ECLI:NL:GHAMS:2026:515
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vonnis wegens niet meewerken aan blaastest met aangepaste strafmaat
In hoger beroep heeft het gerechtshof Amsterdam het vonnis van de politierechter bevestigd waarin verdachte werd veroordeeld voor het niet meewerken aan een blaastest, zoals bedoeld in artikel 163 van Pro de Wegenverkeerswet.
Het hof heeft het bewijs en de motivering van de rechtbank overgenomen en oordeelt dat de door de verdediging aangevoerde argumenten niet leiden tot een ander oordeel. Wel constateert het hof dat de redelijke termijn voor de berechting in hoger beroep met zes maanden is overschreden.
Gelet op deze termijnoverschrijding past het hof de strafmaat aan: in plaats van de gebruikelijke geldboete van €1.300 legt het hof een geldboete van €1.000 op, gecombineerd met een rijontzegging van negen maanden waarvan drie maanden voorwaardelijk. Hiermee wordt recht gedaan aan de belangen van verdachte en de eisen van een behoorlijke procesgang.
Het arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 26 februari 2026.
Uitkomst: Bevestiging veroordeling voor niet meewerken aan blaastest met geldboete van €1.000 en rijontzegging van 9 maanden, waarvan 3 maanden voorwaardelijk.