ECLI:NL:GHAMS:2026:575

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
26 februari 2026
Publicatiedatum
5 maart 2026
Zaaknummer
200.353.543/01 OK
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 25 lid 1 sub k WORArt. 25 lid 3 WOR
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek ondernemingsraad tot intrekking besluit SA&I implementatie bij GfK

De ondernemingsraad van GfK heeft de Ondernemingskamer verzocht te oordelen dat GfK niet in redelijkheid tot het besluit van 17 maart 2025 heeft kunnen komen om de SA&I implementatie door te zetten. De ondernemingsraad stelde dat de adviesaanvraag te laat was, onvoldoende gemotiveerd, dat het afspiegelingsbeginsel niet was toegepast en dat een sociaal plan ontbrak.

GfK voerde verweer en stelde dat het medezeggenschapstraject correct was verlopen, de adviesaanvraag tijdig was gedaan en dat de functies die vervallen uniek waren, waardoor het afspiegelingsbeginsel niet van toepassing was. Ook wees GfK op de wereldwijde context van de reorganisatie.

De Ondernemingskamer oordeelde dat GfK tekort was geschoten in de volledigheid en tijdigheid van de informatieverstrekking, wat het medezeggenschapstraject stroef maakte. Desondanks concludeerde de kamer dat de ondernemingsraad de doelstellingen van de reorganisatie begreep en dat de bezwaren onvoldoende waren om het besluit onredelijk te achten.

De Ondernemingskamer wees daarom het verzoek af en bevestigde dat GfK in redelijkheid tot het besluit had kunnen komen. De uitspraak werd gedaan door vijf raadsheren en raden op 26 februari 2026.

Uitkomst: De Ondernemingskamer wijst het verzoek van de ondernemingsraad af en bevestigt dat GfK in redelijkheid tot het besluit tot implementatie van de SA&I business unit heeft kunnen komen.

Uitspraak

___________________________________________________________________
GERECHTSHOF AMSTERDAM
ONDERNEMINGSKAMER
zaaknummer : 200.353.543/01 OK
beschikking van de Ondernemingskamer van 26 februari 2026
inzake
DE ONDERNEMINGSRAAD VAN GFK NETHERLANDS B.V.,
gevestigd te Utrecht,
VERZOEKER,
Advocat(en):
mrs. M. Mandersen
J.M. Caro, kantoorhoudende te Amsterdam,
t e g e n
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
GFK NETHERLANDS B.V.,
gevestigd te Utrecht,
VERWEERSTER,
advocaten:
mrs. E.A.V. van Damen
mr. W.M. Engelsman, kantoorhoudende te Amsterdam.
Hierna wordt verzoeker de ondernemingsraad genoemd en verweerster GfK.

1.Het verloop van het geding

1.1
De ondernemingsraad heeft bij op 16 april 2025 ter griffie van de Ondernemingskamer ingekomen verzoekschrift met producties verzocht te oordelen dat GfK in redelijkheid niet heeft kunnen komen tot het besluit van 17 maart 2025 dat de SA&I implementatie zal worden doorgezet en bij wijze van een voorziening aan GfK te gebieden voornoemd besluit in te trekken en de gevolgen daarvan ongedaan te maken en GfK te verbieden handelingen te verrichten of te doen verrichten ter uitvoering van het besluit, met veroordeling van GfK in de kosten van de procedure.
1.2
GfK heeft bij op 13 augustus 2025 ter griffie van de Ondernemingskamer ingekomen verweerschrift met producties geconcludeerd tot afwijzing van het verzoek.
1.3
Het verzoek is behandeld ter openbare terechtzitting van de Ondernemingskamer van 4 september 2025. Bij die gelegenheid hebben de advocaten de standpunten van de onderscheiden partijen toegelicht aan de hand van – aan de Ondernemingskamer en de wederpartij overgelegde – aantekeningen en wat mr. Manders betreft onder overlegging van op voorhand aan de Ondernemingskamer en de wederpartij gezonden nadere producties. Partijen en hun advocaten hebben vragen van de Ondernemingskamer beantwoord en inlichtingen verstrekt. Op verzoek van partijen heeft de Ondernemingskamer een mediator aangewezen en de uitspraak aangehouden. Partijen hebben vervolgens de Ondernemingskamer verzocht alsnog uitspraak te doen.

