ECLI:NL:GHAMS:2026:533
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging afwijzing gezamenlijk gezag en omgangsregeling vader met minderjarige
De vader verzocht het gerechtshof Amsterdam om gezamenlijk gezag over zijn minderjarige kind toe te kennen, een omgangsregeling vast te stellen en een informatieregeling met dwangsom op te leggen. De rechtbank had deze verzoeken afgewezen en de informatieregeling laten vervallen. De vader ging hiertegen in hoger beroep.
Het hof bevestigde dat er geen communicatie is tussen de ouders en dat het gezamenlijk gezag het risico inhoudt dat het kind klem komt te zitten tussen de ouders. De moeder is ziek, maar dit leidt niet tot een noodzaak voor gezamenlijk gezag. De minderjarige ervaart veel stress door de procedures en heeft een negatief beeld van de vader.
Met betrekking tot de omgang stelde het hof vast dat de minderjarige ernstige bezwaren heeft tegen contact met de vader en dat een opbouwende omgang niet in haar belang is. Ook de informatieregeling werd bekrachtigd als vervallen, omdat het verstrekken van informatie de minderjarige te veel belast.
Het hof volgde het advies van de Raad voor de Kinderbescherming en de rechtbank en wees de verzoeken van de vader af. De beslissing werd in het openbaar uitgesproken op 3 maart 2026.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de afwijzing van het verzoek tot gezamenlijk gezag, omgangsregeling en informatieregeling vanwege het belang van het kind.