5.1.
[appellant] komt met drie grieven op tegen het bestreden vonnis en de daaraan ten grondslag
gelegde motivering. De grieven lenen zich voor gezamenlijke behandeling.
Lening of gift
5.2.
Volgens [appellant] heeft de rechtbank in het bestreden vonnis miskend dat het bedrag van € 69.000 dat [geïntimeerde] aan hem heeft betaald, een gift was en geen lening. Hij betoogt dat tussen hem en [geïntimeerde] een vriendschappelijke en later ook affectieve relatie bestond en dat [geïntimeerde] het bedrag aan hem heeft geschonken. [appellant] voert aan dat hij nooit heeft gezegd de volledige som binnen een bepaalde termijn terug te betalen; hij heeft alleen gezegd dat hij zich zou inspannen dit te doen zodra zijn situatie dat zou toestaan.
5.3.
Het hof volgt [appellant] hierin niet. [geïntimeerde] heeft gemotiveerd gesteld dat zij het bedrag van € 69.000 aan [appellant] heeft geleend. [appellant] heeft de geldleningsovereenkomsten getekend waarin is vastgelegd dat hij het bedrag heeft ontvangen als lening. In de correspondentie tussen partijen wordt consequent gesproken over een lening. [appellant] schrijft zelf in zijn e-mail van 25 september 2023: “
I am aware of our agreement about the loan”. Hij doet in die e-mail ook een voorstel voor aflossing van de lening. [appellant] heeft de stelling van [geïntimeerde] dat zij het bedrag aan hem heeft geleend dan ook niet gemotiveerd betwist.
Bedrog
5.4.
[geïntimeerde] stelt dat [appellant] haar heeft bedrogen bij het verstrekken van de geldleningen. Zij legt hieraan onder meer het volgende ten grondslag. [appellant] heeft [geïntimeerde] in de periode voordat zij de geldleningen verstrekte, verteld dat hij een dochter [naam 1] heeft die bij zijn ex-partner zou wonen. [naam 1] zou ernstige gezondheidsproblemen hebben, waarvoor zij behandeld diende te worden in de Verenigde Staten. [appellant] heeft [geïntimeerde] voorgehouden dat hij geld nodig had om de behandeling in de Verenigde Staten te bekostigen. Door een ongelukkige samenloop van omstandigheden beschikte [appellant] op dat moment over onvoldoende liquiditeit. De reden daarvoor was onder meer dat hij vanwege het welzijn van zijn dochter € 42.000 vooruit had betaald voor de huur van de woning van zijn ex-partner. [appellant] diende kortstondig financieel uit de brand te worden geholpen zodat zijn dochter in de Verenigde Staten behandeld kon worden. [appellant] liet daarbij doorschemeren voldoende geld te verdienen om de lening te kunnen terugbetalen. Dit waren onjuiste mededelingen, die [appellant] heeft gedaan om [geïntimeerde] op valse gronden te bewegen geld aan [appellant] te lenen. Dit levert volgens [geïntimeerde] bedrog op in de zin van artikel 3:44 lid 3 BW Pro. [geïntimeerde] meent op die grond dat de bepaling in de geldleningsovereenkomsten inhoudende dat de schuldenaar het bedrag zal terugbetalen aan de schuldeiser wanneer dit mogelijk is, vernietigd moet worden. Het hof overweegt als volgt.
5.5.
Artikel 3:44 lid 3 BW Pro bepaalt voor zover van belang dat bedrog aanwezig is, wanneer iemand een ander tot het verrichten van een bepaalde rechtshandeling beweegt door enige opzettelijk daartoe gedane onjuiste mededeling, door het opzettelijk daartoe verzwijgen van enig feit dat de verzwijger verplicht was mede te delen, of door een andere kunstgreep.
5.6.