2.De vaststaande feiten

2.1
GfK houdt zich in Nederland bezig met
Consumer Intelligence and Market Research.Bij GfK werken in Nederland circa 112 mensen.
2.2
In 2023 heeft het Amerikaanse NielsenIQ het Duitse GfK-concern overgenomen. Sindsdien vindt wereldwijd integratie van bedrijfsonderdelen plaats.
2.3
Op 17 juli 2024 is de Europese ondernemingsraad – waarin ook de voorzitter van de Nederlandse ondernemingsraad zitting heeft – geïnformeerd dat het voornemen bestond om onder de naam Project Three-to-One (P321) de business units Analytics, Bases en CMI samen te voegen tot één team, dat gaat opereren onder de naam NielsenIQ Strategic Analytics & lnsights (SA&I).
2.4
Op 18 en 19 november 2024 heeft de regionale SA&I manager met leden van de ondernemingsraad gesproken over de aankomende veranderingen en de adviesaanvraag die werd voorbereid.
2.5
Op 20 november 2024 heeft [A] , de SA&I
Customer Succes Leader WEUin een e-mail aan alle
associatiesaangekondigd dat een
Regional Succes Leadership Team Western Europe (WEU)zou worden geïntroduceerd per 1 januari 2025.
2.6
Op 25 november 2024 heeft de ondernemingsraad een adviesaanvraag ontvangen, met betrekking tot een voorgenomen organisatiewijziging waarbij van drie business units (Advanced Analytics, Bases en CMI) één nieuwe business unit SA&I wordt gemaakt. De samenvoeging is onderdeel van de wereldwijde reorganisatie binnen NielsenIQ. Het betreft zowel de onderneming van GfK in België als in Nederland, waarbij de nieuwe organisatie een Benelux Cluster wordt en de huidige drie business units met twaalf productcategorieën en 100 oplossingen worden gereduceerd tot een (1) business unit met vier solutions clusters en 68 oplossingen. De adviesaanvraag houdt daarnaast in:
“We hereby present the following proposed decision for your positive advice, in accordance with Article 25 paragraph 1 sub k of the Works Councils Act. (…)
Impact
After a rigorous planning process, the SA&I leadership team has designed the new structure of the organization, and we are in the process of identifying the teams. The SA&I Sales organization is led by Giles Watts for WEUR. A selection process for the BLX commercial leader role took place and Tessa Buckens has been selected in this role. There will be no impact on the GfK side of the business in this organization.
The SA&I Customer Succes organization is led by [A] for WEUR. In line with this new structure under [A] , 3 roles in the CMI Delivery team will become redundant with an anticipated impact to 2 FTE. Considering there will be new roles created; we expect that (at least) one FTE will find a place within the new organization.
The following roles will be impacted:
 CMI Lead (…)
 Product Group Leader (…)
 Team Lead CMI (…)
Impact on Roles and Teams
As we move forward, certain roles will be consolidated, and some will be made redundant. Here's a high­level overview of what this means for the Dutch teams:
 Sales Teams: Sales roles will be moved to align with the new SAI WEU Sales organization sales structure.
 Customer Success and Delivery Teams: Roles in delivery and customer success will be concentrated into one team.
 Redundancies: Due to the realignment, specific roles (e.g., CMI Lead, Product Group Leader, Team Lead CMI) will no longer be required at all or in their current form.
(…)
We recognize that these changes are impactful, and we are committed to supporting all employees impacted by these changes. Talent selection processes are ongoing, and we are providing guidance to help affected team members transition, either into new roles within the organization or by offering career support for those whose roles will be discontinued.
(…)
Given the approaching implementation date, 1 January 2025, we respectfully seek for your positive advice in the interest of the company and the impacted employees. We appreciate the council's partnership in making these transitions as smooth as possible. If there are additional questions, please do not hesitate to contact us.”
2.7
Op 4 december 2024 ontving de voorzitter van de ondernemingsraad van de regionale manager SA&I een vacature voor de als gevolg van de reorganisatie nieuw te creëren
Benelux Consumer Insight Customer Lead Rolemet het verzoek daarop te solliciteren.
2.8
Op 10 december 2024 heeft de ondernemingsraad GfK schriftelijk een aantal vragen gesteld over de reden voor en de achtergrond van de reorganisatie, het boventallig verklaren van functies en de gevolgen voor de betrokken medewerkers. Op 8 januari 2025 heeft GfK de vragen van ondernemingsraad beantwoord. De vragen en de antwoorden daarop (hierna cursief en in blauw weergegeven) houden onder meer het volgende in:
