ECLI:NL:GHAMS:2026:376

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
10 februari 2026
Publicatiedatum
17 februari 2026
Zaaknummer
23-002043-24
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 OpiumwetArt. 11 OpiumwetArt. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor overtreding Opiumwet met geldboete en hechtenis

In hoger beroep heeft het gerechtshof Amsterdam het vonnis van de politierechter vernietigd en de verdachte veroordeeld voor overtreding van de artikelen 3 en 11 van de Opiumwet. De verdachte werd veroordeeld tot een geldboete van 750 euro, waarvan 250 euro voorwaardelijk, en een hechtenisstraf van zeven dagen, respectievelijk twee dagen bij niet-betaling.

Het hof bepaalde dat een gedeelte van de geldboete niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de verdachte zich binnen een proeftijd van twee jaar opnieuw schuldig maakt aan een strafbaar feit. Tevens werd rekening gehouden met de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht, welke in mindering wordt gebracht op de opgelegde geldboete.

De overige onderdelen van het vonnis van de politierechter werden bevestigd, met toevoeging van artikel 63 van Pro het Wetboek van Strafrecht aan de toepasselijke wettelijke voorschriften. De uitspraak werd gedaan door mr. D.A.C. Koster, in aanwezigheid van griffiers.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot een geldboete van 750 euro, waarvan 250 euro voorwaardelijk, en hechtenis van zeven dagen.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer eerste aanleg : 13-348621-24
parketnummer hoger beroep : 23-000695-25
TEGENSPRAAK(gemachtigd raadsman)
Arrest van het gerechtshof Amsterdam, enkelvoudige strafkamer, van 10 februari 2026 gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 21 maart 2025 in de zaak tegen de verdachte:
naam: [verdachte]
voornamen: [verdachte]
geboren: op [geboortedag] 1996 te [geboorteplaats]
adres: [adres] (thans uit anderen hoofde gedetineerd te [detentieadres] )

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De artikelen 3 en 11 van de Opiumwet en de artikelen 14a, 14b, 14c, 23, 24, 24c en 63 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de opgelegde geldboete en doet in zoverre opnieuw recht.
Veroordeelt de verdachte tot een
geldboetevan
€ 750,00 (zevenhonderdvijftig euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
7 (zeven) dagen hechtenis.
Bepaalt dat een gedeelte van de geldboete, groot
€ 250,00 (tweehonderdvijftig euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
2 (twee) dagen hechtenis, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde geldboete in mindering zal worden gebracht, volgens de maatstaf van € 50,00 per in voorarrest doorgebrachte dag, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige, met dien verstande dat artikel 63 van Pro het Wetboek van Strafrecht aan de toepasselijke wettelijke voorschriften wordt toegevoegd.
Gewezen door mr. D.A.C. Koster, in bijzijn van mr. L.A.H. van Wieren en mr. C.H. Sillen, griffiers.
mr. D.A.C. Koster