De door [geïntimeerde] aangevoerde mededelingen vinden steun in de onder 3.2 aangehaalde WhatsApp-berichten van [appellant] aan [geïntimeerde] . In de berichten spreekt [appellant] veelvuldig over zijn zieke dochter en de noodzaak dat zij behandeld wordt in de Verenigde Staten. [appellant] wekt in die berichten de indruk dat zijn dochter naar de Verenigde Staten is gereisd voor deze behandeling en dat zij verblijft in een ziekenhuis in [plaats 2] . Over de door [geïntimeerde] genoemde betaling van € 42.000 schrijft [appellant] : “
(…) when I paid 42k as a 12 month rent up front to the makelaar so [naam 1] could rest in peace in a normal house (…), wat de stelling van [geïntimeerde] hierover bevestigt. Ook is in die berichten de suggestie terug te vinden dat [appellant] een goed inkomen heeft: “
(…) I already paid 10k + 5k last week Tuesday and Thursday this week, directly to the belasting and not the mother, money l earned speaking to final year med students at Oxford University in London last week. (…)”. [appellant] heeft niet gemotiveerd betwist dat hij de bedoelde mededelingen heeft gedaan. Hij voert wel aan dat voor [geïntimeerde] kenbaar is geweest dat zijn financiële middelen beperkt waren maar waar dat uit zou volgen, heeft [appellant] niet toegelicht. Uit de hiervoor genoemde mededelingen dat [appellant] in staat was € 42.000 aan huur vooruit te betalen en een bedrag had verdiend van (ten minste) € 15.000 met een lezing voor medische studenten in Londen, mocht [geïntimeerde] afleiden dat hij over een goed inkomen beschikte.
5.7.
Aangenomen moet worden dat de mededelingen van [appellant] onjuist zijn. Het had op zijn weg gelegen om toe te lichten dat de mededelingen geheel of in elk geval gedeeltelijk juist zijn maar [appellant] heeft dat nagelaten. Zo heeft hij zich niet uitgelaten over de vragen of hij een dochter heeft, of zij destijds ziek was en of zij behandeld diende te worden in de Verenigde Staten met kosten tot gevolg. [appellant] heeft aangevoerd dat hij sinds 2022 een bijstandsuitkering ontvangt. Dit maakt het zonder nadere toelichting, die ontbreekt, hoogst onaannemelijk dat hij destijds in staat was een bedrag van € 42.000 te betalen en dat hij aanzienlijke inkomsten had verworven uit een lezing voor medische studenten in Londen.
5.8.
Uit de stellingen van [geïntimeerde] volgt verder dat [appellant] de onjuiste mededelingen opzettelijk heeft gedaan om [geïntimeerde] te bewegen hem geld te lenen. Anders dan [appellant] heeft betoogd, wordt in de correspondentie wel degelijk een verband gelegd tussen de situatie van zijn dochter en de leningen door [geïntimeerde] . Zo schrijft [appellant] aan het slot van het uitgebreide bericht van 30 april 2022: “
I am just scared for your well being asking you for financial help, in case something happens to me you would have nothing left for your retirement.” In een later bericht heeft [appellant] een direct verband gelegd tussen de lening van € 15.000 en de situatie van zijn dochter: “
You are a real life sweetheart [geïntimeerde] . 15k gets the 43k required number to 28k, hopefully I get a decent price around 20k for my car, I’ll ask my sister if she is in a position to transfer 70k to JH( [naam 2] , het ziekenhuis waar [naam 1] volgens [appellant] zou worden behandeld, hof]
instead of 60k.
5.9.
Dit alles leidt tot de conclusie dat [geïntimeerde] voldoende gemotiveerd heeft onderbouwd dat [appellant] haar door het opzettelijk doen van onjuiste mededelingen heeft bewogen geld aan hem te lenen, waarbij [geïntimeerde] in de veronderstelling verkeerde dat dit geld zou worden aangewend voor de behandeling van de zieke dochter van [appellant] in de Verenigde Staten en [appellant] in staat zou zijn het geleende geld terug te betalen. [appellant] heeft dit alles onvoldoende gemotiveerd betwist. De rechtbank heeft overwogen dat het door [geïntimeerde] betaalde geld niet is besteed aan medische behandelingen voor [appellant] dochter. [appellant] heeft tegen dat oordeel geen grief gericht.
5.10.
Dit betekent dat ook het hof van oordeel is dat de geldleningsovereenkomsten door bedrog tot stand zijn gekomen. Even als de rechtbank aanvaardt het hof het beroep van [geïntimeerde] op de op bedrog gebaseerde vernietigingsgrond. De rechtbank heeft dus terecht geoordeeld dat de bepaling in de geldleningsovereenkomsten inhoudende dat de schuldenaar het bedrag zal terugbetalen aan de schuldeiser wanneer dit mogelijk is, wordt vernietigd.
Beroep derogerende werking redelijkheid en billijkheid
5.11.