“Regarding the redundancy of positions and how they were selected:
On what grounds were the three individuals declared redundant selected (and not others)?
Can you explain this per position and per person?
The positions were selected based on the tasks these roles perform; the 3 positions are unique in the team and therefore no principles of proportionality had to be applied. All three positions are not part of the SAI blueprint organization.
Was there a reflection process? Please explain how this process was carried out and how it
was concretely reflected, including the justification. This will also need to be
substantiated/proven to the UWV.
Yes, affected associates have been given the chance to apply for open (suitable) positions,
which are part of the new blueprint.
(…)
Regarding the consequences for employees whose positions are declared redundant:
Page 5 of the advisory request: "Providing guidance to help affected team members transition":
 a) What does this mean, and are alternative positions offered? Open positions can be applied to, and there will be guidance from HR and management to do so.
Yes, affected associates have been given the chance to apply for open (suitable)
positions. In addition, HR will have redeployment conversations with the affected
associates.
 b) What is the management's proposal regarding measures to prevent adverse effects for affected employees or to compensate employees (financially)?
It is unclear which reverse affected is referred to. If the employees in redundant roles do not find another role within the organization the intention is to come to a mutual agreement.
(…)
 a) What are the redeployment opportunities for the affected employees within the
group?
There has been a thorough review of possible redeployment opportunities across the organization and specifically the SA&I structure. Open roles have been and will be presented to the affected employees and most have applied.
 b) How were the redeployment opportunities investigated?
A skill assessment was carried out with the managers of the affected employees, to determine if the open positions could be a fit. We have shared these positions with the impacted associates and asked them to apply. We will schedule redeployment conversations with the impacted associates.
 c) How and when were the redeployment opportunities communicated?
The opportunities were communicated by the hiring manager once the roles were
officially confirmed. Interviews have taken place.
(…)
Will there be a social plan? If so, the Works Council would like to receive a draft/proposal.
No social plan will be offered.”
2.9
Op 21 januari 2025 heeft (online) een overlegvergadering plaatsgevonden.
2.1
Op 7 februari 2025 heeft de ondernemingsraad negatief geadviseerd. De ondernemingsraad schrijft in het advies onder meer:
“It is worrying though that the financial substantiation of the plans, including a budget for the separate components, seems to be missing, which makes it unclear whether the new strategy will be beneficial.”
2.11
Bij e-mail van 7 februari 2025 om 18:04 uur heeft GfK aan de ondernemingsraad het volgende geschreven:
“The following four questions were still (partially) pending since our meeting on the topic of SA&I.
a) What is BLX SAI's budget tor 2025 (revenue and margin).
b) What growth targets are set here?
c) How does this compare with the turnover and margin in 2024 of the parts being merged into SAI BLX?
d) Approximately what is the ratio in turnover between CI and BM for BLX SAI?
During our meeting we verbally provided you the answers to questions a) and b) but were awaiting input from finance on c) as OP targets had not been fully concluded, especially on the expenses. lt took slightly longer than expected but please find the numbers below on a), b) and c). (…) With regards to question d) the ratio in turnover between CI and BM is approximately 35% CI and 65% BM.”
2.12
Op 5 maart 2025 heeft GfK uitgebreid gereageerd op het negatieve advies. Het advies en de reactie daarop (hierna cursief en in blauw weergegeven) houden – voor zover van belang – het volgende in:
