Uitspraak
1.Procesgang
2.Onderzoek van de zaak
3.Vonnis waarvan beroep
4.Grondslag van de vordering
5.Schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel
- de contante betaling van € 107,43 aan [bedrijf 1] . Het hof spreekt de betrokkene vrij van dit bedrag in de hoofdzaak, omdat geen jaartal zichtbaar is op de bon en daardoor niet kan worden vastgesteld wanneer de uitgave is gedaan.
- de betaling van € 7.500,00 aan [bedrijf 2] van 1 juli 2021. Het hof spreekt de betrokkene vrij van dit bedrag in de hoofdzaak, omdat deze betaling buiten de tenlastegelegde periode valt.
- de contante storting op de rekening van de betrokkene op 10 november 2020 van € 12.500,00 die vooraf zou zijn gegaan door een contante storting op de rekening van de vader van de betrokkene. Het hof spreekt de betrokkene vrij ten aanzien van die storting in de hoofdzaak, omdat uit het dossier geen duidelijk verband blijkt tussen eerdere contante stortingen in die periode en het overmaken naar de betrokkene van dit bedrag.
- Contante uitgaven € 144.847,60 minus
- Contante beschikbare gelden € 2.930,00
- Wederrechtelijk verkregen voordeel € 141.917,60
6.Verplichting tot betaling aan de Staat
7.Toepasselijk wettelijk voorschrift
8.BESLISSING
141.917,60 (honderdeenenveertigduizend negenhonderdzeventien euro en zestig cent).
betaling aan de Staatter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel van een bedrag van
€ 141.917,60 (honderdeenenveertigduizend negenhonderdzeventien euro en zestig cent).