[appellant] voert verder aan dat het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is dat [geïntimeerde] de geldleningen volledig heeft opgeëist. Hij wijst erop dat zijn financiële situatie niet toelaat de geldleningen in een keer terug te betalen, dat die situatie bij [geïntimeerde] bekend was toen zij de geldleningen verstrekte, dat hij vanwege medische problemen op dit moment niet in staat is meer inkomen te verwerven en dat hij meermaals voorstellen heeft gedaan tot het doen van periodieke aflossingen. Het hof verwerpt dit beroep op de derogerende werking van de redelijkheid en billijkheid. De door [appellant] aangevoerde omstandigheden zijn – al aangenomen dat zij juist zijn – zowel afzonderlijk als in onderling verband, niet toereikend voor een geslaagd beroep op artikel 6:248 lid 2 BW Pro.
Wettelijke rente
5.12.
De rechtbank heeft de wettelijke rente over de geldleningen toegewezen met ingang van de data waarop [geïntimeerde] de bedragen aan [appellant] heeft betaald. [appellant] maakt daartegen terecht bezwaar. De geldleningsovereenkomsten – rekening houdend met het hiervoor gegeven oordeel over het bedrog – kennen geen bepaling wanneer de lening moet worden terugbetaald. Op grond van artikel 7:129e BW is de geldlener in dat geval verplicht het geleende terug te betalen binnen zes weken nadat de uitlener heeft meegedeeld tot opeising over te gaan. Deze mededeling heeft [geïntimeerde] voor het eerst gedaan in de dagvaarding in deze zaak van 18 april 2024. Dat betekent dat [appellant] de lening uiterlijk op 29 mei 2024 had moeten terugbetalen. Omdat hij dat niet heeft gedaan is hij vanaf 30 mei 2024 in verzuim en is de wettelijke rente vanaf die datum verschuldigd.
Buitengerechtelijke incassokosten
5.13.
[appellant] maakt ook terecht bezwaar tegen de gevorderde, en door de rechtbank toegewezen, buitengerechtelijke incassokosten. [geïntimeerde] heeft onvoldoende gesteld welke buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. Bovendien is niet gebleken dat dergelijke werkzaamheden zijn verricht nadat [appellant] in verzuim was met het terugbetalen van de geldleningen Dit betekent dat [geïntimeerde] vordering tot betaling van buitengerechtelijke incassokosten niet toewijsbaar is.
Slotsom, kosten en bewijsaanbod
5.14.
Het hoger beroep heeft beperkt succes. De gevorderde wettelijke rente over de hoofdsom is pas verschuldigd vanaf 30 mei 2024 en de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten zijn niet toewijsbaar. Voor het overige faalt het hoger beroep. Het hof ziet geen aanleiding om [appellant] toe te laten tot bewijslevering, omdat hij geen bewijs heeft aangeboden van voldoende concrete stellingen die, indien bewezen, tot een andere uitkomst kunnen leiden. Het hof zal voor de leesbaarheid het bestreden vonnis integraal vernietigen en een nieuw dictum formuleren.
5.15.
[appellant] is in het hoger beroep overwegend in het ongelijk gesteld en zal daarom worden veroordeeld in de proceskosten in hoger beroep. Het hof stelt deze proceskosten als volgt vast:
- griffierecht € 827
- salaris advocaat
€ 3.528 (tarief IV, 1,5 punten)
Totaal € 4.355

6.Beslissing

Het hof:
6.1.
vernietigt het bestreden vonnis en doet opnieuw recht:
6.2.
veroordeelt [appellant] om aan [geïntimeerde] te betalen een bedrag van € 69.000, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro met ingang van 30 mei 2024 tot de dag van volledige betaling, waarop de betaalde bedragen van in totaal € 1.050 in mindering strekken, met toerekening eerst aan de verschenen rente en daarna aan de lopende rente en de hoofdsom, zoals bepaald in artikel 6:44 lid 1 BW Pro;
6.3.
veroordeelt [appellant] in de proceskosten in beide instanties, vast gesteld op € 4.068,68 voor de eerste aanleg en tot nu op € 4.355 voor het hoger beroep, alles te vermeerderen met de wettelijke rente, als niet binnen veertien dagen na dit arrest aan de proceskostenveroordeling is voldaan;
6.4.
veroordeelt [appellant] tot betaling van € 178 voor nasalaris, te vermeerderen met € 92 voor nasalaris en de kosten van het betekeningsexploot als betekening van dit arrest plaatsvindt, te vermeerderen met de wettelijke rente, als niet binnen veertien dagen na het verschuldigd worden van de nakosten aan deze veroordeling is voldaan;
6.5.
verklaart deze veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;
6.6.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit arrest is gewezen door mrs. mrs. K.A.J. Bisschop, C. Bakker en A.S. Gratama en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 10 februari 2026.