“Firstly, the Works Council wants to emphasize our disappointment in the process followed. According to the request for advice ‘a rigorous planning process' has taken place, yet the Works Council only received the request for advice at the end of November, including a note that the implementation date is January 1st, 2025. Given this timeline the Works Council could not have a substantial influence on the decision being made, which is against the intentions of Article 25, paragraph 2 of the WOR. This conclusion seems to be even more justified given the fact that several steps to implement the reorganization are already taking place, such as the appointment of the BLX commercial leader role and the opening of positions for the leads for Consumer Insights and Brand & Media. Also training for employees has already started.
(…)
Timeline
As mentioned in the original request for advice and following meeting to discuss outstanding questions, the SA&I transformation was broadly shared several times with the EWC ( July 17, 2024/ Sep 24, 2024 / Oct 23, 2024), the local WC by way of information and the organization as a whole. Information shared before a request for advice is submitted should not be ignored. Management explained in earlier correspondence (response to WC questions sent to the WC on January 8, 2025) as well why it was not possible to start the local (formal) consultation sooner although the global roll out date, and therefore the preferred local roll out date, was set for January 1, 2025, management made it very clear from the very start that this was pending local WC consultation. This is also reflected by the fact that the RfA explicitly mentions that it concerns a "proposed" decision. Furthermore, the actual lapse of time also shows that management gave the WC ample time to render its advice; we received this advice mid-February 2025, management has been patiently waiting for the advice of the WC. Nevertheless, we are willing to extend more time if the WC can substantiate why this would impact the advice.
Implementation
As explained before, this transformation extends well beyond the GfK NL entity and therefore it is not realistic to expect that no execution will take place outside of the scope of the WC. The BLX commercial leader role appointment has no impact whatsoever on this request for advice. The WC is also not explaining how this would be tied together.
The other two roles were opened (leads for Consumer Insights and Brand & Media) and interviews took place in consultation with the WC. We informed the WC of the (upcoming) open positions in our response to the WC questions shared with the WC on January 8, 2025. We also mentioned these were discussed with the affected associates.
Training for employees has only started on the commercial side of the team, and CS have had calls discussing the narratives around SA&I. This has no impact on the employees in the GfK entity.
(…)
Regarding the content of the request for advice: the Works Council understands the aims of the new strategy, and it could make sense to combine the 3 (4) business units into 1 business unit, even more as it is done in all other countries as well. It is worrying though that the financial substantiation of the plans, including a budget for the separate components, seems to be missing, which makes it unclear whether the new strategy will be beneficial.
It is good to learn that the WC has confirmed it understands the aims of the new strategy, as well that it has taken the standpoint that it could make sense to combine the 3 (4) business units into 1 business unit, by also acknowledging the fact that there is proof of concept in other countries as well. What management does not understand though, is where the WCs comment on the financial substantiation comes from. The financials were provided by Ralph de Greet on February 7, 2025. Some questions from the WC arose during the January 21, 2025 meeting and Ralph de Greef answered these in this email message and provided the WC with the OP target and explanation. Business leadership is confident this is the right strategy.
(…)
The three roles that would be made redundant would significantly reduce the senior consultancy capacity of the team. The activities that are characteristic of a senior role cannot (at least to a large extent) be taken over by a project manager or the new SA&I lead for one of the solutions clusters. A lack of senior capacity in the team will result in a substantial risk of loss of turnover. As discussed during the meeting on January 21st, 2025, with management, losing a single longterm tracker is already unacceptable for the business. The Works Council expects this to be inevitable without sufficient senior capacity in the team and therefore advises to retain as much senior capacity in the local organization as possible. Even more, the senior consultants can strongly support the sales team, increasing the likelihood of success. The new SA&I organization should grow in revenue in 2025, it is not clear how these redundancies would contribute to growth. The Works Council has requested financial backing of the plans but has not received this (yet).
