ECLI:NL:GHAMS:2026:43
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Wijziging van verblijfplaats van minderjarige in het kader van jeugdzorg en de rol van de gecertificeerde instelling
In deze zaak heeft het Gerechtshof Amsterdam op 13 januari 2026 uitspraak gedaan in hoger beroep over de wijziging van de verblijfplaats van een minderjarige, hierna aangeduid als [minderjarige]. De kinderrechter had eerder toestemming verleend aan de gecertificeerde instelling (GI) om de verblijfplaats van [minderjarige] te wijzigen van een pleeggezin naar een gezinshuis, na zorgwekkende signalen van seksueel grensoverschrijdend gedrag. De pleegouders, de pleegmoeder en pleegvader, waren het niet eens met deze beslissing en hebben hoger beroep ingesteld. De pleegmoeder, die ook de zus van de moeder van [minderjarige] is, heeft in de procedure betoogd dat de GI niet de juiste remedie heeft gekozen en dat [minderjarige] bij hen moet terugkeren. De GI heeft echter gesteld dat de veiligheid van [minderjarige] in het geding was en dat de wijziging van verblijf noodzakelijk was. Het hof heeft de feiten en omstandigheden zorgvuldig gewogen, waaronder de zorgelijke uitlatingen van [minderjarige] en de eerdere uithuisplaatsingen. Het hof heeft geoordeeld dat de kinderrechter terecht toestemming heeft verleend voor de wijziging van het verblijf van [minderjarige] en heeft de bestreden beschikking bekrachtigd. De beslissing van het hof benadrukt het belang van de veiligheid van de minderjarige in jeugdzorgprocedures.