Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.[appellant 1] ,
[appellant 2],
1.De zaak in het kort
2.Het geding in hoger beroep
- uitvoerbaar bij voorraad - veroordeling van [geïntimeerde] in de kosten.
3.Feiten
4.Het geding in eerste aanleg
5.Beoordeling
‘de nieuwe buitenwand (zijgevels) staan qua positie op de gedeelte bouwmuren’. Ook staat daarin:
‘Er zijn scenario’s voor een toekomstige uitbreiding met een nieuwe verdieping bij nr. [nummer 1] en [nummer 2] besproken: gebruik van de zijgevels als gedeelde bouwmuur of verwijderen van de gevelbekleding (metselwerk). De zijgevels vormen geen belemmering voor een toekomstige uitbreiding van de buren. De buren geven aan dat ze de voordelen daarvan inzien en gaan dit intern overleggen.’Uit een en ander is geen expliciete dan wel impliciete toestemming van de buren voor de overbouw af te leiden. Integendeel, de buren ( [geïntimeerde] respectievelijk de buurman van nummer [nummer 1] ) gaan zich kennelijk beraden (intern overleggen) op de ontstane situatie. Aan de buren wordt bovendien het scenario voorgehouden dat het metselwerk wordt verwijderd in het geval zij ook een opbouw wensen. Dat de buren bij de afsluiting van het gesprek bevestigen dat al hun vragen zijn beantwoord en dat zij zijn gerustgesteld over de werkzaamheden, kan evenmin als instemming met de overbouw worden aangemerkt. Het gesprek ging immers over meer onderwerpen zoals de afwikkeling van reeds ontstane schade aan de buurpanden en afspraken over de voortgang van de bouw zoals over het gebruik van het dak van de buren. De buren zouden zich bovendien beraden over de overbouw. Wat er van zij, toestemming voor de overbouw is uit het verslag in elk geval niet af te leiden. Bij een en ander is bovendien van belang dat op het moment van deze bespreking het metselwerk van de overbouw reeds voor 75% was voltooid, zoals blijkt uit de e-mail van de aannemer van [appellanten] van 1 september 2022.