In the new organization the practice areas support B&M and CB&I. The sales tasks or the senior consultants are not a part of the future tasks anymore. They can support, but practice areas are responsible. In regards to the financial backing this was provided by Ralph de Greet on February 7, 2025. It was explained in detail how efficiencies in ways of working will ensure there is sufficient Capacity
According to the management board, the three functions that are being made redundant are unique. The Works Council does not agree with this evaluation. For the team lead CMI, 80-90% of the work can be considered 'consultancy work'; for the so-called Product Group Leader this is even 100%. This means that their tasks are roughly the same as any other consultant in the team, aside from their broad(er) knowledge and experience. Answers to questions why it was not necessary to apply the reflection principle (afspiegelingbeginsel) were not convincing. The Works Council is of the opinion that there are many comparable functions in the organization according to the current GfK function evaluation system. This is even the case for members in the NL CMI team that were recently placed in a sales role. We expect you to properly follow the law on this point.
We have properly followed the law. We continue to be of the opinion that the impacted roles are unique roles, which do not require application of the principle of proportionality.
(…)
It has to be said, the Works Council is disappointed that the management board is unwilling to discuss a social plan. In particular because the current request for advice is part of a much larger reorganization as a result of the merger between NIQ and GfK. Looking at this larger reorganization, the impact on the workforce is considerable and a good social plan would certainly benefit both the organization and employees. The Works Council is of the opinion that fair compensation should be offered to employees that are being made redundant as a direct result of the merger between NIQ and GfK. Given the high business risk we see with the currently proposed implementation of the plans and the lack of use of the reflection principle (afspiegelingbeginsel), unfortunately the Works Council sees no other choice than to render a
negative adviceon this request. As you are aware, this means that the plans cannot be implemented for another month. We are obviously willing to re-evaluate our advice when our major concerns can be taken away, so we are open to discussing and find solutions to progress faster.
We are sorry to hear that this is the advice the works council has come to. We hope that the reiteration of our rationale and the clarification of the process in this document is sufficient for the WC to support the transformation. Management still plans to implement the structure as presented but we are open to continue the dialogue with the WC. We propose to schedule another meeting to discuss any further questions there might be.”
2.13
De ondernemingsraad en de bestuurder hebben nog overlegd om tot een vergelijk te komen. op 17 maart heeft GfK om 10:53 aan de ondernemingsraad geschreven:
“While we regret that we were not able to reach an agreement, we remain convinced that this transformation is necessary for the future of our organization. Therefore the decision has been made today to proceed with the changes, taking into account the mandatory one-month waiting period.”
2.14
Bij e-mail van 17 maart 2025 om 12;36 antwoordt de ondernemingsraad:
“As mentioned earlier we are not against the transformation as such, but we have serious worries about the way this will be implemented in the Netherlands and will affect the Dutch CMI team and business. We are convinced that the general lack of capacity and specifically (local) senior capacity will pose a serious threat to the future business. Also, we are convinced that the correct procedures regarding redundancies were not followed.
Our offer stands to withdraw our negative advice if you can keep one of the roles that are planned to be made redundant, in particular the so called product group leader level 2, because this would take away part of our concerns. This would mean you can implement immediately and will not have to wait another month.”

