Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.De zaak in het kort
2.De procedure in hoger beroep
3.De feiten
4.De omvang van het hoger beroep
- voor recht te verklaren dat de uithuisplaatsing van de kinderen ten onrechte is geweest en onrechtmatig jegens de moeder en de kinderen;
- het verzoek van de raad tot het verlengen, althans het verlenen van de machtiging tot uithuisplaatsing van de kinderen alsnog af te wijzen;
- de raad te gelasten om de kinderen, voor zover nog niet teruggeplaatst bij de moeder, onmiddellijk, althans binnen uiterlijk drie dagen na deze beschikking, althans binnen een door het hof in goede justitie te bepalen termijn, weer bij de moeder terug te plaatsen, dit op straffe van een dwangsom van € 1.500,- voor elke dag dat de raad daarmee in gebreke blijft, met een maximum van € 50.000,-;
- de moeder te machtigen om, wanneer tijdige terugplaatsing van de kinderen, althans van [minderjarige 2] door de raad bij haar achterwege blijft, zij de terugplaatsing van de kinderen kan doen realiseren met behulp van de sterke arm.
- voor zover het hof de beslissing van de rechtbank tot verlening van de machtiging tot uithuisplaatsing van de kinderen in stand laat, de raad te gelasten om [minderjarige 2] te plaatsen bij de broer van de moeder, te weten de heer [naam 2] , dit op straffe van een dwangsom van € 1.500,- voor elke dag dat de raad daarmee in gebreke blijft, met een maximum van € 50.000,-;
- de moeder te machtigen om, wanneer tijdige plaatsing van de kinderen, althans van [minderjarige 2] door de raad bij de broer van de moeder achterwege blijft, zij de plaatsing van de kinderen bij haar broer kan doen realiseren met behulp van de sterke arm, kosten rechtens,