De verdachte werd in hoger beroep veroordeeld voor het opzettelijk niet tijdig verstrekken van gegevens aan het UWV over werkzaamheden als makelaar en adviseur en ontvangen huurinkomsten in de periode 2016-2019. Hierdoor ontving hij ten onrechte tienduizenden euro's aan WIA-uitkering en toeslagen.
Het hof vernietigde het vonnis van de politierechter en stelde vast dat de verdachte bewust de verplichting tot melding had geschonden, wat leidde tot een benadeling van ruim € 75.000. De strafbaarheid werd bevestigd omdat geen omstandigheden de schuld uitsloten.
Bij de strafoplegging hield het hof rekening met de ernst van het feit, de omvang van de fraude en de geldende oriëntatiepunten voor straftoemeting. Gezien het benadelingsbedrag en de aard van het delict werd een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van vijf maanden passend geacht.