3.De gronden van de beslissing

3.1
De ondernemingsraad heeft aan zijn verzoek ten grondslag gelegd dat GfK bij afweging van alle betrokken belangen niet in redelijkheid heeft kunnen komen tot het besluit van 17 maart 2025 met betrekking tot de voorgenomen organisatiewijziging waarbij één nieuwe business unit SA&I wordt gevormd. Hij heeft daartoe de volgende aangevoerd,
De adviesaanvraag berust op een verkeerde juridische grondslag;
De adviesaanvraag is te laat gedaan en de adviestermijn was onredelijk kort;
De ondernemingsraad heeft geen wezenlijke invloed kunnen uitoefenen op het voorgenomen besluit;
De adviesaanvraag was onvoldoende gemotiveerd, concrete maatregelen en gevolgen zijn niet inzichtelijk gemaakt;
In het besluit is niet gemotiveerd waarom van het negatieve advies is afgeweken;
De uitvoeringshandeling van het voorgenomen besluit waren al bezig voorafgaand aan de adviesaanvraag en gedurende het adviestraject;
Het afspiegelingsbeginsel is ten onrechte niet toegepast;
Het voorstel om een sociaal plan voor boventallig verklaarde werknemers wordt ongemotiveerd verworpen en passende functie regels worden genegeerd.
3.2
GfK heeft gemotiveerd verweer gevoerd. De Ondernemingskamer zal hieronder waar nodig op dit verweer ingaan. Daarbij wordt voorop gesteld dat GfK primair verantwoordelijk is voor een goed verloop van het medezeggenschapstraject. Zij dient daarover helder en eenduidig te communiceren met de ondernemingsraad. De ondernemingsraad moet tijdig worden voorzien van alle inlichtingen en gegevens die redelijkerwijs nodig zijn voor een behoorlijke vervulling van zijn taak.
3.3
De ondernemingsraad voert onder i) aan dat in de adviesaanvraag ten onrechte wordt verwezen naar artikel 25 lid 1 sub k WOR Pro. Deze klacht mist belang. Uit het gegeven advies blijkt zonder meer dat de ondernemingsraad heeft begrepen dat het voorgenomen besluit geen betrekking had op de invoering of wijziging van een belangrijke technologische voorziening, maar dat het ging om een reorganisatie.
3.4
Anders dan de ondernemingsraad onder ii) aanvoert kan ook niet worden aangenomen dat de adviesaanvraag te laat is gedaan en de adviestermijn onredelijk kort is geweest. GfK heeft voldoende toegelicht dat het samenvoegen van de drie bestaande business units (Advanced Analytics, Bases en CMI) in één nieuwe business unit SA&I, onderdeel was van de wereldwijde reorganisatie binnen NielsenIQ die al in de zomer van 2024 in de Europese ondernemingsraad was aangekondigd. De adviesaanvraag betrof het voorgenomen besluit tot implementatie daarvan in Nederland en de Benelux. Onder die omstandigheden kan Gfk niet worden verweten dat zij pas een adviesaanvraag heeft gedaan op het moment dat duidelijk was welke gevolgen dat voor de organisatie in Nederland zou hebben. GfK heeft de ondernemingsraad vanaf 25 november 2024 tot uiteindelijk 7 februari 2005 de tijd gegeven om zijn advies te geven. Dat is ruim voldoende tijd.
3.5
De Ondernemingskamer volgt de ondernemingsraad evenmin in zijn standpunt onder iii) dat hij geen wezenlijke invloed heeft kunnen uitoefenen op het voorgenomen besluit en het daarmee samenhangende verwijt onder vi) dat GfK het besluit al uitvoerde voorafgaand aan de adviesaanvraag en gedurende het adviestraject. Weliswaar is juist dat de implementatie van onderdelen van de wereldwijde reorganisatie binnen NielsenIQ in de Benelux al waren begonnen en dat ook al werd voorgesorteerd op de nieuwe structuur in Nederland door het aanbieden van trainingen en het openstellen van bepaalde functies, maar dat neemt niet weg dat GfK de implementatie van het voorgenomen besluit in Nederland in afwachting van het advies heeft opgeschort. Het advies van de ondernemingsraad is daarom nog steeds op een zodanig tijdstip gevraagd en gegeven dat dit nog van wezenlijke invloed heeft kunnen zijn op de wijze waarop de implementatie van één business unit SA&I binnen de Nederlandse organisatie zou worden vormgegeven en welke gevolgen dat zou hebben voor de in Nederland betrokken medewerkers.
