ECLI:NL:GHAMS:2026:43
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen wijziging verblijf minderjarige naar gezinshuis na zorgelijke signalen
De zaak betreft een minderjarige die sinds 2020 op grond van een machtiging tot uithuisplaatsing bij pleegouders verbleef. Na zorgelijke uitlatingen over seksueel grensoverschrijdend gedrag door haar neef, een zoon van de pleegouders, heeft de gecertificeerde instelling (GI) spoedverzoeken ingediend om het verblijf van de minderjarige te wijzigen naar een gezinshuis.
De pleegouders verzetten zich tegen deze wijziging en willen dat de minderjarige terugkeert naar hun gezin, stellende dat de uitlatingen niet betrouwbaar zijn en dat de minderjarige lijdt aan verlatingsangst. De GI en de moeder steunen de wijziging, waarbij de GI wijst op de noodzaak van een professionele opvoedsituatie passend bij de zorgvraag van de minderjarige.
De Raad voor de Kinderbescherming adviseert de beschikking te bekrachtigen, gezien de ernstige en acute zorgen over de veiligheid van de minderjarige. Het hof oordeelt dat de kinderrechter de GI terecht toestemming heeft verleend voor de wijziging van het verblijf, omdat het belang en de veiligheid van de minderjarige zwaarder wegen dan het belang bij continuering van het verblijf bij de pleegouders.
De bestreden beschikking wordt bekrachtigd, waarmee de wijziging van het verblijf naar het gezinshuis wordt bevestigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de kinderrechterlijke toestemming voor wijziging van het verblijf van de minderjarige naar een gezinshuis vanwege zorgelijke signalen over seksueel grensoverschrijdend gedrag.