ECLI:NL:GHAMS:2026:410
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep: niet-ontvankelijkheid vervolging en schadevordering wegens overlijden verdachte
In deze zaak stond het hoger beroep centraal tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 23 april 2024. De verdachte, geboren in 1995, was overleden tijdens de procedure, wat gevolgen had voor de voortzetting van de strafzaak en de civiele vordering.
Het hof vernietigde het vonnis waarvan beroep en deed opnieuw recht door het openbaar ministerie niet-ontvankelijk te verklaren in de vervolging met betrekking tot de tenlastegelegde feiten in meerdere parketnummers. Tevens verklaarde het hof de benadeelde partij NS Groep NV niet-ontvankelijk in haar vordering tot schadevergoeding.
Daarnaast bepaalde het hof dat de benadeelde partij haar eigen kosten draagt. Deze beslissing volgt uit het feit dat de verdachte is overleden, waardoor de strafvervolging niet kan worden voortgezet en de civiele vordering niet ontvankelijk is.
Het arrest werd gewezen door mr. M. Iedema, in aanwezigheid van mr. R.C.E. van Tilburg als griffier, op 5 februari 2026 door het gerechtshof Amsterdam.
Uitkomst: Het hof verklaart het openbaar ministerie en de benadeelde partij niet-ontvankelijk en bepaalt dat de benadeelde partij haar eigen kosten draagt.