3.6
De Ondernemingskamer is met de ondernemingsraad van oordeel dat, zoals onder iv) is betoogd, de adviesaanvraag van 26 november 2024 niet voldeed aan de daaraan op grond van artikel 25 lid 3 WOR Pro te stellen eisen. GfK moet op grond van dat artikel bij het vragen van het advies een overzicht verstrekken van de beweegredenen van het voorgenomen besluit, van de personele gevolgen en van de in dat kader te treffen maatregelen. De adviesaanvraag was in dit geval zeer summier onderbouwd, en bevatte geen voldoende concrete, op de Nederlandse onderneming toegespitste toelichting op de beweegredenen voor het voorgenomen besluit, anders dan dat het onderdeel was van de invoering van één SA&I business unit in de hele NielsenIQ organisatie en ook een financiële onderbouwing ontbrak. GfK heeft vervolgens pas in antwoord op de door de ondernemingsraad op 8 januari 2025 gestelde vragen en in de overlegvergadering van 21 januari 2025 alsnog de nodige toelichting en uitleg gegeven. De gevraagde financiële onderbouwing is uiteindelijk pas gekomen nadat de ondernemingsraad op 7 februari 2025 zijn advies al had gegeven.
3.7
Anders dan de ondernemingsraad onder v) aanvoert heeft GfK vervolgens haar besluit om het negatieve advies niet te volgen wel degelijk voldoende gemotiveerd. De ondernemingsraad verwijst ter onderbouwing van haar klacht naar de e-mail van 17 maart 2025, maar laat daarbij de uitgebreide inhoudelijke reactie op het advies van 5 maart 2025 en de daarop tussen partijen nog gevoerde gesprekken geheel buiten beschouwing. In de gegeven omstandigheden kan het besluit van 17 maart 2025 echter niet op zichzelf worden beschouwd, maar moet het worden gelezen in samenhang met de reactie van 5 maart 2025 en de daarin gegeven motivering om af te wijken van het negatieve advies van 7 februari 2025. Met die motivering heeft GfK voldoende uiteengezet waarom van het negatieve advies van de ondernemingsraad werd afgeweken.
3.8
Tegenover de stelling onder vii) dat het afspiegelingsbeginsel ten onrechte niet zou worden toegepast heeft GfK uiteengezet dat het gaat om drie unieke rollen binnen de organisatie en dat om die reden afspiegeling niet aan de orde is. In de adviesaanvraag was opgenomen dat de verwachting was dat als gevolg van de reorganisatie drie rollen zullen verdwijnen, te weten CMI Lead, Product Group Leader en Team Lead CMI en dat daarmee de functies van drie medewerkers zullen komen te vervallen en dat GfK de getroffen medewerkers zal begeleiden bij het vinden van een nieuwe functie binnen de organisatie of hen zal ondersteunen bij hun verdere carrière. In antwoord op de vragen van de ondernemingsraad heeft GfK op 8 januari 2025 toegelicht dat bij de selectie van de medewerkers wier functie komt te vervallen geen toepassing is gegeven aan het afspiegelingsbeginsel omdat het gaat om unieke rollen binnen de teams. Ook heeft GfK toegelicht op welke wijze zij de getroffen medewerkers zal ondersteunen bij het vinden van een nieuwe functie binnen de organisatie en wat daarbij de mogelijkheden zijn. In zijn advies voert de ondernemingsraad aan dat hij het antwoord van GfK dat sprake is van unieke rollen niet overtuigend vindt en dat er volgens hem diverse vergelijkbare functies zijn binnen de organisatie. GfK heeft daarop laten weten dat zij meent dat het wel gaat om unieke rollen, zodat afspiegeling niet vereist is.
3.9
Op grond van artikel 25 lid 3 WOR Pro dient GfK bij de adviesaanvraag een overzicht te verstrekken van de gevolgen die het voorgenomen besluit naar te verwachten valt voor de binnen de onderneming werkzame personen zal hebben en van de naar aanleiding daarvan voorgenomen maatregelen. De Ondernemingskamer stelt vast dat GfK dat heeft gedaan. De Ondernemingskamer is voorts van oordeel dat het standpunt van GfK dat het bij de functie CMI Lead, Product Group Leader en Team Lead CMI om unieke rollen gaat omdat het de leidinggevende functies binnen de business units betreft die als gevolg van de reorganisatie komen te vervallen, niet zonder meer onjuist of onredelijk voorkomt. Onder die omstandigheden is het feit dat GfK en de ondernemingsraad van mening verschillen over de vraag of bij de selectie van de medewerkers wier functie komt te vervallen toepassing moet worden gegeven aan het afspiegelingsbeginsel en in het verlengde daarvan de vraag of al dan niet sprake is van het vervallen van unieke functies, onvoldoende om aan te nemen dat GfK niet in redelijkheid tot het bestreden besluit heeft kunnen komen.
3.1
Dat geldt ook voor de stelling onder viii) dat GfK het voorstel om een sociaal plan voor boventallig verklaarde werknemers op te stellen ongemotiveerd heeft verworpen en passende functie regels worden genegeerd. GfK was niet gehouden een sociaal plan op te stellen en dat zij dat niet heeft gedaan maakt het besluit niet kennelijk onredelijk. De ondernemingsraad voert daarnaast aan dat Gfk niet lijkt te willen ingaan op de bezwaren die de ondernemingsraad heeft ten aanzien van gepast werk bij een eventuele terugplaatsing van medewerkers. De ondernemingsraad lijkt daarbij blijkens het advies (2.12 laatste alinea) het oog te hebben op de bredere gevolgen die de verdere integratie van bedrijfsonderdelen van GfK en NielsenIQ zullen hebben voor de medewerkers van GfK in Nederland. Het onderhavig besluit ziet daar echter niet op, maar heeft (slechts) tot gevolg dat drie bestaande functies komen te vervallen, waarbij tenminste twee van de drie getroffen medewerkers herplaatst worden of al zijn. Dat GfK bij afweging van alle betrokken belangen niet in redelijkheid tot dat besluit heeft kunnen komen is de Ondernemingskamer niet gebleken.
3.11
De Ondernemingskamer komt tot een afronding, Uit het voorgaande blijkt dat GfK niet heeft voldaan aan de op grond van artikel 25 lid 3 WOR Pro op haar rustende verplichting om bij het vragen van het advies een overzicht te verstrekken van de beweegredenen voor het besluit. Weliswaar heeft GfK daarna in antwoord op gestelde vragen en in een overlegvergadering alsnog informatie verstrekt, maar de gevraagde financiële onderbouwing kwam uiteindelijk pas nadat het advies al was gegeven. Deze terughoudende opstelling heeft in samenhang met het verzoek van GfK om spoedig advies te geven, gelet op de voorgenomen wereldwijde implementatie per 1 januari 2025, en de voorbereidingen die in dat kader al werden getroffen, bij de ondernemingsraad de indruk gewekt dat het besluit om één business unit SA&I in te voeren al was genomen en dat het advies daarop niet meer van invloed zou kunnen zijn. Dit heeft tot de nodige wrevel geleid. Het medezeggenschapstraject is als gevolg daarvan stroef verlopen. Dit komt voor rekening van GfK.
Tegelijkertijd blijkt uit het advies van de ondernemingsraad dat hij de doelstellingen van de nieuwe strategie begrijpt en onderschrijft dat het een goed idee zou kunnen zijn om net als in andere landen, de drie business units samen te voegen in één SA&I business unit. Daarbij komt dat de bezwaren die de ondernemingsraad heeft opgeworpen tegen de wijze van implementatie van de samenvoeging tot één SA&I business unit in de Nederlandse organisatie hiervoor ongegrond zijn bevonden.
3.12
Bij deze stand van zaken is de Ondernemingskamer van oordeel dat GfK weliswaar tekort is geschoten in haar verantwoordelijkheid zorg te dragen voor een goed verloop van het medezeggenschapstraject, maar dat de door de ondernemingsraad aangevoerde feiten en omstandigheden uiteindelijk niet kunnen leiden tot het oordeel dat GfK bij afweging van de betrokken belangen niet in redelijkheid tot het bestreden besluit heeft kunnen komen. De verzoeken zullen worden afgewezen.

4.De beslissing

De Ondernemingskamer:
wijst de verzoeken af.
Deze beschikking is gegeven door mr. E. Loesberg, voorzitter en mr. A.W.H. Vink en mr. J.M. de Jongh, raadsheren, en mr. D.E.M. Aleman MBA en drs. A.G. Thomassen RT RV, raden, in tegenwoordigheid van mr. G.M.C. van Breukelen, griffier, en in het openbaar uitgesproken door mr. A.W.H. Vink op 26 februari 2026.